Analyse

Liever een minder goedeleraar dan helemaal geen?

null Beeld ANP
Beeld ANP

Het onderwijs kampt al jaren met hetzelfde probleem: hoe leid je genoeg leraren op met voldoende kwaliteit?

Onder het mom ‘baat het niet dan schaadt het niet’ wil de gemeente Rotterdam tachtig extra zij-instromers verleiden voor het basisonderwijs te kiezen. Of zoals wethouder Sven de Langen het zaterdag in deze krant verwoordde: “Een minder goede leraar voor de klas is beter dan helemaal geen leraar”. Want vanwege het oplopende lerarentekort dreigen kinderen structureel zonder leraar komen te zitten.

Maar geeft Rotterdam hiermee de juiste boodschap af? De afgelopen jaren hebben de pabo-opleidingen en basisscholen juist hun best gedaan te benadrukken dat het leraarschap een serieus vak is, waar een degelijke opleiding voor nodig is die niet zomaar iedereen doorkomt. Niet verwonderlijk dus dat critici verbolgen reageren. “Vervang in het citaat leraar in chirurg/tandarts/premier (!)”, twitterde leerkracht Bertus Meijer verontwaardigd.

De verontwaardiging richt zich met name op een opleiding die dit schooljaar in Rotterdam is gestart. Studenten kunnen daar in een jaar hun lesbevoegdheid halen. Veel te weinig tijd om goede leraren op te leiden, vinden de critici. Het is een experiment waar op dit moment tien studenten aan meedoen.

Zij-instromers

Een veel grotere groep nieuwe leraren zal moeten komen van de al langer bestaande opleidingen voor zij-instromers. Dat begrip werd in 2000 in de wet vastgelegd en betekent kort gezegd dat iemand die al een voor het vak relevante carrière achter de rug heeft en leraar wil worden, alvast mag lesgeven terwijl hij nog scholing volgt. Binnen twee jaar moet de leraar dan wel het juiste papiertje halen.

De geschiedenis herhaalt zich, want de mogelijkheid voor zij-instroom kwam er destijds ook al omdat er gevreesd werd voor een lerarentekort. Het ministerie stelde in eerste instantie voor om iedereen met een mbo-diploma in te zetten als invaller bij ziekte en VVD-senator Heleen Dupuis riep zelfs Kamerleden met een lesbevoegdheid op om een paar uur per week voor de klas te gaan staan. Maar ook toen al werd gevreesd voor het beeld dat iedereen die kinderen een beetje aardig vindt wel kan lesgeven, en daarom gingen die plannen uiteindelijk niet door.

Het onderwijs kampt al decennia met hetzelfde dilemma. Aan de ene kant is er de noodzaak om genoeg leraren op te leiden, aan de andere kant de wens om niet te tornen aan de kwaliteit van leraren en hun imago. Zo kregen in 2009 meerdere pabo-opleidingen een waarschuwing van de onderwijsinspectie omdat hun onderwijs niet goed genoeg was. De opleidingen leverden elk jaar meer en meer studenten af. Dat had onder meer te maken met de doorstroom van mbo’ers naar het hbo: die doorstromers waren lang niet altijd klaar om les te geven. Dat zorgde behalve voor een slecht imago – leraren die dt-fouten maken en niet kunnen hoofdrekenen – ook voor een hoge uitval onder starters.

Kennistoetsing

Sindsdien zijn er landelijke taal- en rekentoetsen ingevoerd en moeten aspirant-studenten kennistoetsen maken om toegelaten te worden tot de pabo. In 2014 concludeerde de onderwijsinspectie dat de opleidingen zich herpakt hadden. Maar het gevolg daarvan is dat er nu veel minder leraren worden opgeleid dan voorheen: niet iedereen kan meer over de hoger gelegde lat springen. En dat is voor het lerarentekort dan weer slecht nieuws.

Inmiddels voelen alle scholen in Nederland dat tekort en wordt er toch weer in lichte paniek gehandeld. Een minder goede leraar voor de klas in plaats van geen leraar? Daarmee lijkt Rotterdam de lessen uit het verleden te vergeten. 

Meer lezen over onderwijs? Bekijk ons dossier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden