Liever een Kever op stroom

Hitlers auto voor het volk was weinig comfortabel, maakte een hoop herrie, zoop benzine, en veroverde toch de wereld

Mooi geïllustreerd boek leest lekker weg, maar onduidelijk blijft welk verhaal de schrijfster wilde vertellen

Zelf verstond Adolf Hitler niet de kunst van het autorijden niet, hij heeft nooit zijn rijbewijs gehaald. Maar hij was er gek op. Graag liet hij zich in grote, luxe automobielen rondtoeren door het land. Hij las autotijdschriften en -boeken en hield zich daardoor goed op de hoogte van de technologische ontwikkelingen, en hij zag al snel de betekenis in van de auto-industrie voor partij en land.

Op 11 februari 1933, nog geen twee weken nadat hij rijkskanselier was geworden, bezocht Hitler de Internationale Automobil- und Motorradausstellung in Berlijn. Hij sprak daar met de top van de Duitse autowereld en beloofde dat de auto een belangrijk aandachtspunt van zijn partij zou worden. "De auto is naast het vliegtuig een van de meest ingenieuze transportmiddelen van de mensheid. De Duitse natie mag trots zijn op haar belangrijke rol bij het ontwerpen en ontwikkelen van dit grootse instrument." Toch was het land achteropgeraakt bij de concurrenten in Europa en de Verenigde Staten. Dat was de schuld van de door Hitler verfoeide Weimarrepubliek waarin Joden en socialisten de dienst uitmaakten. Hij stelde zijn enthousiaste gehoor twee grote projecten in het vooruitzicht: een dicht net van snelwegen, en de introductie van een handzame en betaalbare auto voor de gewone man.

De Amerikaanse journaliste en historica Andrea Hiott beschrijft in haar boek 'Het kleine wonder' met kennis van zaken en oog voor detail de geschiedenis van de Volkswagen. Ze vertelt hoe de dictator in een gesprek met een medewerker omschreef wat hem voor ogen stond: "De auto moet er uit gaan zien als een kever. Je hoeft alleen de natuur te observeren om te leren hoe je het beste kunt stroomlijnen. (De bijnaam kever is trouwens later gemunt door The New York Times.)

Nu wilde het toeval dat een landgenoot van Hitler, de eveneens in Oostenrijk geboren ingenieur Ferdinand Porsche, al vanaf begin jaren twintig bezig was met het ontwerpen van een eenvoudige auto voor de gewone man. In de herfst van 1933 ontmoetten de twee elkaar in een hotel in Berlijn. Hitler vertelde Porsche precies hoe de 'Kraft durch Freude-Wagen' eruit moest zien: de auto moest een vierwielaandrijving hebben en een luchtgekoelde dieselmotor, moest de honderd kilometer kunnen halen, mocht niet meer dan duizend mark kosten, en moest ruimte bieden aan twee volwassenen en drie kinderen, of twee volwassenen, een kind en een mitrailleur.

Porsche hikte wel tegen de prijs aan, maar ging uiteindelijk akkoord, zo'n prestigieuze opdracht kon hij niet laten lopen. Hij maakte een paar prototypes, en tussen Hannover en Berlijn verrees Wolfsburg, een speciale stad voor de autofabriek en voor de huizen van de arbeiders en hun gezinnen. Toen de eerste Kevers in 1940 van de band rolden (bestemd voor de nazikopstukken), was de Tweede Wereldoorlog al begonnen. De productie in de Volkswagenfabriek werd snel verlegd naar militaire voertuigen, zoals de Kübelwagen (een soort van jeep) en de Schwimmwagen, een amfibievoertuig. Pas na de oorlog kwam de massaproductie van de personenauto op gang, onder het toeziend oog van de Britse en Amerikaanse troepen in Duitsland, en in door bombardementen zwaar gehavende fabrieken. Hardnekkig is het verhaal dat de arbeiders een paraplu bij zich hadden om zich binnen te beschermen tegen de regen.

De Kever werd een enorm succes, in Europa, en later ook in de Verenigde Staten. Dat was opvallend, want daar waren ze vooral gewend aan sleeën. Think small (Denk klein), heette de reclamecampagne in Amerika - de Engelse titel ook van Hiotts boek.

Op 30 juli 2003 rolde in de VW-fabriek in het Mexicaanse Puebla de laatste Kever van de band. In totaal zijn er 21.529.464 exemplaren geproduceerd. Eind jaren negentig kwam met een nostalgisch sausje de Beetle op de markt; dat werd geen doorslaand succes. Vorig jaar is er met de New Beetle een nieuwe poging gedaan.

Het boek van Hiott is met grote vaart en enthousiasme geschreven, het leest lekker, en is prachtig geïllustreerd. Ze heeft met veel mensen gesproken, en talloze bronnen geraadpleegd. Maar het is niet in alle opzichten geslaagd. Zo blijft onduidelijk wat de auteur - die Amerikaanse van geboorte is en neurologie en Duits heeft gestudeerd in Berlijn - bij het schrijven voor ogen stond. Wilde zij de geschiedenis van de Kever te boek stellen, of de opmars en zegetocht van het bolle autootje in enigde Staten? Die twee lijnen lopen al te zeer door elkaar heen.

Het is logisch dat Hiott regelmatig verwijst naar het befaamde en buitengewoon succesvolle T-Fordje dat in de jaren twintig van de vorige eeuw in de VS op de markt kwam. Ook dat was een voorbeeld voor Ferdinand Porsche die een paar keer op studiereis naar Amerika was geweest. Minder logisch is dat ze te pas en te onpas een man laat opdraven in haar boek die bij een Amerikaans reclamebureau werkte dat de Kever in de Verenigde Staten introduceerde.

Voor de Europese lezer is dat soms knap verwarrend.

Verder gaat Hiott helaas onvoldoende in op de prangende vraag waarom zo'n merkwaardig autootje, dat met de ogen van nu nauwelijks comfortabel genoemd kan worden, veel lawaai maakte, een slechte wegligging had, en zeker in het begin een behoorlijke slok brandstof lustte, zo'n daverend succes is geworden. Waarom kreeg en heeft de Volkswagen nog steeds zo'n cultstatus?

Hiott stipt die vragen wel aan: ze beschrijft bijvoorbeeld hoezeer het terrein van het fameuze popfestival in het Amerikaanse Woodstock in 1969 werd gedomineerd door Kevers (en ook door Volkswagenbusjes trouwens), maar ze doet dat te weinig. Het boek is vooral industriegeschiedenis, en veel minder een sociale schets, te veel een opsomming van - toegegeven - soms opzienbarende feiten. Nooit geweten bijvoorbeeld dat Ferdinand Porsche begin vorige eeuw al bezig was met de ontwikkeling van een hybride of elektrische auto. Als hij daarin geslaagd was, had dat de mensheid een hoop milieuellende bespaard.

Andrea Hiott: Het kleine wonder. Hoe de Volkswagen Kever de wereld veroverde. (Thinking Small. The Long, Strange Trip of the Volkswagen Beetle) Vertaald door Jevgenia Lodewijks en Maarten van der Werf. Thomas Rap, Amsterdam; 480 blz. € 24,90

De 'Think small'-reclame van Volkswagen in de VS.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden