Liever een Japanse baas dan geen baan 'Ik droom van Japanse vlag bij Hoogovens'

Na de VS moet ook Europa een antwoord vinden op de Japanse industriele uitdaging. Dat wordt des te dringender omdat een deel van Europa's fors oplopende werkloosheid is terug te voeren op de uiterst efficiente werkwijze van de Oostaziaten. Hoe reageert Nederland op de uitdaging? Een serie artikelen. Dit is het laatste deel van een serie. De vorige afleveringen verschenen op 4, 10, 15 en 18 september.

KEES DE VRE

Jan Schalkx, bestuurder van de Industriebond FNV bij Hoogovens, kan zich die scene nog goed herinneren. Van Veen, toen voorzitter directie staal en inmiddels de allerhoogste baas van het IJmuidense concern, is razend enthousiast over de bedrijfsvoering van een Japanse concurrent in Nagoya. 'Zo wil ik het ook', denkt Van Veen en ontwerpt zijn beroemde Masterplan. Daarin staan drie zaken centraal: kostenreductie, kwaliteitsverbetering zodat Hoogovensstaal tot de top drie van Europa behoort, en voorrang voor de kwaliteit van de arbeid.

“Dat laatste was volgens Van Veen een absolute voorwaarde voor het welslagen van zijn droom”, zegt Jan Schalkx, “maar er kwam niets van terecht.” Niet door tegenwerking van de vakbonden, zegt Schalkx. “We waren wel wat huiverig voor zijn plannen, want kostenreductie betekent heel vaak personeelsreductie en ook de verbetering van de kwaliteit van de arbeid blijft vaag als je dat niet nader invult. Maar we stonden er niet afwijzend tegenover en zij zeiden 'kom maar met ideeen'. Het werden er tienduizenden, zowel om kosten te drukken als om de kwaliteit van de arbeid te verhogen. Maar voor die 'absolute voorwaarde' voor het welslagen van het Masterplan was geen geld. Wat ons betreft is dat plan dan een doodlopende weg. Wij willen als volwaardige partners worden beschouwd.”

De Hoogovens-directie gaat echter door met haar plannen; vooral het deel kostenreductie heeft de aandacht. Het staalconcern trekt zich terug op de kernactiviteit. De rest wordt uitbesteed aan toeleveranciers. Als eerste gaat de kantine eruit, dan een zuurstoffabriek. Schalkx: “Tot dan toe hebben we nog fatsoenlijke afspraken over arbeidsvoorwaarden kunnen maken, maar als Hoogovens de smaak te pakken heeft - zo vallen ook de schoonmaakdienst en de repro-afdeling ten prooi aan de afslanking - zie je de afspraken steeds onzaliger worden. We zitten op een hellend vlak en die tendens zal zich, volgens Van Veen, voortzetten.”

Wat bij Hoogovens gebeurt, staat model voor ontwikkelingen bij vele grote concerns in binnen- en buitenland. Philips, Daf, KLM, ze zijn allemaal aan het nadenken en uitproberen hoe ze de kosten kunnen drukken om te overleven in de moordende internationale concurrentieslag. Afslanken, steeds meer werk uitbesteden en die toeleveranciers voortdurend voorhouden steeds goedkoper te leveren, lijkt het nieuwe wondermiddel van de manager op zoek naar lagere kosten. Om te voldoen aan die wensen moeten de toeleveranciers vooral bezuinigen op personeelskosten. Voor de werknemer betekent dit dikwijls flexibeler werken en verslechterende arbeidsvoorwaarden.

Ondanks zijn ervaringen met deze in Japan ontwikkelde ideeen over arbeidsorganisatie en produktiemanagement, is FNV'er Schalkx geen tegenstander van Japanse investeringen of vestigingen in Nederland. Hij ziet voor Hoogovens op termijn Japans kapitaal als de enige mogelijkheid voor het voortbestaan van het IJmuidense staalconcern. “Ik droom van een Japanse vlag daar achter die duinen.”

Dat geeft het dilemma aan waarin de vakbeweging, nu ook de Nederlandse, gevangen zit. Nieuwe investeringen, waar ook vandaan, betekenen werk waar men zo naar snakt, maar tevens staan de arbeidsvoorwaarden voor die banen onder grote druk omdat de kosten voor de werkgevers omlaag moeten. De vakbeweging kiest, onder druk van de achterban, bijna altijd voor banen in de hoop de achteruitgang van arbeidsvoorwaarden zo veel mogelijk te remmen. Schalkx' collega Henk van Rees, bondsbestuurder bij autofabrikant Nedcar, pleitte onlangs nog voor een complete Japanse overname (door Mitsubishi) van Nedcar. Door de fusie van Renault en Volvo - Volvo is voor een derde eigenaar van Nedcar - dreigt, aldus Van Rees, de enige Nederlandse autofabriek ontmanteld te worden.

De grote veranderingen die afkomen op de Nederlandse economie zijn merkwaardig genoeg nauwelijks onderwerp van discussie. Wetenschapper Ben Dankbaar is een van de weinigen die wel nadenkt over deze zaken. Hij is verbonden aan de Rijksuniversiteit Limburg en promoveerde in februari dit jaar op een proefschrift over economische crisis en institutionele veranderingen. “We zitten nu op het eindpunt van een periode die heel helder was. De overlegeconomie, zoals die na de oorlog ontstond, met ook alle instellingen uit die tijd, zal teloor gaan. Het wordt zoeken naar nieuwe wegen om onze economie in te richten, maar dat zal nog wel enkele decennia duren. Interessant is om te zien dat de crisis in de auto-industrie, zowel qua produkt als produktiemethode zo verbonden met de cultuur van deze eeuw, doorwerkt in de hele maatschappij.”

Consultant Rene Buck, die veel bedrijven uit de VS en Japan adviseert, beaamt de windstilte in Nederland over de veranderingen die op ons afkomen. “Buitenlandse concerns die hier willen komen eisen flexibele en hoogkwalitatieve toelevering van onderdelen. Vaak nemen ze hun eigen toeleveranciers mee. Dat zie je goed in de auto-industrie. Dat is een gevaar voor de Nederlandse industrie.”

Buck schetst in een notedop de internationalisering van de economie. “Men vraagt mij vergelijkingen te maken van Nederland, niet met Belgie maar met Bratislava in Tsjechie, Tijuana in Mexico en Shanghai in China. Ik moest onlangs voor een bedrijf de mogelijkheden onderzoeken voor een produktievestiging in Zuidoost-Azie en een distributiecentrum in Oezbekistan of Oekraine. In dat soort dimensies wordt er gedacht. Toeleveranciers hier hebben geen idee wat er doemt.” Produktiedirecteur A. Bezemer van de Venlose kopieerapparatenfabriek Oce-Van der Grinten zei onlangs in een interview: “Kijk, als het even kan, blijf ik natuurlijk hier. Men spreekt mijn taal en gebruikt dezelfde boeken. Maar eerlijk is eerlijk, wat ze ook beweren: bedrijven in bijvoorbeeld het Verre Oosten leveren uitstekende produkten tegen een lage prijs en ze worden keurig op tijd bij mij afgeleverd.”

FNV'er Schalkx ontkent dat er bij zijn bond, de industriebond, niet wordt nagedacht over de razendsnelle veranderingen in de economie en de houding die de vakbeweging daarbij moet aannemen. “Laden vol met rapporten kan ik je laten zien. We zitten vol ideeen, maar ze worden nauwelijks opgepikt. Niet door onze eigen mensen - “niemand gaat hiervoor de straat op”- en ook niet door de managers. Tal van voorbeelden om de kwaliteit van de arbeid te verbeteren zijn vastgelopen. De managers voelen zich bedreigd als wij zeggen dat de mensen op de werkvloer zo veel mogelijk hun eigen zaken moeten regelen. Ze zijn bang dat ze hun zeggenschap weggeven. Ze willen alles zelf regelen. Ze spelen de baas, geven geen leiding.”

Vanuit zijn ervaring bij de vele bedrijven waar hij over de vloer komt, erkent consultant Buck dat de opstelling van managers een obstakel is voor verandering. “Over het algemeen is dat waar. De economie wordt steeds meer een zaak van mensen. Die moet je motiveren, dan krijg je er veel uit. De manager die daarin slaagt wint de slag. Maar daar moet een knop voor om en dat lukt niet in een paar weken.”

Ook de vakbeweging mag best de hand eens in eigen boezem steken, vindt Frank Koolen. Tot dit voorjaar was Koolen bestuurder van de Industriebond FNV in Zuidoost-Brabant. In die functie heeft hij de reorganisaties van Philips, Daf en Nedcar meegemaakt. Nu is hij personeelschef bij het Regionaal bureau arbeidsvoorzieningen in Eindhoven. “Bij Daf zag men de hemel opengaan als gesproken werd over slanke produktie, veel uitbesteden aan toeleveranciers dus. Het Japanse produktiesysteem heeft voordelen. Het geeft werknemers meer verantwoordelijkheid, meer afwisseling van werk, maar het blijft in de grond toch kort-cyclisch werk waar elke 30 seconden dezelfde handeling moet worden verricht. Over dat soort zaken moet de VAKbeweging in Nederland eens gaan nadenken. Slanke produktie heeft alles met het VAK te maken, de inhoud, de functiewaardering, ziektewet, WAO, zeggenschap. Een goede interne organisatie is een zeer belangrijke arbeidsvoorwaarde. Maar daar heeft de Nederlandse vakbeweging zich nooit mee bemoeid. Het is te veel een CAO-fabriek. Ze is niet ingesteld op de grote veranderingen die op ons afkomen. Er wordt te veel afgewacht, maar de werknemers vragen om antwoorden.”

Volgens Koolen wil de Nederlandse vakbeweging te veel centraal regelen. “Een erfenis van onze ooit verzuilde samenleving. Decentraal is de boodschap. Juist op dat niveau merk je dat ondernemers graag met de vakbeweging als partner praten. Daar zit de expertise.” Voor beleidsmedewerker Europese zaken van de vakcentrale CNV, Jan Jacob van Dijk, is de opdracht die de nieuwe tijd stelt helder. “In het verleden legden we de nadruk op looneisen, in de toekomst staat de kwaliteit van de arbeid voorop.”

In deze andere houding van de vakbeweging kan directeur algemene zaken J. van Lier van Fuji in Tilburg, de grootste Japanse produktievestiging in Nederland, zich goed vinden. “We moeten niet al te moeilijk doen over die Japanse produktiemethoden”, zegt Van Lier nuchter.

Mooie aanvulling

“Hun groepsorientatie is een mooie aanvulling voor ons individualisme. Dat geeft een meerwaarde waarvoor vele jonge mensen bewust kiezen. Veel van de Japanse aanpak werkt ook niet in Nederland. Wij zijn een Nederlandse onderneming waar de Nederlander zich moet thuisvoelen. Hier bij Fuji praat ik over dit soort zaken veel met de ondernemingsraad. En als de OR wil dat ik met de vakbeweging praat, dan doe ik dat. De vakbeweging is en blijft belangrijk als tegenmacht, maar moet meer nadenken over haar nieuwe rol in deze en de komende tijd. Ze moet veel meer vanuit de werknemer denken en zich niet te veel met zaken daarbuiten bemoeien.”

(Ex-)FNV'er Koolen en CNV'er Van Dijk gruwen echter van een vakbeweging in enge zin. Koolen: “Bedrijfsbonden die alleen belangen van een bedrijf voor ogen hebben zijn de dood in de pot. Dan is Nederland rijp voor Japanisering en dan bedoel ik de tweedeling onder werknemers waarbij degenen die werken bij grote moederbedrijven het goed hebben en zij die werken bij toeleveranciers het met slechte arbeidsvoorwaarden moeten doen. Een goed sociaal beleid moet er voor alle werknemers in Nederland blijven.” Van Dijk: “Er is toch al een tendens dat het sociaal beleid de dupe dreigt te worden van de internationale concurrentiestrijd. Managers beschouwen het vaak als kostenpost, maar het is veel meer een bate. Het geeft een hoge produktiviteit en arbeidsrust.”

Wetenschapper Ben Dankbaar waarschuwt voor het klakkeloos overnemen van Japanse ideeen als slank produceren met alle, vooral sociale, gevolgen vandien. “Het overnemen van door anderen ontwikkelde modellen heeft grote nadelen. Je loopt altijd achter de feiten aan. Japanners zijn dertig jaar met hun aanpak bezig, dat halen wij nooit meer in. Bovendien moeten we met het kopieren van dat model zo veel goede dingen opgeven. Ga toch uit van je eigen kracht. Goede, harmonieuze arbeidsverhoudingen horen daarbij. We moeten in Nederland en Europa eens gaan nadenken en discussieren over zaken die we zeker willen hebben. Maak strategische keuzes, ontwerp een visie over hoe je je economie en uiteindelijk je samenleving wilt inrichten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden