Liever een dijk vol wilde bloemen dan een biljartlaken

WAGENINGEN - Natuurminnaar Jac. P. Thijsse zou ervan hebben opgekeken: dijken met wilde bloemen zijn vaak sterker dan die met een grasmat als een biljartlaken.

De door hem dichterlijk beschreven 'rijkdom van de dijkbeemden' krijgt een functie in de beveiliging tegen het water - Thijsse heeft er zelfs niet van gedroomd. "Toch groeit de laatste twee jaar dit inzicht bij de waterschappen" , zegt dr. Louis Fliervoet, medewerker voor rivierdijkbegroeiingen van de Adviesgroep Vegetatiebeheer van de landbouwhogeschool in Wageningen. "Een gevarieerde grasmat met kruiden van de oorspronkelijke wilde flora houdt door de beworteling beter stand tegen erosie, tegen afslag bij hoog water" , verduidelijkt hij. Fliervoet geeft - op grond van diepgaand onderzoek - de waterschappen het advies "een gevarieerde grasmat met kruiden" op het talud van de nieuwe, verzwaarde dijken aan te brengen. "Maar daarvoor is een mentaliteitsverandering nodig en pas in de nieuwe bestekken, die over twee jaar in uitvoering komen, zal het enigszins realiteit worden."

De goede raad van 'Wageningen' is gebaseerd op een studie van dr. Karle Sykora van de Vakgroep Vegetatiekunde, Plantenecologie en Onkruidkunde. Hij verrichtte in de jaren tachtig het eerste wetenschappelijk onderzoek naar de plantengroei op rivierdijken. Sykora vertelt in zijn werkkamer (met foto's van 'proefvakken' op dijken): "Er bestond toen nog veel argwaan bij Rijkswaterstaat en de waterschappen over de bestendigheid tegen erosie van een dijktalud met kruidenrijke begroeiingen. Ik trof in de literatuur bij voorbeeld de bewering aan dat als de 'dijkgrasmat mede zou bestaan uit kruiden, de geslotenheid en stevigheid van die kruidengrasmat in gevaar kon komen'. Ons onderzoek werd verricht tussen 1984 en 1987 en inmiddels onderkent Waterstaat dat bloemrijk grasland op dijken een beschermende functie heeft."

Karle Sykora publiceerde samen met Cyriel Liebrand zijn studie in 1987. Het werd een boekje met de titel 'Rivierdijkvegetaties - natuurtechnische en civieltechnische aspecten'. Het was uiteindelijk te danken aan Rijkswaterstaat zelf: de dienst Weg- en Waterbouwkunde financierde het onderzoek. "Na publikatie van het boekje kwamen er veel vragen uit de praktijk, van waterschappen zowel als gemeenten. En de laatste jaren krijgen de beheerders van dijken steeds meer begrip voor het nut van een bloemrijke grasmat. We hebben in ons onderzoek veel aandacht geschonken aan de alarmerende achteruitgang van de wilde flora op de dijkhellingen van Rijn, Waal en IJssel."

De vegetatie van uiterwaarden en dijkhellingen, voor kenners de 'stroomdalflora', is een bijzonder kleurrijke mengeling van bloeiende planten. De stroomdalplanten, ongeveer 100 soorten, komen vrijwel alleen voor langs de grote rivieren langs dijken en in uiterwaarden. Ze bestaan, om er enkele te noemen, uit agrimonie, rapunzelklokje, knikkende distel, wilde cichorei, grasklokje, wilde marjolein en wilde kruisdistel. "De dijkgraslanden zijn van grote betekenis voor de insecten, die bloemen bezoeken. Het aantal vlindersoorten in een soortenrijk grasland is ongeveer drie keer zo groot als in een bemest, intensief begraasd weiland" , schrijft Sykora. Maar ook de stroomdalplanten ontkomen niet aan het lot van de wilde planten in het algemeen, waarvan er in de wereld volgens een schatting elke dag twee soorten uitsterven.

Ruim de helft

"Wij beschikten over een inventarisatie van de stroomdalflora uit 1957 en vergeleken die met de stand van zaken tijdens ons onderzoek. Ik heb al die plekken van 1957 in de jaren tachtig afgelopen en ik stelde vast dat de stroomdalflora in 17 jaar met 56 procent was verminderd. Uit nieuwe berekeningen, waarin gegevens van de benedenrivieren zijn opgenomen, blijkt nu dat er nog maar 20 procent over is in het totale rivierengebied. Vaak zijn het slechts resten van geringe afmetingen, die zich als een smalle strook nog kunnen handhaven.

Vroeger kwamen de stroomdalplanten in zandige kalkrijke oeverwallen in de uiterwaarden en langs dijkhellingen voor; nu zie je ze alleen nog in reservaten en onbeschermde plekjes, die op de vingers van een hand zijn te tellen. Stroomdalgraslanden dreigen binnen afzienbare tijd vrijwel geheel uit het rivierenland te verdwijnen."

Hoe schitterend de bloemenpracht van de rivierdijken vroeger is geweest, weten de liefhebbers van het Verkade-album 'Onze groote rivieren' waarin de natuurkenner dr. Jac. P. Thijsse het nu stervende vooroorlogse rivierlandschap beschrijft. Bekend uit dit album is de aquarel van J. Voerman van een dijkhelling in al zijn zomerse glorie met kattedoorn, knikkende distel, kruisdistel, agrimoniem peen, cichorei en Jacobskruiskruid. "Plaatselijk, vooral aan de IJssel, zijn er nog wel eens situaties die daar wat op lijken" , zegt Sykora. "De achteruitgang is mede een gevolg van een verkeerd maai-beheer, van het laten liggen van maaisel, van het dumpen van gier op de dijkbermen en van intensieve beweiding door schapen in combinatie met bemesting." Over het gevolg van de rivierdijkverzwaringen voor de dijkflora is hij tamelijk pessimistisch. "Op plaatsen waar wordt verzwaard, blijft er niets over; het zijn echt kale dijken geworden."

Sykora heeft met zijn studie aangetoond, dat nieuwe dijken allerminst worden verzwakt bij herstel van de oorspronkelijke vegetatie. Gebleken is dat de wortels van de stroomdalplanten stevigheid aan de 'huid' van de dijk geven. Een talud met wilde planten is minstens zo goed bestand tegen erosie, tegen afslag bij hoog water, als de nu gebruikelijke eentonige grasmat beweid door schapen. "Plaatsen met de beste weerstand tegen erosie blijken niet te worden beweid, maar tweemaal te worden gemaaid; een voorwaarde is wel dat het maaisel wordt afgevoerd."

Financieel probleem

En dit laatste, een goed beheer, met verstandig maaien, is een financieel probleem voor de waterschappen. "Zij zeggen dat ze er in de eerste plaats zijn voor de veiligheid en niet voor natuurbeheer. Wij zouden voor een kwart van de dijken een beheer willen, dat de oorspronkelijke flora in stand houdt. Maar wie betaalt dat? Een probleem is bij maaien de kwaliteit van het tweede maaisel, het hooi van augustus/september. Dat is minder goed dan het eerste maaisel van de voorzomer. Omdat de afvoer van dat slechte hooi geld kost, laten de beheerders het liever liggen of zij verpachten de dijk aan schapeboeren. Bij het laten liggen van maaisel, krijg je brandnetelruigten waardoor de oorspronkelijke flora geen kans krijgt; degene die een afzet vindt voor het maaisel redt de dijkvegetatie" , meent Sykora. "Belangrijk is ook dat de stroomdalflora alleen tiert op zavelige grond, met niet meer dan 25 procent kleideeltjes."

De goedkoopste en meest gebruikelijke methode voor het beheer van de dijkhellingen is nu het laten grazen van schapen op wat Willem den Ouden "gekloond gras" noemt. Kunstschilder Den Ouden, die al vijf jaar opkomt voor het behoud van het rivierlandschap, zegt: "Schapen grazen alles tot op de wortel af, en dat is funest voor de dijkflora. Wageningen kan wel adviezen uitbrengen, maar ik zie op de nieuwe, verzwaarde dijken niets veranderen. De waterschappen blijven de dijkbermen verpachten als schapenweiden."

Wat is hierop de reactie van Fliervoet, die de waterschappen warm moet maken voor een beter beheer? "Voor het terugbrengen van de stroomdalflora op nieuwe dijken hebben we methoden ontwikkeld als het bewaren van zoden en het oogsten van zaad, dat later bij vernieuwde stukken worden uitgezaaid op dezelfde soort grond. Ook laten we soms stroken van een oude dijk met de oorspronkelijke flora zitten, om die weer in te passen in een nieuwe dijk. Dit soort technieken vereist natuurlijk een grote oplettendheid; er worden nog fouten gemaakt, maar het gaat steeds beter.

Dat de mensen er nog niets van zien? Het door ons geadviseerde beheer komt nog niet voor in die gedeelten waarvoor de bestekken drie tot vier jaar geleden zijn gemaakt. Maar we wijzen de waterschappen erop dat een gevarieerde grasmat met kruiden sterker is tegen erosie. En dat plukken we niet uit de lucht: dat blijkt uit heel wat erosieproeven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden