Liever de kinderen dan de buren

Bewoners van de Eindhovense volksbuurt Drents Dorp willen ’anderen niet tot last zijn’.

Laatst belde een oudere vrouw Frans Booij Lieuwes op, zogenaamd om te klagen over het afval rond het naburige tankstation. Buurtbewoners weten hem te vinden, want de gepensioneerde Booij Lieuwes (67) is als vrijwilliger volop actief in zijn wijk. „Binnen een paar minuten wist ik alles: wanneer haar man was overleden, wat haar pensioen was, hoe vaak ze de kleinkinderen nog zag. Het ging helemaal niet om dat afval, ze zat gewoon om een praatje verlegen.” Booij Lieuwes herkent de conclusie van onderzoekster Lilian Linders: rechtstreeks om hulp vragen durven ouderen soms niet.

Drents Dorp is een van de Eindhovense arbeiderswijken rond een oud Philips-terrein. Linders deed haar onderzoek hier, maar volgens de promovenda staat Drents Dorp voor iedere andere volksbuurt in Nederland. Huizen uit begin jaren twintig, met één verdieping en een lage zolder. Wie langs de grauwe gevels en verrommelde voortuinen loopt, snapt waarom een aantal blokken tegen de vlakte zijn gegaan. „Hier komen hogere inkomens, om ons op te krikken”, vertelt buurtbewoonster Annemarie den Hartog (63) enthousiast. Maar sla nog een blokje om, en dezelfde oude arbeidershuisjes staan te pronken met schoongespoten gevels, nieuwe daken en een gerenoveerd interieur. Gelukkig wil woningcorporatie Woonbedrijf het grootste deel van Drents Dorp behouden.

Booij Lieuwes en Den Hartog bemannen een oud pand van kruidenier De Gruyter. ’Info winkel’, staat met een dikke stift geschreven op een bord boven de deur. Ze vormen de schakel tussen bewoners met vragen en de gemeente en woningcorporatie.

Soms stuitten de twee vrijwilligers op mensen die in hun huis vervuilen, maar geen hulp willen. „Wie het hardst ontkent, heeft vaak het hardst hulp nodig”, zegt Booij Lieuwes. „”, zegt Den Hartog. In zo’n geval waarschuwen ze de gemeente.

Veel bewoners zullen ’niet vlug’ hulp vragen aan de buurman, zegt Den Hartog. „Je probeert het toch eerst bij je kinderen.” Booij Lieuwes: „Mensen willen anderen niet tot last zijn.” Den Hartog: „Maar zelf vraag ik vlot iets aan de buurvrouw hoor. Toen mijn man plotseling naar het ziekenhuis moest, heeft de buurman zijn fiets opgehaald, en de buurvrouw me naar het ziekenhuis gereden.”

In wijkcentrum ’Oes Hoes’ rolt een gele bal links over de koersbalmat. „Ik had deze kant gepakt”, zegt een vrouw langs de kant met kennersoog. Wout Stabel (65) zit in de AOW, maar is nog graag actief. Niet alleen als koersballer, maar ook als klusjesman voor zijn oudere flatgenoten. „Helpen in de tuin, of een schilderijtje ophangen”, somt hij op. „Mensen vragen het niet zo direct. Meestal geef ik zelf aan dat ik wil helpen.”

Buiten lopen Danny Smulders (11) en René van der Putten: ook nooit te beroerd om hun buren te helpen. „De plaats vegen, onkruid wieden”, zegt Smulders. „Ik heb een buurvrouw die zelf niet meer zo goed kan bukken.” Soms verdienen ze er iets mee, maar vaak ook niet. „Ik doe het meer voor de vriendelijkheid”, zegt Smulders wijs. „En voor een goede naam.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden