Column

Liever de geest van Burke dan een referendum

Een vrouw stemt tijdens een nationaal referendum in Bulgarije op 27 januari 2013.Beeld anp

In deze kwestie weet je het nooit, maar het is niet uitgesloten dat de Nederlandse burgers in principe het laatste woord krijgen over wetsvoorstellen. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer sprak zich deze week uit voor de mogelijkheid dat burgers wetsvoorstellen die de parlementaire eindstreep hebben gehaald alsnog kunnen verwerpen. Een maand eerder al stemde de Kamer in met een lichtere variant, het niet-bindend raadgevend referendum. Wordt het representatieve stelsel daarmee ondermijnd, zoals een minderheid van VVD, CDA en SGP veronderstelt, of zijn het aanvullingen die dit stelsel een democratische meerwaarde geven?

Misschien nog wel belangrijker dan het antwoord op deze vraag is dat er eens een knoop wordt doorgehakt. De discussie over de wenselijkheid van een referendum sleept al decennialang en vertoont de laatste jaren een grote wispelturigheid. Dat zegt veel over de onzekerheid onder de Haagse politici over hun positie en rol. Zet die onzekerheid eens af tegen de besliste wijze waarop de Britse conservatief Edmund Burke zijn taak als parlementslid opvatte.

Direct na zijn verkiezing in het Lagerhuis in 1774 maakte Burke aan zijn kiezers in Bristol duidelijk dat hij naar niet Londen ging om de lokale belangen te dienen, maar het algemeen belang. 'Het parlement is niet een congres van ambassadeurs van verschillende en met elkaar strijdige belangen, maar de beraadslagende vergadering van één natie met één belang, dat van het geheel'. Burke beloofde de opvattingen van zijn district ernstig te wegen, maar van last of ruggespraak kon geen sprake zijn. Hij zou zich laten leiden door wat naar zijn overtuiging en geweten het beste was voor het algemeen welzijn.

'Je kunt maar één keer de dorpsgek uithangen'
Andere tijden, andere sociale verhoudingen. Maar ook in de afgelopen decennia waren er Kamerleden die vanuit de Burkeaanse grondhouding opereerden, de angst voor de politieke leiding van de partij of de meewarigheid van fractiegenoten ('Je kunt maar één keer de dorpsgek uithangen') trotserend. Gek genoeg is revaluatie van deze houding in de debatten over staatkundige hervormingen nimmer in beeld geweest, hoezeer ook in overeenstemming met de nog altijd vigerende constitutionele opdracht aan Kamerleden om te stemmen zonder last.

Het ijveren voor referenda komt dan ook niet voort uit kracht, maar uit parlementaire zwakte en uit politieke berekening. Kijk naar de VVD. Deze partij sprak zich in haar Liberaal Manifest van 2005 uit voor allerlei vormen van directe democratie, waaronder het referendum. Ook schaarden de liberalen zich in dat jaar achter het raadplegend referendum over de Europese grondwet. Maar afgelopen donderdag verklaarde het VVD-Kamerlid Taverne met droge ogen dat zijn partij principieel tegen referenda is.

Achteraf is wel duidelijk geworden dat het politieke hoogtij voor het referendum in die periode was ingegeven door angst voor de burgers. Het referendum over Europa diende vooral om de onlustgevoelens na de moorden op Fortuyn en Van Gogh te beteugelen. Hoewel het niet-bindend was, verklaarden politici, toenmalig Kamervoorzitter Weisglas voorop, om het hardst dat ze zich bij de uitslag zouden neerleggen. Het verschil tussen de varianten die nu in behandeling zijn, is dan ook niet zo fundamenteel als het lijkt. Als burgers straks het niet-bindend raadgevend referendum zouden inzetten, zal dat al gauw een bindend karakter krijgen - van dat louter theoretische verschil zal de senaat nog wel een punt maken.

Directe democratie als breekijzer
De politieke berekening zit vooral bij de populisten, die in 2005 ontdekten dat deze vorm van directe democratie als breekijzer in gevestigde verhoudingen kan dienen. De uitslag van het Europa-referendum was het begin van de grote doorbraak van de SP, als ook van de opkomst van Wilders. Het was consistent geweest als ook de herziene Europese grondwet (het Verdrag van Lissabon) aan een referendum was onderworpen, maar de christen-democratische premier Balkenende voorkwam dat, door in het kabinet (met de PvdA) het machtswoord te spreken.

Zijn landen die referenda kennen democratischer dan landen met een representatief stelsel? Het hangt af van hoe je het begrip democratie opvat. Een referendum werkt in veel opzichten verengend en vergrovend, omdat het volle accent ligt op de meerderheidsvorming, en politieke verantwoording ontbreekt. Een risico is dat er minder oog is voor de verliezende minderheid en dat door het polariserend effect van een versimpelde keuze schakeringen in posities verdwijnen.

Deze nadelen worden hooguit een beetje ondervangen doordat een referendum politici dwingt voorafgaand aan de stemming alles uit de kast te halen om hun standpunt over het voetlicht te brengen. Dat zou natuurlijk altijd het geval moeten zijn. In 2005 lieten de voorstanders van de Europese grondwet het lelijk afweten. Krijg je dat als je als politicus een Burkeaanse houding aanneemt? Integendeel, Burke wilde het nauwst mogelijke contact houden met zijn district. Hij wenste, kort gezegd, noch van zijn kiezers te vervreemden, noch aan hun leiband te lopen. Daaruit valt nog altijd een les te trekken, die in het voordeel van de vertegenwoordigende democratie spreekt. Of de voorstanders van referenda de burgers echt serieus nemen? Ik vraag het me af.

 
Het parlement is niet een congres van ambassadeurs van verschillende en met elkaar strijdige belangen, maar de beraadslagende vergadering van één natie, met één belang, dat van het geheel
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden