Lieveheersbeestjes als alternatief voor gif?

De neonicotinoïden - het 'bijengif' - staan weer ter discussie na een nieuwe studie van Europese topwetenschappers. De luizenbestrijder doodt effectief de plaagdieren die oogsten bedreigen, maar ook onschuldige insecten sneuvelen massaal. De lelieteler kan echter moeilijk zonder. Of toch wel?

JOOP BOUMA

Gazelle is een doder

Midden op tafel in de eetkeuken van Henk en Dieneke Joling staat een grote, witte plastic container. Gazelle staat er op. Vijf kilo kan er in, de flacon is nog halfvol. "Hier gaat het om", zegt Henk Joling, bollenteler te Dwingeloo. "Dit is een luizenmiddel, een neonicotinoïde. Het wordt op het voedsel gespoten dat jij eet." Waarmee hij maar wil zeggen: het zal wel meevallen met die vermeende giftigheid.

Joling wijst op het wettelijk gebruiksvoorschrift achterop de flacon met acetamiprid, een algemeen toegepaste insecticide. 'Zeer giftig voor waterorganismen', staat er. Maar ook, en daar gaat het Joling om: bij de teelt van aubergines, tomaten, paprika's en pootaardappelen mag acetamiprid tot uiterlijk drie dagen voor de consumptie nog op het gewas worden gesproeid. "Volgens de deskundigen is het middel na een veiligheidstermijn van drie dagen al niet meer schadelijk."

Dus? Waar hebben we 't over?

Joling teelt onder meer lelies. Op zo'n 100 hectare. Hij exporteert zijn bloembollen naar China, Japan en de VS. In China en Japan willen ze heel grote bollen, in de VS kleinere. Een kapitaalsintensieve teelt. Het kan zeven jaar duren voordat een nieuw soort lelie is ontwikkeld van weefselkweek in het laboratorium tot een verkoopbaar product. Bij zo'n lange, kostbare ontwikkeltijd wil je in het oogstjaar geen bladluizen op het gewas, die virussen overbrengen.

Het is een teelt waarbij er nogal wat gespoten moet worden, gemiddeld 22 keer per seizoen. Joling: "We hebben de schijn tegen. Het lijkt alsof we 22 keer met die neonicotinoïden sproeien. Dat is echt niet zo, we spuiten pas met dit middel als het met de luizen spannend wordt, na half augustus, begin september. Twee tot drie keer. Je gebruikt dit middel om kolonievorming van luizen tegen te gaan. Daarvoor moet je een doder spuiten. Gazelle is een doder. De andere keren dat we spuiten gaat het om andere middelen, zoals vloeibare bemesting en ook chemische middelen, tegen schimmels bijvoorbeeld. In feite dezelfde middelen als die op voedselgewassen en in de akkerbouw worden gebruikt. Bovendien spuiten we juist vaker, zodat we per spuitbeurt minder werkzame stof hoeven te gebruiken. Dat is ook beter voor het milieu."

"Er hangt voor ons veel af van de oogst. We hebben tien man op het bedrijf rondlopen, in het seizoen komen er nog 25 Polen bij. Die hebben ook gezinnen die moeten eten."

Het raakt ze wel, zegt Dieneke Joling, de discussie over het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waarin zij en haar man en de andere bollentelers in de Drentse gemeente Westerveld verzeild raakten. In het gebied is actiegroep Bollenboos actief, die al jaren stevig campagne voert tegen de bollenkweek. De teelt gedijt goed op de vruchtbare esgrond in deze gemeente. Zo'n 150 hectare wordt ieder jaar gebruikt voor de lelieteelt, ruim de helft komt voor rekening van Joling.

"De discussie wordt vooral gevoerd op emotie en onwetendheid", zegt Joling. Maar, zegt zijn vrouw, "op het moment dat blijkt dat neonicotinoïden onveilig zijn voor mensen en het milieu, zijn wij de eersten die ermee stoppen". De Gezondheidsraad doet momenteel onderzoek naar de risico's voor omwonenden.

Studies die uitwijzen dat de neonicotinoïden ernstige gevolgen hebben voor tal van insecten en weidevogels, dieren die niet bedreigend zijn voor oogsten, hebben Joling niet overtuigd. "Eerst ging de discussie over de bijen. Nou, dat hebben ze niet hard kunnen krijgen. De wetenschap is het niet eens. Niemand heeft alle studies, want een deel ligt bij de fabrikanten en zijn geheim. Het Ctgb, dat de bestrijdingsmiddelen in Nederland toelaat, heeft ze wel. Wij vertrouwen op het Ctgb, dat zijn echt geen domme jongens. Die laten zich heus niets zeggen door fabrikanten als Bayer, Centris of Syngenta. Zolang het Ctgb zegt dat het vertrouwd is, blijven wij deze middelen gebruiken."

Maar er is nu nieuw Europees onderzoek, van vooraanstaande wetenschappers. Wat als de Europese Commissie op basis van die studie én de geheime onderzoeken van de industrie, toch concludeert dat de voordelen van neonicotinoïden voor de teelt niet opwegen tegen de nadelen voor allerlei organismen en een algemeen verbod uitvaardigt? Joling: "Dan wordt het voor de lelieteelt een heel stuk lastiger. Ik vrees dat wij dan moeten terugvallen op oude middelen en ik weet niet of het milieu daarbij gebaat zal zijn. Als ze verboden worden, dan hoop ik wel dat wij als bollentelers de tijd krijgen om alternatieven te vinden. We zijn al bezig met veredeling, het kweken van sterkere soorten. Maar dat kost tijd. Ik hoop dat we die krijgen."

Biologische teelt ziet Joling voorlopig niet als een veelbelovend alternatief. "Er is nog geen afzet voor biologisch geteelde bollen. De Chinees en de Japanner willen goeie kwaliteit en wij hebben er maar voor te zorgen dat we die leveren." Joling gaat dit jaar een proef doen met het biologisch telen van tulpenbollen. "Dat zal voorlopig geen grote teelt worden." Maar daar denkt de biochemicus Claudia Külling heel anders over.

undefined

'Uitkomst experiment was verrassend'

Frans Langelaan, bollenkweker in Julianadorp, deelt het enthousiasme van Claudia Külling over het effect van artemisia's bij de bestrijding van luizen. Hij zag met eigen ogen hoe zijn proefveld virusvrij bleef, dank zij de lieveheersbeestjes die op de planten afkwamen. "De aanpak is voor ons bollentelers heel interessant. De uitkomst was verrassend."

Maar het is bij de ene proef gebleven. Langelaan: "De eisen in de bollenteelt zijn hoog. Het gaat hier om exportproducten. Er moet meer onderzoek worden gedaan. Ons proefveldje lag dicht bij de Noordzeekust. Maar hoe zou zo'n proef uitvallen op de esgronden in Drenthe? Het gaat erom dat er een betrouwbare toepassing voor de praktijk uit komt. Zo ver is het nog niet."

Langelaan zelf heeft op zijn bedrijf nog wel een proefje gedaan. Hij plantte artemisia's in verrijdbare bakken die naar bollenvelden konden worden gereden. Maar de planten deden het niet goed in de bakken en vroegen veel onderhoud.

undefined

Het kán ook anders

Claudia Külling heeft een methode ontwikkeld om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt drastisch terug te dringen. Misschien zelfs wel geheel overbodig te maken. Haar oplossing: artemisia, beter bekend als alsem en bijvoet, een plant met mooie, geurende, grijzige bladeren.

Külling, geboren in Zwitserland, drijft samen met biologe Ingrid Weissenhorn het bedrijf Servaplant in Nootdorp, dat zich toelegt op milieu- en natuurvriendelijke teeltmethoden. "We waren al een tijd bezig met het zoeken naar methoden om bladluizen op gewassen op een milieuvriendelijke manier te bestrijden."

Bladluizen kunnen virussen overdragen die de bollen onverkoopbaar maken. Külling ontdekte in haar eigen tuin dat op artemisia een speciale soort luis voorkwam die veel lieveheersbeestjes aantrok. De lieveheersbeestjes beschouwen de minuscule diertjes als hun hoofdvoedsel. "Ik had al jaren last van luizen op mijn fruitbomen in de tuin. Maar toen de artemisia met daarop de luizen groeide, zagen we overal lieveheersbeestjes, ook op de fruitbomen. In dat jaar had ik voor het eerst geen luizen."

Zo'n aanpak moet ook in de teelt van gewassen te gebruiken zijn, dacht Külling. Lieveheersbeestjes zijn effectieve én milieuvriendelijke bestrijders van luizen. Ze worden in gesloten kassen volop gebruikt. Bij de teelt in de openlucht ligt dat moeilijker. De insecten verdwijnen als de luizen op zijn. Maar, dacht Külling, als ik de artemisia's mét luis als voedselbron voor lieveheersbeestjes nou eens naar de teeltgewassen breng, dan trekt dit mogelijk de insectjes aan en dan zullen die misschien ook luizen gaan bestrijden in bolgewassen.

Külling kwam in contact met enkele bollenkwekers in Noord-Holland. Met subsidie van het ministerie van economische zaken en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling zette ze met de kwekers een experiment op. Frans Langelaan, bollenkweker in Julianadorp, besloot aan de proef mee te doen. Rondom een veld van 1,5 hectare waarop narcissen, tulpen en lelies werden geteeld, plantte Külling een smalle strook artemisia's met luis. De bloembollen werden niet bewerkt met insecticiden, zoals de omstreden neonicotinoïden. Vlak in de buurt werden op grond van Langelaan dezelfde bollen gepoot. Zij werden behandeld met de gebruikelijke cocktail van bestrijdingsmiddelen.

Külling: "We wilden aantonen dat het gebruik van insecticiden kon worden gehalveerd. Dat is uitstekend gelukt. Uiteindelijk bleek zelfs dat er helemaal niet hoefde te worden gespoten. Iedereen was verrast over de uitkomst van de proef. Ik zelf ook. De lieveheersbeestjes uit de artemisia's en de aangetrokken sluipwespen zorgden ervoor dat bladluizen op de bloembollen geen kans kregen."

undefined

Op zoek naar geldschieters

De proef, in 2012 uitgevoerd, was eenmalig. Külling: "We hadden geen geld om het experiment elders te herhalen, helaas. Er zijn meer tests nodig om de praktijkwaarde aan te tonen. Ik ben op zoek naar geldschieters. Ik denk dat milieuvriendelijke plaagbestrijding een deel van de oplossing is en dat we het gebruik van insecticiden drastisch kunnen beperken met andere oplossingen, zoals de artemisia's."

"Chemische bestrijdingsmiddelen zullen helaas wel nodig blijven. Maar insecticiden worden nu te massaal ingezet en niet selectief. Ik vind dat de neonicotinoïden niet hadden moeten worden toegelaten, vooral vanwege de slechte afbreekbaarheid van deze stoffen in het milieu. De toxicoloog Henk Tennekes heeft er jaren geleden al voor gewaarschuwd. Die man heeft op alle punten gelijk gekregen."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden