Review

Lieve mam, huil nu, maar wees dapper

Heel weinig SS'ers hielden een dagboek bij – dat was streng verboden. De oudere broer van de Duitse schrijver Uwe Timm deed het toch. Wat noteerde deze Karl-Heinz, en vooral: wat niet? In schitterend, ingehouden proza, vertelt Uwe Timm hoe hij hoopt in deze regels een antwoord te vinden op zijn vragen. ,,Terrein wordt uitgekamd. Veel buit! daarna verder oprukken.”Boeken over het Duitse oorlogsverleden, over schuld en de manier waarop de geschiedenis al of niet is verwerkt, zijn er uiteraard bij de vleet. Meteen na 1945 was het de generatie van Heinrich Böll, Wolfgang Koeppen en Alfred Andersch die het thema ter sprake bracht, en later rekenden de kritische en/of marxistische Achtundsechziger af met de zogenaamde vadergeneratie, de daders, medeplichtigen en meelopers. Maar ook de jongste Duitse literatuur maakt geen boog om het onderwerp, en afgelopen jaar trokken liefst drie autobiografische boeken de aandacht waarin het Duitse verleden en de nasleep van het nationaal-socialisme centraal stonden: Peter Hürtlings 'Leben lernen', Ulla Hahns 'Unscharfe Bilder' en, als dunste maar ook zwaarwichtigste en indrukwekkendste van het drietal, het nu fraai vertaalde 'Am Beispiel meines Bruders' van Uwe Timm (1940).

Uwe Timm was een nakomertje binnen het gezin van een Hamburgse bontwerker. Hij had een broer en een zus die respectievelijk zestien en achttien jaar ouder waren. Zijn broer Karl-Heinz ('1,85 lang, blond, blauwe ogen') werd in 1942 vrijwillig lid van de Totenkopfdivision, een eliteeenheid van de SS die was voortgekomen uit de bewakingseenheid van het concentratiekamp Dachau. In 1943 raakte hij zwaar gewond in Rusland, zijn beide benen werden geamputeerd, en enkele weken later overleed hij in een Oekraïens lazaret. Karl-Heinz had een dagboek bijgehouden – hoewel dat streng verboden was binnen de SS – en veldpostbrieven aan zijn ouders gestuurd, en het zijn deze documenten waaruit Uwe Timm regelmatig citeert. Niet zelden gaat het om ontroerende passages, misschien wel mede dankzij de stilistische onbeholpenheid. Op 9 oktober 1943 schrijft hij aan zijn moeder: ,,Lieve mam huil nu maar wees dapper ik zal met mijn protheses net zo goed kunnen lopen als vroeger bovendien is de oorlog voor mij afgelopen en jij hebt je zoon terug ook al is hij invalide(...) nogmaals lieve mam maak je geen zorgen en verdriet en huil niet je maakt me het leven alleen maar moeilijk.”

Waarom werd Karl-Heinz, die als kind lange tijd ziekelijk was, vrijwillig lid van de SS? Was hij actief betrokken bij zogenaamde zuiveringen en bij het fusilleren van burgers, joden en gijzelaars? En vooral: had hij een besef van dingen als daderschap, schuld, onrecht? Dat zijn de vragen waarop Uwe Timm een antwoord probeert te krijgen. Nauwkeurig houdt hij het dagboek en de brieven tegen het licht, leest en herleest passages als deze: ,,Bruggenhoofd over de Donets. 75 m rookt Ivan sigaretten, voer voor mijn MG.” Of: ,,Terrein wordt uitgekamd. Veel buit! daarna verder oprukken.”

Uwe Timm betreurt dat er in de documenten nergens sprake is van medeleven of ontluikend verzet. Ook verwijt hij zijn broer dat hij met twee maten meet: het bombardement op Hamburg, waarbij duizenden doden vielen en de ouderlijke woning van de Timms werd verwoest, noemt hij 'moord op vrouwen en kinderen', terwijl het leed van de Russen hem onberoerd laat. Toch treft Uwe Timm nergens antisemitische uitlatingen aan en ook geen stereotypen als 'Untermenschen' of 'uitschot', zoals ze soms voorkwamen in de veldpostbrieven van andere soldaten. Karl-Heinz Timm was kortom een doorsneesoldaat, een exemplarisch figuur (waarnaar de Duitse titel, meer nog dan de Nederlandse, verwijst), die slechts handelde uit gehoorzaamheid en een vleugje idealisme.

De ouders reageren volstrekt tegenstrijdig op de dood van hun zoon. Moeder Timm wilde niks meer te maken hebben met de nazi's, kreeg een afkeer van het leger en de politiek. Soms voelde ze zich schuldig, ook door de moord op de joden. Haar man daarentegen kon geen verdriet toelaten, alleen woede, die zich vooral richtte op incapabele generaals en op 'verraders' zoals de emigranten Thomas Mann en Marlene Dietrich. Hoewel hij geen echte nazi was en ook nooit partijlid was geweest (hij vond de bruinhemden te 'lomp'), bleef hij de Duitse nederlaag betreuren. In de jaren vijftig wil Uwe Timm met hem een gesprek aangaan over het Duitse verleden. ,,Koppigheid en verdringing waren de reactie. Prangende vragen werden door mijn vader geneutraliseerd met: dat snap jij toch niet. Jij hebt dat allemaal niet meegemaakt.”

Bij deze passage moet je onwillekeurig denken aan een ander bekend werk uit de recente Duitse literatuur: Bernhard Schlinks 'De voorlezer'. In beide gevallen verdringt de oudere generatie het Duitse verleden. In 'De voorlezer' (het enige goede boek van de verder dubieuze Schlink) is het de hoofdpersoon die bij zijn vader en leraren nul op het rekest krijgt als hij naar het verleden informeert, waarin hij door zijn erotische escapades met een kampbewaakster verstrikt is geraakt.

Hoe moet je 'Mijn broer bijvoorbeeld' noemen? Een roman is het zeker niet, eerder een werkjournaal of een bundel met losse aantekeningen. Alles loopt bij Timm door elkaar, ook in chronologisch opzicht; nu eens gaat het over zijn broer, dan weer over zijn ouders, een late reis door Rusland in de hoop om het graf van zijn broer te vinden, of over zijn leeservaringen: Primo Levi, Jean Améry of het boek met de veelzeggende titel 'Doodgewone mannen; Een vergeten hoofdstuk uit de jodenvervolging' van Christopher Browning. Overal is sprake van een voorzichtige, welhaast tastende vertelwijze, van een volledig ontbreken van effectbejag. Misschien is het wel de intieme toon die dit boek zo aangrijpend maakt. Erg fraai is het portret dat Uwe Timm van zijn ouders geeft. Over zijn vader oordeelt hij opvallend gedifferentieerd. Enerzijds laakt hij zijn autoritaire trekken, anderzijds schrijft hij op liefdevolle, welhaast sensuele toon over deze mooie en ietwat dromerige man die enigszins boven zijn stand leefde. Ronduit liefdevol is het beeld van zijn moeder, die haar echtgenoot ruim dertig jaar overleefde en tot haar 82ste bleef werken in de Hamburgse bontzaak. Deze vrouw van goeden huize cijferde zich zelf volledig weg ('het woord emancipatie zei haar niets'), maar had wel degelijk een scherp en soms vinnig oordeel over haar medemensen. Als bejaarde vrouw onderneemt ze nog een reis naar Rusland in de voetsporen van haar jong gestorven zoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden