'Lieve, grote Janacek, gun jezelf een paar stille momenten'

Langzaam zakt uit de toneeltoren een huisje. IJzeren contouren, bekleed met zwart plastic. Sopraan Miranda van Kralingen zingt in het Tsjechisch: “Gooiden ze me maar in de Wolga. Maar tegenwoordig is het motto: Blijf leven, blijf leven en mogen je zonden je kwellen.” De expressie spettert er vanaf. In de bak van de Twentse Schouwburg in Enschede probeert dirigent Niksa Bareza het Orkest van het Oosten tot grotere precisie te bewegen; een aartslastige hoornsolo gaat nog niet helemaal naar wens. Regisseur Erik Vos komt even van de regietafel gelopen om te vertellen dat ik nu naar een 'Ersatz'-huis kijk; tijdens de echte voorstelling zal er een papieren huisje in vlammen opgaan.

Deze maandagochtend komt er tijdens een doorloop van de derde akte al veel van de kracht van Leos Janáceks opera 'Katja Kabanová' over. “Het is slechts een doorloop zonder licht en zonder Boris”, verontschuldigt Vos zich van tevoren, daarmee doelend op de afwezigheid van één van de hoofdrolzangers en de lichttechnici. De Nationale Reisopera is in de laatste dagen van voorbereiding van haar nieuwe productie van 'Katja Kabanová'.

Vos debuteert bij de Reisopera met een opera die hij helemaal niet kende. Intendant Langevoort had hem aanvankelijk 'Parsifal' van Wagner aangeboden. Daar zei Vos neen tegen.

“De belangrijkste vraag voor mezelf is altijd: wil ik het doen?”, zegt Vos. “'Parsifal' wilde ik pertinent niet ensceneren. Veel te moeilijk, en te lang voor de korte repetitieperiode die beschikbaar is. Bovendien heb ik moeite met de thematiek. Daar komt nog bij dat ik ook moeilijkheden heb met helden. Toen Louwrens Langevoort me vervolgens 'Katja Kabanová' voorstelde, zei ik: maar ik ken 'Katja' helemaal niet! Ik kende de muziek van Janácek nauwelijks. Ik kende 'Jenufa' niet, noch 'Het sluwe vosje'. Toen ik 'Katja' op aandrang van Langevoort voor de eerste keer beluisterde, vond ik het overweldigende muziek, heel erg fataal-bewogen.”

“De partituur is een geserreerde bal van blikseminslag en tederheid. Je moet ervoor oppassen dat het niet té geserreerd wordt, té gespannen; de stille momenten moeten ook een kans krijgen. Zoals bij Shakespeare in de monologen. Daarin laat deze zijn personages even uit de turbulentie komen. Bij muziek is dat anders geregeld, maar er zijn momenten in de partituur dat ik de muziek even zou willen stilzetten, dat ik tegen de componist zou willen zeggen: lieve, grote Janácek, gun jezelf een paar plekken stilte.”

Janáceks opera ging op 23 november 1921 in wereldpremière in Brno. Het libretto van de componist zelf was gebaseerd op het toneelstuk 'De Storm' van Alexander Nikolajevitsj Ostrovski. Het verhaal speelt zich af in een Russisch provinciestadje aan de oevers van de Wolga. Katja is getrouwd met de rijke koopman Tichon, maar hun huwelijk wordt gedomineerd door Kabanicha, de moeder van Tichon. Als Tichon op zakenreis gaat, moet hij van zijn moeder Katja vernederende gedragsregels opleggen. Katja raakt van slag. Ze bekent Varvara, pleegdochter van Kabanicha, dat ze zich ongelukkig voelt en dat ze een onbestemd verlangen voelt naar iemand die haar weg zal komen halen. Varvara spoort haar aan toe te geven aan haar gevoelens, waarop Katja een ontmoeting heeft met Boris, die verliefd op haar is. Katja bekent ook hem haar liefde. Als Tichon is teruggekeerd van zijn reis, bekent Katja tijdens een zware storm aan haar familie dat ze Boris tijdens Tichons afwezigheid iedere dag heeft gezien. Na de bekentenis vlucht ze weg. Aan de oevers van de rivier ziet Katja Boris voor de laatste maal. Ze neemt afscheid van hem en springt in de Wolga.

Vindt Erik Vos niet, met zijn afkeer van helden, dat Katja ook een soort van heldin is?

“Nee, ik zie Katja niet als heldin. Ze is rebels, opstandig en absoluut geen heilige. Ze wordt aangezogen door een tweespalt: jezelf aanpassen aan een wereld die je eigenlijk veranderen wilt. Katja probeert zich aan te passen aan de gemeenschap waarin ze terechtkomt, een klote-wereld vol hypocrisie. Tegelijkertijd wil ze dat er iets veranderen zal, zoals er na de Eerste Wereldoorlog een sterke opstandige beweging in Europa heerste, die vond dat er iets veranderen moest. Het stuk heeft een grote affiniteit met 'Nora' en 'Hedda Gabler' van de Noorse toneelschrijver Ibsen. Daarin spelen ook vrouwen - die op zoek zijn naar vrijheid - de hoofdrol. Katja gaat weliswaar niet zover als Nora of Hedda, maar de overeenkomsten zijn er.”

Een eerste gesprek met Erik Vos over zijn Janacek-regie vond plaats in december, toen de maquette van het decor (een ontwerp van Tom Schenk) werd gepresenteerd. In de Twentse Schouwburg staat die maquette ineens levensgroot op het toneel en is de verbeelding werkelijkheid geworden. “Het ziet er wel zo uit zoals ik het me had voorgesteld”, zegt Vos. “Eén idee hebben we moeten laten varen. We wilden een passerelle door de zaal maken, zodat de zangers ook langs en voor de orkestbak kunnen komen; daardoor wordt het contact met het publiek veel intenser. Helaas was dat technisch gezien hier niet mogelijk.”

Hoe ontstaat en decor?

“Ik werk al heel lang samen met Tom Schenk. Ik sta op het standpunt dat je een ontwerper nooit moet zeggen hoe hij het moet doen, en al helemaal niet als het een creatieve ontwerper is. De creativiteit moet kunnen opbloeien. Tom en ik gaan in het begin 'brainstormen'. Op een bepaald moment verankert er zich een woord. In dit geval was dat : ijsvlakte. Dan heb je iets om op verder te werken. In het decor duidt de orkestbak de plaats van de Wolga aan. Er is uiteraard veel discussie en soms pakt een ontwerp heel anders uit dan je gedacht had. Ik begin het werk aan een dergelijk project met het schrijven van een verhaal waarin verschillende kernbegrippen voorkomen die wezenlijk zijn voor de opera. Voor 'Katja Kabanová' zijn dat onder andere huis, RIVIER en NATUUR.”

In dat verhaal schrijft Vos onder meer dat het koor heel weinig optreedt, maar dat het een grote emotionele lading heeft. Het koor vertolkt, vanachter de bühne, bovenal de aanwezigheid in klank van de stromende rivier. De rivier die tegelijkertijd symbool staat voor dreiging en bevrijding. Tijdens de repetitie zoeken dirigent Bareza, koorleider Semyon Rozin en de technici naarstig naar een goede balans voor het koor, dat achter de bühne zingt. Men probeert het met elektronische versterking, maar het resultaat klinkt lelijk.

Vos: “De samenwerking met dirigent Niksa Bareza is optimaal. We voelen elkaar goed aan. Als ik een idee krijg, springt Bareza daar positief op in en omgekeerd ook. Hij kent de partituur zo door en door. Met de zangers heb ik uitstekend gewerkt; er zijn geen problemen geweest. Ik kan muziekmensen goed inspireren. Miranda van Kralingen, onze Katja, kende ik al en het werken met haar is heerlijk.”

Is het verhaal van Katja er een van schuld en boete?

“Schuld is een begrip waar ik niet van houd. Het is zo'n besmet christelijk woord. Katja heeft wel schuldgevoelens, maar in de trant van: je hoort je te gedragen. De Boris op wie ze als getrouwde vrouw verliefd wordt, is een onmogelijkheid, een visioen. Ik verheerlijk Boris allerminst; het is zo iemand op wie Katja misschien binnen twee jaar is uitgekeken. Katja wil deel uitmaken van een groter geheel en Boris is daarvoor niet sterk genoeg. Boris doet me denken aan de wankelmoedige karakters van Tsjechov.”

Maar als Katja zich niet schuldig voelt, hoe moeten we dan haar openlijke biecht zien?

“Die bekentenis werkt voor Katja als een bevrijding. Ze wil eerlijk zijn. Katja is een rijke figuur, die zich misschien wel schuldig voelt, maar zich absoluut niet uit schuldgevoel in de Wolga werpt. Die daad is er een van schoon schip maken. Katja wil de verantwoordelijkheid dragen voor haar daden. Ik zie Katja's zelfmoord ook niet als een negatieve daad. Doordat zij zich verdrinkt in de Wolga wordt ze opgenomen in een kosmisch bestaan en ontkomt ze aan de benepenheid van haar tijd. Dat heeft ze altijd gewild: deel uitmaken van een groter geheel.”

Zo pratend komt Erik Vos langzaam bij het thema van zijn 'Katja Kabanová'.

“Het stuk speelt zich af in de verbeelding van Katja. Een analogie met de aan de rots geketende Prometheus die in de laatste seconden zijn leven door zich heen ziet flitsen. In 'Dido and Aeneas' werd door Dido in de eerste aria een cirkel in het zand getekend; die duidde de plek aan waar zij zou sterven. Op die manier kun je ontsnappen aan het realisme van een stuk. Ik zou Janáceks opera dan ook het liefst willen beginnen met de verdrinking van Katja, maar of ik het uiteindelijk ook doe, weet ik niet. Muziekdramatisch gezien zou het heel goed kunnen. De signalen in het slagwerk zijn aan het begin van de opera exact gelijk aan die aan het slot. Je moet bepaalde ideeën echter ook niet helemaal willen uitwerken, omdat de toeschouwers zelf ook mee moeten gaan in de verbeelding.”

Miranda van Kralingen is bij haar slotmonoloog aangekomen. Een paar dingen moeten over. Eerst zingt ze bepaalde veeleisende passages nog met gemarkeerde stem, maar uiteindelijk kan ze de kracht van Janáceks muziek kennelijk niet weerstaan en zingt ze met prachtige volle stem: “Op mijn graf zullen vogels komen zingen en zij zullen er hun jongen brengen. En er zullen bloemen bloeien, rode, blauwe en gele. Wat vredig en mooi, wat mooi. En nu moet ik sterven.”

Vos probeert met opgestoken hand vanuit de zaal de aandacht van Van Kralingen te trekken. Als zij het bemerkt, brengt hij de toppen zijn duim en wijsvinger tegen elkaar als teken van bewondering. De zangeres maakt dankbaar een diepe buiging voor de regisseur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden