'Lieve God, laat me alleen blijven'

Dagboek van Doeschka Meijsing van 1961 tot 1987; van hooggestemde tiener tot met de liefde worstelende intellectueel

In 2012 overleed op vierenzestigjarige leeftijd, te vroeg dus, Doeschka Meijsing, een van onze beste schrijvers van het eind van de vorige eeuw en de belangrijkste vrouwelijke vertegenwoordiger van wat in de wandelgangen Revisorproza is gaan heten.

De schrijvers van dit proza, veelal publicerend in het tijdschrift De Revisor, wilden wel een verhaal vertellen maar niet zomaar; vorm, structuur en verbeelding waren voor hen belangrijker dan de anekdote. Hun grote voorbeelden waren schrijvers als Nabokov, Borges, Gombrowicz, in Nederland Vestdijk. Je kunt je voorstellen dat Schrijverschap met een hoofdletter op hun programma stond en zeker geldt dat voor Doeschka Meijsing, zoals we haar in het zojuist gepubliceerde eerste deel van haar dagboeken, getiteld 'En liefde in mindere mate', leren kennen. Schrijverschap en liefde, die twee, maar de liefde 'ín mindere mate' dus.

Meijsing begint haar dagboek in 1961 op veertienjarige leeftijd en zo krijgen we niet alleen de geschiedenis van een specifiek schrijverschap in beeld maar vooral ook de ontwikkeling van een intellectuele vrouw in misschien wel de woeligste jaren van onze recente geschiedenis, de jaren zestig, zeventig en tachtig, als heel Nederland op de schop gaat, de oude gezagsstructuren verdwijnen en nieuwe idealen de boventoon voeren. Meijsings dagboek is een vinger aan de pols. Ze begint in de trant van Anne Frank, aanvankelijk een groot voorbeeld, oplettend en hier en daar een beetje dweepziek.

In 1962, vijftien jaar oud, schrijft ze bijvoorbeeld: "Ik ben jong en gelukkig. Ik heb nog een leven voor me. Ik heb een hart dat te groot is voor mijn lichaam. Mijn hart wil eruit. Ik geniet van dit leven, ik hou ervan. Mijn bloed stroomt, mijn hart klopt en aan alles weet ik dat ik leef, dat ik meega in het grote avontuur van het leven." Het meisje uit het oerkatholieke gezin Meijsing, waarin even later ook nog het schrijftalent van haar broer Geerten opbloeit, loopt weg met Huub Oosterhuis, maakt zich druk om de H-bom en het socialisme.

Maar al gauw gaat het haar niet zozeer meer om de wereld om haar heen maar vooral nog om haar literaire dromen. Eind 1967 schrijft ze: "Zal ik ooit nog schrijven? Als het antwoord daarop nee is, dan is alle bestaansgrond weggevallen en ik geloof niet dat er ooit nog eens een nieuwe bestaansgrond komt, of ik zou weer iemand lief moeten krijgen op de mystisch verliefde manier (en dat was de bakvisch-periode)."

Wat volgt is het verslag van een evenzeer intens als wankelmoedig beleefd schrijverschap. Als je dit dagboek aan iemand zou willen aanbevelen is het wel aan beginnende schrijvers, om ze moed in te praten: kijk, ook belangwekkende schrijvers hebben last van onzekerheid! Meijsing publiceert haar eerste boeken, 'De hanen', 'Robinson', 'De kat achterna', allemaal titels die in het geheugen van de Nederlandse literatuur zijn neergedaald, maar dat het haar zelfvertrouwen en zekerheid geeft, kun je niet zeggen.

Naast een verslag van talloze verliefdheden, de ontdekking van haar biseksualiteit, de vriendschap met andere Revisor-schrijvers, is dit dagboek toch in de eerste plaats een tocht langs de pieken en vooral dalen van het schrijverschap.

Niettemin schrijft ze door, geen writer's block gek genoeg, en als het goed gaat lijkt het haar belangrijkste soelaas in een onoverzichtelijke, rommelige wereld: "De wereld der verbeelding is de enige wereld die de absurditeit van dit Terra tot een lichtvoetig geheel kan maken, een plezier, een eeuwigheid." Je krijgt sterk de indruk dat schrijven haar enige wapen is om de snel veranderende, emanciperende, losrakende wereld om haar heen, te beteugelen. Ze is de pure individualist in een veeleisende maatschappij.

Ook verliefdheden, eerst op leuke jongens en een enkele leraar, later op vrouwen onder wie grote liefde Gerda Meijerink, brengen haar niet echt geluk. Ruzies, depressies, alcoholisme slaan toe. Bovendien heeft ze problemen met haar moeder die haar lesbische verhouding afkeurt. Gedachten aan zelfmoord komen op, maar ook aan projecten die nooit afkomen, zoals een boek over Maarten Luther. Je vraagt je af hoe zij, uit zo'n katholiek nest, erbij komt, maar het tekent haar ook: steeds opnieuw gaat ze uitdagingen aan: "Gisteren met Maarten Luther bezig geweest. Het groeit wel, maar ik vind de man zo onsympathiek. Zo'n scheldende boer. Mijn neiging intellectueel te zijn verzet zich tegen hem. Die confrontatie kan heel aardig zijn. Als het maar duidelijk is dat ik niet zijn zijde kies."

Als je zoiets leest snap je hoe moeizaam Doeschka Meijsing in het leven stond, enerzijds opgegroeid in een echt familienest, anderzijds met de zelfgegeven opdracht zich los te maken en de wereld te leren kennen: dit is ook het verslag van een babyboomer, van wereldverbeteraar tot teleurgesteld individualist. Ze wordt overeind gehouden door haar schrijverschap maar sociale en financiële verplichtingen, een baantje in het onderwijs, later bij het weekblad Vrij Nederland, zijn evenzovele beren op het schrijverspad. Net als de liefde die maar niet lukt. 'Lieve God, laat me alleen blijven', verzucht ze ergens aan het eind van deze eerste helft van haar leven als dagboekanier.

Hoewel het al met al een nogal deprimerend verslag van een echt schrijversleven is, valt er toch ook veel te genieten in deze dagboeken; ongemerkt geeft Meijsing een even kritisch als empathisch beeld van intellectueel leven in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, van de worsteling van iemand die bewust en rationeel probeert te leven, maar telkens wordt meegesleept door emoties en romantiek.

'En liefde in mindere mate' is na de brieven van Frans Kellendonk nu in korte tijd het tweede egodocument van een schrijver die niet veel met egodocumenten ophad. Het laat mooi zien wat er allemaal aan gewoon mensengedrag schuilgaat achter een schrijverschap.

Haast even interessant als de dagboeken zelf zijn trouwens de dikke 1200 noten die dit boek zo'n beetje verdubbelen; bezorgers Annette Portegies en Ben Peperkamp hebben zich niet ingehouden, zelfs Freud, P.C. Hooft en Chagall worden aan de lezer verklaard, alsof ze veronderstellen dat toekomstige generaties die niet meer zullen kennen. Tussen de regels door laat zich een hele generatiegeschiedenis reconstrueren. Not to be missed.

Doeschka Meijsing: En liefde in mindere mate Dagboeken 1961-1987. Bezorgd door Ben Peperkamp, Annette Portegies. De Arbeiderspers; 720 blz. euro 29,99

Vanaf 12 april verkrijgbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden