Lieve Ger, kun je niet één keer terugfaxen?

In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag: schrijfster Nicolien Mizee (52). Zij stuurde vele honderden faxen aan haar scenarioleraar Ger Beukenkamp, die nu zijn gebundeld tot een boek. Hij schreef nooit terug. 'Natuurlijk werd ik daar wanhopig van.'

Vind je het gek? Vind je mij gek? Nicolien Mizee stelt de vraag in haar woonkamer in Haarlem. Het gesprek draait dan al een tijdje om één man: scenarioschrijver Ger Beukenkamp, van wie ze ooit les kreeg. Aan hem stuurde ze de afgelopen 23 jaar vele honderden faxen. Hij antwoordde nooit. Bij uitgeverij Van Oorschot verschijnt nu een eerste bundeling van deze eenzijdige correspondentie: 'De kennismaking. Faxen aan Ger'.

Is het gek om jarenlang te schrijven aan een man die blijft zwijgen? Ondanks talloze smeekbedes? Mizee formuleert ze vaak voorzichtig: "Lieve Ger, zou je het voor elkaar kunnen krijgen om een doodenkele keer eens iets terug te faxen? Het hoeft maar één woord te zijn. Bv: 'Leuk'. Of: 'Inderdaad'." Soms klinkt ze ongeduldiger: 'Zeg, hoor ik nog eens wat, ja of nee?'

Nee bleef het. Toch ging Mizee door met schrijven, de eerste jaren bijna dagelijks. Lieve Ger, zo begint ze steeds opnieuw, licht van mijn leven, mijn schild en wapen, kers op 's levens grauwe pudding, allesverpletterende Ger van mijn hart. Daarna schrijft ze over wat haar ook maar bezighoudt: geldzorgen, de cursus stijldansen die ze volgt, haar moeizame verhouding met haar ouders.

En natuurlijk vormt ook Ger zelf, die moeilijke, onpeilbare, afstandelijke man een terugkerend onderwerp in de faxen. Mizee en hij zien elkaar zo nu en dan, steeds op haar initiatief; het zijn stroeve ontmoetingen. Gers manieren zijn 'bedroevend' volgens Mizee, hij is lomp en onattent.

Zo beloofde hij haar een vrijkaartje voor zijn voorstelling, maar dat lág er vervolgens niet. Inmiddels zijn ze toch bevriend geraakt en gaan ze eens per twee maanden samen uit eten.

Faxt u hem nog steeds?

"Nee, want twee jaar geleden ging Gers fax kapot. Hij zei: 'Om nou alleen voor jou een nieuwe te kopen, dat gaat me te ver.' Sindsdien stuur ik hem e-mails met een Word-document als bijlage."

Mizee debuteerde in 2000 met het lovend ontvangen 'Voor God en de sociale dienst'. Daarna schreef ze nog enkele succesvolle romans, waaronder 'Toen kwam moeder met een mes' (2003) en 'De halfbroer' (2015). Trouw-recensent Rob Schouten noemde dat laatste boek geestig en sprankelend, 'een familieroman als antidepressivum'. Het belandde op de shortlist van de Libris Literatuurprijs.

Dat de schrijfster daarnaast óók een groot schaduwoeuvre heeft opgebouwd, bestaand uit faxen aan één lezer, was tot nog toe alleen in kleine kring bekend.

Waarom toch al die faxen aan Ger?

"Ik ben natuurlijk een zeer gezegend mens omdat ik kan biechten en mijn overdenkingen kan sturen aan iemand die werkelijk bestaat. Het is lastiger als je je richt tot God of Jezus: dan weet je zeker dat ze nooit antwoorden. Ger antwoordt weliswaar ook niet, maar het is niet uitgesloten, het zou kunnen dat hij het ooit wel doet."

Tekst loopt door onder de afbeelding

Schrijfster Nicolien Mizee met de faxen aan Ger. Een kastplank vol ingebonden faxvellen, keurig op datum gerubriceerd.

Moet u per se áán iemand schrijven?

"Ja, dat is toch de Poolster waarop je je richt. Als ik zomaar voor mezelf zou schrijven, zou ik niet weten waar ik moest beginnen. Die faxen aan Ger geven mijn schrijven en denken vorm. Zeker in de eerste jaren, toen ik nog niet gepubliceerd had en ook nog geen werk had: toen was mijn leven een fax aan Ger."

Waarom kiest u iemand die nooit antwoordt? Waarom schrijft u niet aan een vriendin of uw man Rob?

"Nee, dat kan niet. Ik kan alleen aan Ger schrijven. Andere mensen zouden me tips en adviezen willen geven, van hen gaat vaak dwang uit. Ger stelt nooit teleur. Ik vind het natuurlijk vervelend als hij zegt: er ligt een vrijkaartje en het ligt er niet. Maar stel je nou voor dat er altijd een vrijkaartje ligt en een voor je partner en ook nog een bonbon; dan moet je iets terugdoen. Bij Ger hoef je niets: hij blijft achter zijn hekje, hij verwacht nooit wat. Ik kan precies doen waar ik zin in heb. Grote vrijheid."

Hun kennismaking was in 1994. Zij studeerde aan de Schrijversvakschool, hij gaf les in scenarioschrijven. "We kwamen dat lokaaltje binnen en daar rees Ger op; hij is een lange man. Hij zei: 'Bij schrijven draait het om het cyclisch conflictmodel. Iemand wil iets, dat gaat mis, dan krijg je een conflict.' Hij vatte het verhaal samen in een wiskundige formule. En ik wist meteen: dit is het. Zo moet je schrijven. Hij was het brandend braambos.

"Tegelijkertijd riep zijn les ook een storm van woede in me op. Tot dat moment had ik altijd gehoord: het schrijven moet tot je komen, het is een kwestie van je gevoel toelaten, reizen, je horizon verbreden, inspiratie opdoen, een ongrijpbaar proces. Dat was voor mij als rationeel mens altijd moeilijk te accepteren, maar ik dacht: blijkbaar snap ik het niet, blijkbaar doe ik het verkeerd.

"Toen stond daar dus die vent en die legde in een paar woorden uit hoe ieder goed verhaal in elkaar zit: 'wil - conflict - climax - conclusie'. Sla 'Anna Karenina' van Tolstoj er maar op na: het klopt exact. Ik was kwaad omdat ik dacht: er bestaan dus wél regels voor het schrijven. Dus toch zoals ik altijd al dacht. Ik moest mij overgeven, ik zag: het is waar."

U verwierf dankzij hem dus een heel belangrijk inzicht. Maar waarom bleef u zo aan de man zelf vasthouden?

"Ik dacht meteen: die man is geweldig. Daar kan ik de rest van mijn leven kwartjes in blijven gooien en dan komen er gouden eieren uit. En dat is ook uitgekomen toen we eindelijk bevriend raakten. Als wij nu samen uit eten gaan, leg ik hem vaak vragen voor, morele dilemma's. En dan geeft hij wél antwoord, altijd glashelder.

"Ik hou van zijn helderheid. Ger is een denkmachine. Hij kan elke kwestie waarover ik in vage versuffing rond loop te tobben heel precies uitdenken. En dan weet hij het.

"Nadat zijn lessen waren afgelopen en ik niet langer zijn leerling was, wilde ik hem per se in mijn leven houden. Dat kostte flink wat moeite, want hij was daar helemaal niet van gediend. Hij was homoseksueel, hij had zijn eigen leven, wat moest hij nou ineens met een vrouw van 29.

"Dus ging ik iets scenarioachtigs schrijven en dan vroeg ik zijn advies. Telefonisch, of ik ging bij hem langs, want op mijn faxen antwoordde hij natuurlijk nooit. Op een gegeven moment schreef ik die scenario's alleen nog maar om contact met hem te houden. Want ik kon toch moeilijk zeggen: zullen we voortaan gewoon bevriend zijn?

"Ik heb natuurlijk ook wel eens gedacht: wat eigenaardig en dweperig om zo'n man zo geweldig te vinden. Het zal vast wel eens ophouden. Maar dat is nooit gebeurd. Ger is echt de maat der dingen."

Tekst loopt door onder de afbeelding

Maar werd u er niet gek van dat hij nooit terugschreef?

"Oh ja, dat was verschrikkelijk. Echt een kwelling. Ik vroeg me ook af: zou ik waanzinnig zijn, ben ik hem soms aan het stalken? Ik weet niet eens of hij mijn faxen wel léést.

"Op een gegeven moment dacht ik: Wat is de grootste pijn? Hem wel schrijven met de mogelijkheid dat hij het niet leest en denkt dat ik gek ben? Of hem niet schrijven? Dat laatste was erger, ontdekte ik. Dus bleef ik hem schrijven en nam ik de angst dat ik gek was op de koop toe.

"Langzaam maar zeker ben ik zijn afstandelijkheid ook gaan waarderen. Stel dat hij me wel één keer had teruggeschreven. Dan zou ik hebben gedacht: hè hè, eindelijk! Mijn honger zou niet te stillen zijn geweest.

"Van zijn stilzwijgen heb ik uiteindelijk veel geleerd. Wat ik het allerliefste wilde, wat voor mij noodzakelijk was, dat gebeurde niet. Maar ik ben er niet dood van gegaan. Sterker nog: ik heb er een heel oeuvre op gebouwd."

Zou dat oeuvre er ook zijn gekomen zonder hem?

"Dat weet je nooit. Dit boek was er zonder hem sowieso niet geweest."

Zelf had Mizee trouwens ook nooit gedacht dat er in haar faxen een boek zat. Schrijven aan Ger is voor haar een gegeven, een manier van leven. Het was een kennis, Multatuli-biograaf Dik van der Meulen, die haar onlangs op het idee bracht om uitgeverij Van Oorschot te benaderen. "Hij zei: die faxen zijn uniek. Romans schrijft iedereen al."

Dus stuurde Mizee dit voorjaar lukraak een e-mail aan uitgever Menno Hartman. Tot haar verbijstering antwoordde hij binnen een paar uur: 'Ik zeg gelijk ja'.

"Mijn man Rob lag hier op de bank te lezen. Ik schonk met trillende handen twee borrels in en zei: Moet je luisteren. Ik heb de faxen verkocht."

Vervolgens moest Mizee in 'het faxgebergte' duiken: een kastplank vol ingebonden faxvellen, keurig op datum gerubriceerd. In overleg met Hartman besloot ze alles te publiceren, alle kattenbelletjes en smeekbedes, alle droogkomische verhalen over haar vrienden, familie en opdrachtgevers. Alle bespiegelingen ook over de ongenaakbare Ger Beukenkamp.

De kennismaking' telt 400 pagina's en bevat alleen nog maar de faxen uit 1994-1997. Mocht Van Oorschot volledigheid nastreven, dan zouden de faxen aan Ger wel eens een kloeke, langlopende serie kunnen vormen.

Hoe zal Ger dit eerste faxboek vinden?

"Vreselijk, denk ik. Het heeft helemaal geen structuur. Het zij zo. Ik kan er wel om lachen."

Ger Beukenkamp: Natuurlijk mocht ze niet aan mijn buik voelen!

Scenarioschrijver Ger Beukenkamp (71) heeft nooit enige noodzaak gevoeld om te antwoorden op de faxen van Nicolien Mizee, vertelt hij door de telefoon. "Als iemand jou schrijft, verplicht dat nog niet tot terugschrijven. Ik had ook altijd de indruk dat het niet om mij ging, dat ze net zo goed aan iemand anders had kunnen schrijven."

Maar las hij de faxen wel? "Ja natuurlijk, gretig zelfs. Je privécolumnist, wie heeft dat nou. Nicolien weet wel hoe je een verhaal moet vertellen."

Hun band is 'geëvolueerd', zegt hij, "van anonieme leerling tot een vriendin. Maar dat heeft wel even geduurd. Je houdt toch afstand tot je leerlingen, anders gaan ze je claimen."

Of hij ook op andere leerlingen zo'n indruk heeft gemaakt, weet hij niet. "Maar Nicolien spant wel de kroon." Hij herinnert zich nog wel dat zij de grenzen van hun omgang verkende en vroeg of ze aan zijn buik mocht voelen. De vraag is een terugkerend motief in Mizee's eerste faxen. "Dat heb ik natuurlijk zeer nadrukkelijk geweigerd. Ben je gek zeg. Je kunt iedereen wel aan je buik laten voelen."

Beukenkamp weet nog niet hij of 'De kennismaking' nog eens gaat lezen. "Ik ga het niet bewust niet lezen. Misschien alleen doorbladeren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden