LIEFDEZUSTERS VAN HET KOSTBARE BLOED, VINKEVEEN Van slaapzaal en nonnenkamer tot studio en uitzendbureau voor slagers

De seminaries raken leeg en de kloosters raken in onbruik. De wijk- en werkplaats van non en monnik krijgt een nieuwe bestemming. Een serie over eigentijdse activiteiten in kloosters van vroeger. 'Oude kloosters, nieuw

DICK RINGLEVER

Het klooster van Vinkeveen, dertien jaar terug nog met sloop bedreigd, functioneert volop, zij het in een wel heel andere omgeving.

Op de plek waar vroeger de Heilige Antonius van Padua-kerk met aanpalende begraafplaats stond, staat nu de brandweerkazerne. En het schooltje naast het klooster, waar de zusters de Vinkevenertjes onderwezen, heeft plaats gemaakt voor een parkeerterrein met in het midden een beeldje van de turfsteker.

Symbool van de streek, want er is wat afgezwoegd voordat de eerste zeilers de Vinkeveense plassen op konden. Het plaatselijk veenmuseum herinnert er nog aan.

Maar het kloostergebouw zelf verkeert aan de buitenkant nog in vrijwel dezelfde staat. Alleen de kloostertrap, een sta-in-de-weg voor het verkeer op de Herenweg, werd gesloopt. De rest is vrijwel authentiek, en dat moet zo blijven, vindt het dorp. Want Vinkeveen is gehecht aan het uit 1787 daterende gebouw.

Dat bleek wel toen in 1980 de laatste nonnen waren vertrokken, de gemeente - die het klooster drie jaar eerder voor 750 000 gulden van de kerk had gekocht - sloopplannen naar buiten bracht nadat krakers er het oog op hadden laten vallen. Er brak een storm van protest uit. Er werd zelfs een stichting opgericht om het markante gebouw, pal aan de drukke provinciale weg te redden.

De gemeente ging om, maar de werkelijke redder bleek in 1981 de Mijdrechtse bouwer en projectontwikkelaar G. J. J. van der Helm, die het gebouw voor twee ton van de gemeente mocht kopen, op voorwaarde dat hij de historische buitenkant in tact zou laten. Voor Van der Helm geen probleem want, zegt hij nu, het waren minder zakelijke motieven dan wel zijn zwak voor oude architectuur die de doorslag gaven. Het door zijn bedrijf gerestaureerde stationnetje van Aalsmeer getuigt er van.

Een winstobject zal het ook nooit worden. “We zijn al blij als de kosten er uitkomen. Soms is dat moeilijk met die huurcommissies. Die kijken alleen naar vierkante meters als ze de huurprijzen van de studio's komen vaststellen, niet naar de historische waarde van het gebouw.”

Laatste herenhuis

Met de verkoop redde de gemeente ook gelijk Vinkeveens laatste originele herenhuis aan de Herenweg. Want was het lange tijd pastorie en klooster, van oorsprong is het een particulier huis, in 1787 gebouwd in opdracht van de welgestelde veenbaas en grondeigenaar Cornelis Kroes.

Dat kwam overigens pas vorig jaar boven water toen twee leden van de historische vereniging 'De Proosdijlanden', de Vinkeveense studenten kunstgeschiedenis Heleen Kunneman en John van Cauteren, in de archieven doken en daarover verhaalden in het blad 'De Proostkoerier' van de vereniging. In een bewaard gebleven acte wordt het omschreven als 'eene huizinge annex wagenhuis en paardestal, eene bergschuur en verdere betimmeringen en aanhorigheden, erve, werf, tuin en boomgaard, gemerkt nummer 46'. Een flink complex met een oppervlak van 6 000 vierkante meter.

Pas in 1841 kwam het pand in handen van de Rooms Katholieke Kerk, die het als pastorie nodig had voor de te bouwen Van Padua-kerk. Een functie die het overigens maar veertig jaar heeft gehad, want toen in 1882 de nieuwe, grotere, Heilig Hart-kerk werd gebouwd - op een steenworp afstand van het pand nog steeds in gebruik - stelde het kerkbestuur het pand ter beschikking van de Liefde Zusters van het Kostbare Bloed, die het zeventien jaar later voor 9 000 gulden van de kerk overnamen. De Van Paduakerk deed sindsdien voor een deel als school dienst tot in 1923 de slopershamers hun werk deden.

Slechts weinigen zullen in het wat plompe gebouw nog een voormalig klooster herkennen. Op de zijgevel prijkt achter glas het aanbod van een plaatselijke makelaar.

Het VVV-kantoortje in de voormalige paskamer oogt als elk ander VVV-kantoortje.

Binnen is ingrijpend verbouwd. De refter, de recreatiezaal en de spreekkamer hebben plaats moeten maken voor de praktijkruimten van de medici. Op de plek van de slaapzaal zijn studiootjes gekomen: kamer met keukentje. En in de lage gewelven onder het gebouw hangt nu de was en draaien wasmachines.

Alleen de gebrandschilderde ramen aan de zijgevel ademen nog wierook: daar waar vroeger de kapel was en nu de werkloze slager aan werk wordt geholpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden