Liefdevol afscheid van een liefdeloze kerk

Ooit zat hij op het seminarie. Nu keert zanger Gerard van Maasakkers (61) de rooms-katholieke kerk de rug toe. Op hemelse muziek, dat dan weer wel. De vertolker van de Brabantse ziel voelt zich bij ’zijn’ kerk niet langer thuis. ’Lieven Heer, ik vuul ’t nie meer.’ Hij is de enige niet.

Natuurtheater De Kersouwe in de bossen bij het Brabantse kasteel Heeswijk stroomt vol deze zomerse zaterdagavond. Ouders, grotere kinderen en hun opa’s en oma’s wandelen van het tot parkeerplaats omgedoopte weiland, over de zandpaden naar de zitplaatsen in het amfitheater tussen de bomen.

Zo’n duizend Brabanders en oud-Brabanders van alle leeftijden zien de zon zakken, luchtballonnen overvaren en de volle maan opkomen tussen zoemende libelles en zingende merels. Ondertussen luisteren ze naar Gerard van Maasakkers en zijn Vaste Mannen. Van Maasakkers, bekend en bejubeld vanwege de onnavolgbare manier waarop hij het Brabants gemoed woorden weet te geven, ziet opnieuw kans een snaar te raken. Doodstil is het tijdens ’Hedde efkes, Lieven Heer’, een lied waarin hij aan God uitlegt hoe hij en de kerk langzaam maar onomkeerbaar uit elkaar zijn gegroeid. Na de laatste akkoorden klinkt er op de tribunes instemmend gemompel: „Wij denken ’t, hij zingt ’t”.

Hedde efkes, Lieven Heer

Ik kan ’t oe mer beter zelf zeggen

’t Kumt eigenlijk hier op neer

’t Is lastig um uit te leggen

Ge waart haost familie van mijn

en die laotte nie zo hendig vallen

Mer ’t liep al ’nen tijd op ’n eind

Ik hoef nie te gaon, want ik was al weg

Onvermijdelijk en geleidelijk

Dus ’t wordt tijd um ’t hardop te zeggen;

Lieven Heer, ik vuul ’t nie meer

„Het is bedoeld als een begripvol, een liefdevol afscheid”, vertelt Van Maasakkers later. „Ik wilde al eerder de balans opmaken maar het lukte me in eerste instantie niet mijn gevoel goed op papier te krijgen. Het was te stellig, te fel. Ik ben niet uit op een confrontatie met behoudend katholiek Nederland. Ik lust ze rauw, daar niet van, maar ik wilde eerlijk en oprecht omschrijven hoe het met mij is gegaan. Voor een vriendin van mijn leeftijd heeft de kerk volkomen afgedaan. Zij wil niet eens meer een kerkgebouw binnengaan. Zo ligt het niet bij mij. Het is langzaam doodgebloed, ik heb er geen gevoel meer bij.”

Tijdens zijn voorstelling vertelt Van Maasakkers over zijn huis naast de pastorie in Budel, schuin tegenover de kerk, recht tegenover een meer dan manshoog betonnen Heilig Hart-beeld. Hij verhaalt over de kapel waar binnenkort een assurantiekantoor zijn intrek neemt en de pastoor die met zijn secretaresse in België is gaan wonen – de verwording van een geloof dat het Brabants leven tot voor kort beïnvloedde tot in ieder facet. Hij vindt het niet erg. „Het gaat zoals het gaat.” Maar het gaat nu wel heel hard, ziet hij.

Alles wat er tijdens het Tweede Vaticaans Concilie werd bereikt, wordt in noodtempo afgebroken, zegt Van Maasakkers. „Recht in de leer zijn staat haaks op het Brabants katholicisme. Toen mijn moeder afgelopen lente overleed, mochten we van de pastoor een heel eigen invulling geven aan de mis. Tot een paar jaar geleden heel gewoon, maar inmiddels zo uitzonderlijk dat iedereen ervan opkeek. Bij het overlijden van mijn mans moeder troffen we een Argentijnse priester die nu dus hier werkt. Hij verbood ons ook maar iets persoonlijks te doen tijdens de begrafenis. Die kille houding, de officiële lijn boven alles stellen, dat totale gebrek aan empathie, aan ruimte, maakt dat de liefde doodbloedt, dat het gevoel sterft.”

Hij heeft andere tijden meegemaakt. Omdat zijn vader graag wilde dat hij ’een vak leerde’ kon Van Maasakkers zijn muzikale aspiraties in eerste instantie slechts kwijt in het jongerenkoor waarvan hij uiteindelijk dirigent werd. „Toen ik een jaar of negentien, twintig was, heb ik pastoor Van Oosterhout in vertrouwen genomen over mijn homoseksualiteit. We hebben het over veertig jaar geleden. Van hem wilde ik weten hoe ik het mijn vader het beste kon vertellen – die had meer moeite met mijn geaardheid dan hij. De pastoor luisterde, praatte – dat hielp mij. Nu ken ik een jonge homo die graag een gesprek wil met de bisschop. Hij wil praten over die hostieweigering in Reusel, over hoe dat kon gebeuren, hoe hij dat moet zien. De bisschop reageert niet op zijn verzoek. Dan ga je voorbij aan je eerste pastorale taak: luisteren, praten.”

„De behoudende kerk is liefdeloos. Regel 1 moet de liefde zijn, en dat kan niet betekenen dat je mensen uitsluit – homo’s, gescheiden mensen. Wat denk je dat dat betekent voor mensen als ons moeder die haar hele leven rondom die kerk schikte maar ook twee zonen had die homo zijn? Je trapt die mensen op hun ziel. De rechts-katholieken ontkennen de kracht en de waarde van het eenvoudige geloof van gewone mensen. Heel erg vind ik dat.”

Nou moet ik zeggen, Lieven Heer

da oew volgelingen ook nie helpen

Ze zijn zo recht in de leer

Hoe ik leven moet; ze weten ’t wel

Ze weten precies, wa ik zou moeten doen en laoten

En ze hebben ’t Boek in de hand

Stijf is de kaft en stijf zijn de woorden

Tussen de regels lezen ze nie

Hard is d’n taal, ik hoef ’m nie meer te heuren

Lieven Heer; vur mij hoeft da nie

Van Maasakkers schreef zijn lied vorige zomer, een paar maanden voordat Nederland werd opgeschrikt door de seksueel misbruikschandalen. „In grote kring was het misschien niet bekend maar ik wist al jaren over de misstanden in de kerk. Twee weken geleden hebben we een goede kennis moeten begraven. Zelfmoord. Een jaar of tien geleden vertelde hij mij zijn verhaal. Ik was geschokt. Hoe hebben paters, fraters, broeders zo’n misbruik kunnen maken van hun positie? Ondanks therapie en veel gesprekken, ondanks het feit dat hij een mooi gezin heeft en net voor de tweede keer opa was geworden, kon hij het niet meer aan.”

„Ik voel grote warmte voor pastoors, pastoraal werkers en parochieraden die hun werk doen met liefde en zachtheid. Maar ik haak af bij mensen als Cor Mennen, die pastoor die de teksten van Huub Oosterhuis verbiedt omdat die niet recht in de leer zouden zijn. Het heet ’geloven’, denk ik dan, en niet: ’zeker weten’. De goede pastoors niet te na gesproken, maar al die stijve, strakke types staan heel veel gelovige katholieken in de weg.”

Nou moet ik ook nie, Lieven Heer

ineens as ’t begint te nauwen

as ik ’t heb verkloot gauw weer

hendig van d’n Heer gaon houwen

Trapt er nie in, en ge moet ’t ook nie willen heuren

en m’n bidden en zo evenmin

„Hoe ik het ook beredeneer, ik raak enorm ontroerd door eenvoudig geloof, door overgave. Neem de jaarlijkse Mariabedevaart van Valkenswaard naar Handel – de vlaggen, de vaandels, de harmonie; kippenvel en tranen in mijn ogen. In een lied dat ik daarover maakte zit de zin ’Hoe zit dat met Maria en met mij?’ Maria is, zoals wij zeggen, de moeder van de zeven smarten. En dan tóch zo liefdevol blijven. Dat is een bovenmenselijk en tegelijkertijd prachtig beeld om je aan te spiegelen. Zoals ik wel meer verhalen in de Bijbel enorm inspirerend vind.”

„Ik ben wel eens bang geweest dat die ontroering me terug zou slepen het geloof in. Ik heb de neiging emotioneel te reageren, en daarna pas te denken: wil ik dit nu echt? Twee jaar geleden zong ik bij Mart Smeets in de Tour de France. Ik dacht: ik ben in de Pyreneeën, ik ga naar Lourdes. Ik ga de confrontatie aan en dan maar eens zien wat er gebeurt. Camiel Eurlings ging mee; zijn oma lag heel slecht en hij wilde voor haar bidden. Het was een snikhete, rustige dag. Ik zag de schildjes die mensen in de kapel laten hangen uit dankbaarheid, ik zag de tegeltjes, maar met mij gebeurde niets. Ja, daar was ik ergens wel blij om.”

Mer as ge ooit ’n kaarske ziet branden

kan ’t van mijn zijn, vur die me lief zijn

en vur oew volgelingen recht in de leer

da ze verzachten, Lieven Heer

da ze verzachten, Lieven Heer

„Het rooms-katholicisme zit voor altijd in mijn vezels, al was het maar door de Maria-liedjes van ons moeder en de marsmuziek van ons vader. Het gevoel voor theater, voor rituelen, voor mystiek en symbolen – dat krijg je er bij mij nooit meer uit.”

„Ik mag graag zeggen dat mijn vader en moeder nu weer bij elkaar zijn in de hemel. Ik vind dat een mooi beeld, maar eigenlijk denk ik niet dat het zo is. ’D’n himmel’ – de hemel – die is hier. Tegelijkertijd weet ik het niet helemaal zeker. Je lichaam vergaat, maar alle energie die je geest in dit leven opbouwt, waar blijft die eigenlijk als je lijf het begeeft? Als ik over ons vader zing, gebeurt er vaak iets heel wonderlijks; er begint een merel mee te fluiten, er gaat een zucht wind door de bomen. Dat vind ik mooi, voor wat het waard is. Als je het hebt over geloven: daar mag ik graag in geloven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden