Liefde wordt nooit vervuld

David Vogel werd nooit beroemd, omdat hij in het Hebreeuws schreef. Het pas ontdekte 'Een Weense romance' bewijst zijn meesterschap

De Joodse schrijver David Vogel (1891, Oekraïne - 1944, Auschwitz) stond heel lang in de schaduw van geassimileerde generatiegenoten als Arthur Schnitzler, Joseph Roth en Stefan Zweig. De belangrijkste reden was dat Vogel in het Hebreeuws schreef, en de anderen in het Duits. Inmiddels wordt ook Vogel, ondanks zijn bescheiden oeuvre, gerekend tot de grote Europese schrijvers van de twintigste eeuw.

De doorbraak kwam begin jaren negentig met de internationale vertalingen van zijn belangrijkste werk, 'Huwelijksleven' (1930). De roman speelt zich af in het Wenen van de jaren twintig, de stad waar Vogel in 1912 terecht was gekomen en waar hij zich met nederige baantjes op de been hield, terwijl hij ondertussen zijn literaire ambities volgde. Daarin verschilde hij overigens niet van Rudolf Gurdweill, de tobbende hoofdpersoon van 'Huwelijksleven', die we op de voet volgen gedurende anderhalf jaar van zijn huwelijk met de barones Thea von Takow.

Er is in de literatuur nauwelijks een sadistischer serpent te vinden dan deze barones. Ze commandeert en sart hem, vernedert en bespot hem, onder andere door openlijk over haar geweldige minnaars te praten, ze voor zijn ogen op schoot te nemen, en zijn vaderschap van hun zoontje in twijfel te trekken. En de machteloze Rudolf laat het allemaal op z'n beloop. Hij klampt zich vast aan de kleine geluksmomenten die hij alleen beleeft en blijft zichzelf wijsmaken dat op een dag alles anders zal zijn. Zo zien we deze struisvogel langzaam maar zeker verder wegzinken in eenzaamheid en wanhoop, onderweg naar de gevreesde waanzin. Onderhuids balt al zijn 'verdrongen mistroostigheid' zich samen.

Juist omdat Vogel zo dicht op de gekwelde innerlijke roerselen van zijn 'held' zit, krijgt de roman een uiterst beklemmend, bijna claustrofobisch karakter. De nachtmerrie van Rudolf Gurdweill wordt bij vlagen zo indringend verbeeld, dat je bijna niet verder durft te lezen.

En passant geeft Vogel tijdens de rusteloze stadswandelingen van Rudolf een sfeerbeeld van het Weense interbellum, waar onder de oppervlakte van lichtzinnige vrolijkheid een atmosfeer van doem en verveling heerst. En waar in het begin van de twintigste eeuw een ongebreidelde belangstelling voor de driften en hartstochten van de mens tot uitbarsting kwam in de geschriften van Sigmund Freud, de scabreuze schilderijen van Gustav Klimt en Egon Schiele, en de dito romans van Arthur Schnitzler.

Ook 'Een Weense romance' past in dit beeld. Deze onbekende roman van Vogel dook in 2010 onverwacht op uit een literair archief en is vermoedelijk van eerdere oorsprong dan 'Huwelijksleven'. Het lijkt gebaseerd op een autobiografische ervaring die Vogel al in zijn dagboeken onthulde. Hoofdpersoon is de achttienjarige Michaël Rost, die vanuit een verre verte in Wenen aankomt 'om de wereld en de mensen te leren kennen'. Hij is de onverschrokken adolescent die zich onbekommerd en onbevangen, blakend van vertrouwen en levenslust, in het leven stort, zonder zich zorgen te maken over de richting die hij op wil met zijn bestaan.

De wereld ligt aan zijn voeten. Dankzij financiële steun van een bevriende mecenas kan hij zich veroorloven om te lanterfanten en te flaneren in de straten en de parken van het mondaine Wenen.

De kern van de roman is de dubbele romance die hij beleeft met zijn 35-jarige hospita Gertrude en vervolgens met haar zestienjarige dochter Erna. Gertrude is zijn 'Mrs. Robinson', die hem bij afwezigheid van haar reislustige echtgenoot verleidt tot gloedvolle, wellustige nachten, Erna is zijn Lolita die aanvankelijk stikkend van jaloezie moet toezien hoe haar rijpe moeder de voorkeur krijgt, maar die uiteindelijk toch haar plaats opeist en haar puberale verliefdheid beantwoord ziet.

Net als zijn eerder genoemde Weense tijdgenoten, schrijft Vogel heel vrijmoedig over broeierige erotiek: over de 'wellustige verbetenheid' van Gertrude, die precies weet hoe ze een jongeman moet verleiden, over de masturberende dochter. Met grote psychologische finesse portretteert hij Erna's puberale verwarring over seksualiteit en het ondoorgrondelijke leven: "Erna werd vervuld van droefenis. Het leven was ondoorzichtig, onnaspeurlijk, telkens achter een volgend gordijn: je schoof er een weg en een ander hing voor je."

Memorabel is ook het psychologisch portret van Fritz Anker, een briljante, maar gekwelde klasgenoot van Erna op het gymnasium, 'een jongeman met de uitstraling van een stokoude man', 'iemand die geen talent heeft om te leven'. Denkend aan de stemmingswisselingen van Rudolf Gurdweill - nu eens extatisch van levensvreugde, dan weer wegzinkend in diepe zelfverachting - krijg je het vermoeden dat Vogel in de onverschrokken Rost en de tobberige Anker de lichte en donkere kanten van zijn eigen persoon heeft belicht. Tegenover de gymnasiast met zijn diepe besef van de fundamentele eenzaamheid van de mens staat de pragmatische Rost: "Het leven verdraagt niet al te veel gepieker".

Meer nog dan in 'Huwelijksleven' schetst Vogel hier een kleurrijk beeld van Wenen in het interbellum. Niet alleen van de elegante beau monde "mensen die zich alleen bekommerden om hun eigen holle bestaan, gemak en genoegens, zoekend naar nieuwe prikkels", maar ook van de sjofele onderklasse, bevolkt door eeuwig veelbelovende kunstenaars, halfgare anarchisten, wonderlijke uitvreters en andere mafketels, stuk voor stuk in treffende miniportretjes gepresenteerd.

Zo stijgt 'Een Weense romance' ver uit boven het banale verhaal over een erotische driehoeksverhouding, niet in de laatste plaats door de rijkdom aan overpeinzingen over wat het leven moeilijk maakt, en toch de moeite waard.

Het resultaat is een staalkaart van existentiële aforismen over het leven als 'een verlangen dat nooit vervuld wordt' of als een variant avant la lettre op een beroemd motto van Beckett: if you fail, try again, and fail better.

In Rudolfs rusteloze stadswandelingen roept David Vogel een kleurrijk beeld op van Wenen tijdens de jaren twintig.

David Vogel: Een Weense romance

Vertaling Kees Meiling. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam; 335 blz. 22,-.

David Vogel: Huwelijksleven

Vertaling en nawoord Kees Meiling. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam; 615 blz. euro 15,-.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden