Liefde van één kant

Een echte fan is nauwelijks van zijn idool los te weken. Al ligt diens slaapkamer vol kinderen, hangt hij zijn baby over een balustrade en liegt hij glashard over zijn uiterlijke ingrepen. Wie zijn de mensen die een onbereikbare vreemde zó kunnen adoreren?

Hij maakt het nog lang niet te bont, Michael Jackson. Kinderen uitnodigen in je slaapkamer is kennelijk niet iets dat verstokte fans afstoot. Bokser Mike Tyson sloeg zijn geliefde en heeft nog steeds een grote schare bewonderaars. Ted Bundy, de Amerikaanse seriemoordenaar die minstens honderd mensen ombracht, kreeg huwelijksaanzoeken vanuit de hele wereld. Peter Sutcliffe, alias de 'Yorkshire Ripper', zag dat wildvreemde vrouwen vochten om hem te mogen bezoeken in de gevangenis. Roem erotiseert.

Er is een naam voor: fans hebben een parasociale verhouding met hun idool. Ze kennen hem doorgaans alleen via de massamedia. In het echt zien ze hem hooguit op grote afstand. De liefde is niet wederzijds: het idool kent hén niet. En wat is kennen? Fans verslinden elk detail over het persoonlijk leven van hun ster dat de media weten los te peuteren. Ze absorberen zo veel wetenswaardigheden, waarheidsgetrouw of niet, dat het idool deel gaat uitmaken van hun dagelijkse belevingswereld. Zo ontstaat een quasi-vriendschap, zeggen psychologen. Ze benoemen hun idool louter nog met de voornaam. ,,Het gaat ons om Michaels muziek'', klonk het vorige week in een talkshow. Door de achternaam erbij te noemen zou de fan een afstand scheppen die hij niet als zodanig ervaart. Er is intimiteit, al is het slechts van één kant.

Een echte fan laat zich niet ontmoedigen door die eenzijdigheid en zoekt de interactie. In 1995 analyseerden psychologen 83 brieven van fans aan een mannelijke Hollywood-ster. Bijna de helft vroeg een handtekening, een brief of een persoonlijk voorwerp. 16 procent had vooral specifieke vragen: of de acteur zijn stunts zelf doet, hoeveel kinderen hij heeft. Bij 39 procent ging het om het uitdrukken van bewondering, tot en met liefdesverklaringen aan toe. Een socioloog die in 1974 de fanmail van twee Amerikaanse acteurs doorspitte, vond verzoeken om zeep, tissues met lippenstift, uitgespuwde kauwgom, een haarlok, een sigarettenpeuk en grassprietjes uit de tuin. Van een fan van Kate Bush gaat het verhaal dat hij in hetzelfde appartementencomplex als de zangeres ging wonen om haar gebruikte badwater af te tappen en in flessen te verkopen.

Wie zijn de mensen die zich zo kunnen verliezen in hun idool? Allereerst: het zijn overwegend vrouwen. Dat is altijd zo geweest; in hun tijd kenden Liszt, Paganini en Vivaldi al gillende en flauwvallende vrouwen onder het publiek. Onderzoekers denken dat jongens in sterkere mate veronderstellen dat ze zelf een redelijke kans maken om beroemd te worden. Soms streven ze er zelfs naar om minstens zo goed te worden als hun idool. Meisjes zijn al tevreden als ze zich kunnen inleven in hoe het is om bijvoorbeeld de levensgezellin van hun ster te zijn. Ze dromen van een variant op de slotscène uit 'An officer and a gentleman': hoe de bink van het witte doek hen uit de schoolklas komt ophalen, de andere leerlingen vol afgunst achterlatend. In seksuele fantasieën van vrouwen komen relatief vaak beroemdheden voor. Meisjes voelen zich ook meer aangetrokken tot het collectieve aspect van het fan-zijn: zij zijn vaak degenen die sterren staan op te wachten op plekken waar ze zich even aan het publiek laten zien. Meisjes gaan ook veel vaker naar fanclubdagen dan jongens.

Fans zijn doorgaans jong. Ze zien in hun held(in) een houvast in een turbulente levensfase, iemand met wie ze zich tegen volwassenen kunnen afzetten, iemand om naar op te kijken. Heel normaal dus eigenlijk. Het gaat wel weer over, verzuchten ouders die hun kroost hysterisch zien gillen bij een concert van de Vlaamse kinderpopgroep K3.

En het gáát inderdaad over. Maar niet altijd. Sommige mensen blijven ook als volwassene fan op een manier die we eigenlijk bij tieners verwachten. Uit onderzoek bij fans van Star Trek ('Trekkies') en van enkele rocksterren bleek dat vooral introverte en intuïtief ingestelde mensen zich aangetrokken voelen tot fanclubs. Het gaat hen meer om de fantasie die ze in hun fan-zijn kunnen uitleven dan om het sociale contact. En als leden van fanclubs doorgaans naar binnen gekeerde mensen zijn, zeggen de Britse psychologen Andrew Evans en Glenn Wilson in hun boek 'Fame, the psychology of stardom', dan zullen individuele fans dat wel helemáál zijn. Ze wijzen erop dat mensen die zich als fan aan een idool verbinden op deze wijze een defensiemechanisme opwerpen. Ze compenseren er hun lage zelfvertrouwen mee, en voorzien ermee in hun eenzaamheid; in het echt durven ze vaak niet gauw een relatie aan te gaan. De relatie met een ster brengt geen daadwerkelijke sociale verplichtingen met zich mee, en dat zou voor een bepaalde categorie mensen aantrekkelijk zijn. Er zijn ook aanwijzingen dat mensen die zichzelf persoonlijk vinden falen, een opkikker krijgen door het succes van favoriete sportsterren.

Eensluidend zijn de opvattingen echter niet. Amerikaans onderzoek uit 1991 onder 150 studenten laat juist zien dat eenzame en verlegen mensen helemaal niet sterker geneigd zijn om parasociale verbintenissen aan te gaan. Het verband was althans niet zo sterk als vermoed. Vorige maand werd een Amerikaanse studie gepubliceerd waaruit blijkt dat mensen met een positief wereldbeeld vaak eerder geneigd zijn sterren te aanbidden-en niet alleen hun meest favoriete. Hun idolen vormen de elite van een maatschappij die ze als geheel best oké vinden.

De aanbidding van idolen kan religieuze trekjes krijgen, en ook sommige fanclubs stralen dat uit. Star Trek fans hebben wel wat weg van volgelingen van de Scientology-kerk, betoogde de antropoloog Michael Jindra. Er is een organisatie (de fanclub), een dogma (het streven om publicaties in één lijn te houden met de series en de films) en een soort rekruteringssysteem. Er zijn bijeenkomsten waar ceremonies worden gehouden en er zijn natuurlijk de uniformen. Er valt wat af te dingen op Jindra's bewering - veel carnavalsverenigingen voldoen aan dezelfde voorwaarden - maar de analogie tussen fans en religieuze volgelingen is op zich niet ver gezocht. Volgens onderzoekers ziet een bepaalde groep fans hun idool als een beschermengel die over hen waakt. Weer anderen proberen eigenschappen van hun ster over te nemen; ze trachten te handelen 'in de geest van Pim' als ze in het dagelijks leven een moeilijk besluit moeten nemen. Ook de gedrevenheid waarmee ervaringen en tastbare herinneringen aan idolen worden verzameld, heeft volgens onderzoekers religieuze trekjes. Een concertkaartje of een handtekening zijn bewijzen dat je in hetzelfde tijdvak hebt geleefd als je idool, en dat je met hem of haar zelfs onder één dak hebt verkeerd. Het is duidelijk dat sterren een 'speciaal soort mensen' zijn, van wie heel wat misstappen worden geduld eer fans afhaken. Zie de terugkerende ophef rond Michael Jackson.

De lading van het begrip fan (Latijn: fanaticus) is negatief. Fans worden veelal neergezet als wereldvreemde verzamelaars of als hysterici die zichzelf niet meer onder controle hebben. Als je het fans zélf vraagt, blijken ze nauwelijks problemen te hebben met hun imago. Ze wentelen zich juist graag in hun obsessie, bemerkte de Britse psycholoog Matthew Barber. Ze weten zelf drommels goed dat hun interesse voor elk detail van hun idool ongewoon is. Ze erkennen dat ze een afwijkende groep zijn, maar zien dat als iets positiefs omdat ze zo een eigen subcultuur kunnen ontwikkelen waarin ze met al hun eigenaardigheden kunnen gedijen.

De kans op dóórschieten is natuurlijk wel reëel. Als het idool het volwassen leven blijft sturen, als hij intimiteit in een relatie verdringt, als werk en dagelijks leven worden verstoord en als fictie en werkelijkheid niet meer worden gescheiden, zeggen Evans en Wilson, dan is er wellicht geestelijk iets mis. ,,De obsessieve fan die zijn tijd doorbrengt op de stoep van zijn idool kan een moordenaar of een huwelijkspartner blijken te zijn'', zegt de Britse psycholoog David Giles. Hij verwijst naar de moord op John Lennon door een fan, Mark Chapman, en naar een (klein) aantal gevallen waarbij een ster huwde met een aanbidder. De helft van de sterren, blijkt uit Duits onderzoek, werd minstens eenmaal angstig van een fan.

Mensen om mee uit te kijken dus, die obsessieve fans. Een beetje zielig, omdat ze zich zo in een vreemde verliezen. Gevaarlijk soms, omdat ze hun idool kunnen belagen. Of valt het wel mee? In 1994 betoogde de Amerikaanse psycholoog David Jenkins in een boek dat fans van bepaalde televisieprogramma's ,,de belevenis van het televisiekijken omzetten in een rijke en complexe cultuur van betrokkenheid''. Fans gaan tenminste aan de slag met wat ze zien en horen. De passieve kijker, die zijn tijd voor de buis verdoet doordat hij alles langs zich laat afglijden, dat is de échte loser.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden