Opinie

Liefde PvdA en CDA is slecht voor het land

Samsom (PvdA) aan het woord in de Tweede Kamer. Op de voorgrond Buma van het CDA. Beeld anp
Samsom (PvdA) aan het woord in de Tweede Kamer. Op de voorgrond Buma van het CDA.Beeld anp

PATRICK VAN SCHIE   Het moois dat opbloeit tussen CDA en PvdA wil hij niet verstoren, betoogt Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting. Maar een coalitie van CDA en PvdA lijkt hem niks.

Er bloeit liefde voor het CDA op in het wetenschappelijk instituut van de PvdA. Liever samen regeren met het CDA dan met de VVD, luidde de hartekreet van René Cuperus en Bert Ummelen op 12 april in deze krant. Het vreemde aan deze liefdesverklaring was alleen wel dat het verlangen niet uitgaat naar het CDA van Buma maar naar een CDA 'van de dominees'. En die dominees, zo voegen de auteurs zelf toe, zijn de afgelopen decennia 'vrijwel helemaal' uit het CDA verdwenen.

Tsja, zo zou ik zelfs warmte kunnen gaan voelen voor de PvdA. Maar dat zou dan wel een PvdA moeten zijn waarin nivelleren níet als een feest wordt gezien, met sociaal-democraten die er géén genoegen in scheppen andermans geld kwistig rond te strooien en waaruit gevoelens van morele superioriteit zijn verdwenen. Ergo: de kans dat er bij mij - en naar ik aanneem bij veruit de meeste VVD'ers - ooit liefde voor de reëel bestaande PvdA zal ontstaan, is gelijk aan nul.

Indien tussen twee partijen iets moois opbloeit, dient een derde zich daarbuiten te houden. Rien Fraanje van het wetenschappelijk instituut voor het CDA liet op 22 april in Trouw weten dat wat hem betreft over een zakelijk huwelijk valt te praten. Men hoeft zich wat mij betreft niet te laten weerhouden door het feit dat VVD en PvdA zich nu samen in één schuit bevinden. De boot waarop VVD en PvdA nu varen is immers het schip van staat; geen love boat.

Plat motief
De slechte peilingen voor de huidige regeringspartijen waarnaar Cuperus en Ummelen aan het begin van hun artikel verwijzen, vormen overigens een nogal plat motief achter hun pleidooi voor partnerruil. En als zij zich zo graag op peilingen baseren, is het goed hen met beide benen op de grond te zetten. Ook indien het stel PvdA en CDA wordt aangevuld met de 'kinderen' SP en CU, komt zo'n nieuwe coalitie momenteel niet verder dan 55 à 58 zetels. Onvoldoende om met kans op een behouden vaart het ruime sop te kiezen.

Gelukkig maar, want zo'n communitaristische kongsi zal Nederland niets goeds brengen. PvdA en CDA zouden, met hun hulptroepen, het poldermodel alleen maar verder verstenen: gevestigde deelbelangen krijgen nóg meer vingers in de pap, en in de gemeenschapspot. Al diegenen die buiten de kliek van maatschappelijke bobo's staan en zich daar niet tussen hebben weten te wringen, of dat niet willen, hebben dan het nakijken. Dag dynamiek in Nederland. Zo'n coalitie schept al evenmin eerlijkheid, omdat ze door het uitdelen van privileges gelijke kansen voor alle burgers dwarsboomt.

PvdA en CDA keren zich beide tegen individualisme en maken daarvan graag een karikatuur: ieder voor zich. Maar een individualistische mensbeschouwing, zoals liberalen hebben, omvat wel degelijk ook spontane samenwerking van burgers. Vrijwel alle burgers zullen volgens liberalen namelijk graag andere burgers opzoeken, bijvoorbeeld om handel te drijven of om samen bepaalde idealen te realiseren.

Beweeglijke verbanden
Niet voor niets zijn het liberalen geweest die in de 19de eeuw de vrijheid van vereniging en vergadering in onze Grondwet hebben verankerd. Liberalen geloven daarbij wel dat de eigen keuzes van individuele burgers voorop dienen te staan. De verbanden die burgers met elkaar aangaan, zijn beweeglijk. Bovendien mogen 'sterke' verbanden de opkomst van nieuwe, nog prille verbanden niet tegenwerken.

Zoveel vertrouwen hebben liberalen in de spontane gemeenschapszin van individuele burgers dat zij, anders dan de communitaristische partijen PvdA en CDA, menen dat burgers niet met subsidies hoeven te worden bewogen tot samenwerking. Naast principiële overwegingen zijn liberalen ervan overtuigd dat hun dynamische samenleving van spontaan elkaar opzoekende burgers, beter past bij de 21ste eeuw dan een instandhouding van ouderwetse verzuilingsstructuren.

Cuperus en Ummelen verlangen naar een 'postliberalisme'. Maar dat kan er alleen komen als er eerst ruimte komt voor een liberale samenleving. De huidige samenleving is nog verre van liberaal. Mijn voorstel zou zijn dat na volgende verkiezingen partijen gaan regeren die Nederland wel aanmerkelijk liberaler willen maken. Dan zullen we daarna nog wel eens zien of de burgers enig 'postliberalisme' wensen.

Patrick van Schie: directeur Teldersstichting, wetenschappelijk bureau van de VVD

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden