Review

Liefde is van hoger orde

De langverwachte Reve-biografie van Nop Maas maakt alle verwachtingen waar. De biograaf kon dan ook putten uit fantastisch materiaal, waaronder de brieven van Hanny Michaelis.

Nop Maas besluit het eerste deel van zijn langverwachte Reve-biografie met een ware cliffhanger door ons een laatste, meelijwekkende blik op de held van de geschiedenis te gunnen. „Zijn literaire carrière leek in het slop geraakt. Hij woonde in een krot, verdiende slechts geld met toneelvertalingen en dronk te veel. Als uit de kast komende homo, aspirant-katholiek en bestrijder van linkse tendensen oogstte hij hoon van diverse groepen, die in totaal een grote meerderheid van de bevolking uitmaakten. Zijn liefdesvriend was ervandoor, en hij besefte dat hij als bijna 39-jarige niet hoog scoorde op de homoseksuele liefdesmarkt.”

Wie niet beter weet moet wel denken dat het met zo’n loser onmogelijk nog goed kan komen. Des te krachtiger zal straks, in deel twee, de grote sprong voorwaarts uitpakken. Tussen zijn veertigste en vijftigste bereikte Gerard Reve namelijk de top van zijn kunnen en het hoogtepunt van zijn roem. Of Maas het in deel drie weer bergafwaarts zal laten gaan, is een kwestie van afwachten.

Het geciteerde fragment vormt de climax van een episode die van heftigheid zowat uit zijn voegen barst. Nadat hij en zijn partner Wimie elkaar in een dronken bui met lege melkflessen en een braadpan te lijf zijn gegaan, wordt Reve door een te hulp gesnelde arts (gealarmeerd dankzij zijn bij hem inwonende ex-echtgenote Hanny Michaelis) platgespoten. Een paar weken later baart hij opzien door het op een schrijversconferentie in Edinburgh op te nemen voor homoseksuelen, en passant erbij vermeldend dat hij er zelf ook een is, en dat in een land waar anno 1962 nog gevangenisstraf staat op homoseksuele handelingen. Het verslag van de conferentie zal de opmaat vormen voor het reisbrievenboek ‘Op weg naar het einde’ (1963) dat Reve’s definitieve doorbraak markeert.

Het lijkt erop dat Maas met meesterhand heeft gecomponeerd. Maar de dramatiek komt niet zozeer voor zijn rekening, maar vloeit voort uit het materiaal. Hij kon ermee volstaan om het goud dat hij in handen had netjes uit te stallen. Ermee woekeren, het lot van veel minder rijk gezegende biografen, was niet aan de orde. Zelf is hij zo bescheiden om zijn boek vanwege de strikt chronologische en documentaire opzet een kroniek te noemen.

Waar heeft Maas zoal de hand op weten te leggen? Allereerst op de mondelinge getuigenissen van geliefden, vrienden en kennissen, waaronder een groot aantal tot nu toe onbekende; op documenten in minder voor de hand liggende bewaarplaatsen als daar zijn ministeriële archieven; op geschreven bronnen in verre buitenlanden. En – om maar de absolute topstukken te noemen – op de tot nu zorgvuldig toegesloten brieven van en aan Hanny Michaelis (1922-2007), de dichteres die tien jaar Reve’s echtgenote was en zestig jaar een door en door loyale en onbaatzuchtige vriendin.

Maas citeert ruim uit deze correspondentie en bovendien uit Michaelis’ dagboek. Wat daarbij sterk opvalt is de totale openheid inzake seks. Dat geldt niet alleen voor Michaelis, maar voor alle andere bedgenoten van Reve, vrouwelijke zo goed als mannelijke. Dat hij ook na zijn coming out voor minstens een kwart hetero bleef, bleek al uit eerdere publicaties, maar het wordt hier definitief bevestigd.

Het sterke accent op de lichamelijke kant van de liefde en deszelfs praktisering is functioneel, gelet op Reve’s hartstochtelijk uitgedragen overtuiging dat seks per definitie een religieuze handeling veronderstelt. Daarmee zijn we meteen bij de kern van Reve’s leven en werk, waar de biograaf terecht veel ruimte voor maakt. De novelle ‘Werther Nieland’ (1949) en in iets mindere mate ook ’De avonden’ verraden een magisch wereldbeeld: de hoofdpersonen Elmer en Frits hechten aan tekenen en doen aan bezweringen. Ze staan daarin zij aan zij met hun auteur, die daar overigens pas aan het begin van de jaren vijftig voor durfde uitkomen. Op die vruchtbare bodem gedijde vervolgens de mystiek getinte projectie van een god met wie Reve zich in wederzijdse masturbatie verbonden voelde. Zoals hij het naderhand zou formuleren in een gedicht met de veelbetekenende titel ‘Openbaring’: „Is er nog nieuws? Jawel. / Goed nieuws, zeer goed zelfs. Spreek maar gerust / van blijde tijding; / God trok Zich af terwijl Hij dacht aan mij.”

Nop Maas documenteert de door Reve in ‘Moeder en Zoon’ (1980) gepresenteerde lezing van zijn religieuze ontwikkeling zo nauwkeurig dat de nog steeds circulerende mening als zou het allemaal clownerie zijn geweest voorgoed in de prullenmand kan. Bovendien laat hij zien wie er bij die groei van ogenschijnlijk rationeel atheïst naar tegendraads en bezeten mysticus als mentoren werden geraadpleegd. Van grote betekenis was Carl Gustav Jung, de psycholoog die het spirituele, occulte en magische als reële categorieën erkende en bovendien, net als Reve, een aanhanger was van de astrologie.

Jung was een tip van C.J. Schuurman, bij wie Reve kort na de oorlog in psychotherapie ging. Genezing van zijn neuroses zat er niet in, maar wel inzicht dat hij ze van vijand tot vriend moest maken. Schuurman raadde hem aan van zijn ongelukkige jeugd een goudmijn te maken en was daarmee indirect verantwoordelijk voor het ontstaan van ‘De avonden’.

Daarmee was Reve de laatste van een vierkoppig huisgezin die de pen opnam. Vader Gerard, gestaald communist, was een veelzijdig publicist. Moeder Nettie schreef wel eens een verhaaltje voor de jeugd. Broer Karel blaakte al vroeg van literaire ambities en wekte verwachtingen die hij als essayist uiteindelijk wel, maar als romancier nooit waar wist te maken. ‘Gerardje’, levenslang gewikkeld in wedijver met en afgunst op een broer die kampioen pesten en kleineren was en op zijn beurt ook stinkend jaloers, was in dit milieu het lelijke eendje, het haast als achterlijk beschouwde, half mislukte en miskende broertje, een onzeker kind dat tot zijn dood toe afhankelijk bleef van de aandacht en goedkeuring van anderen, ook toen hij al lang in een zwaan was veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden