Column

Liefde is overal. Je moet er alleen even op letten

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Mijn dochters en ik die hand in hand de stad uit wandelen, op weg naar het feest, hoe we om de beurt het blauwe bolletje van Google-maps bestuderen, of aan iemand de weg vragen naar het dorp waar we zijn moeten, en steeds tegen elkaar zeggen dat de mensen hier allemaal zo aardig zijn.

Elke Geurts

Hoe ik dagenlang schrijf over een ik-figuur die in een wormgat zit, en van het ene naar het andere tijdvak moet zien te komen en hoe ik al die dagen ’s middags en ’s avonds de bloemkoolsoep eet die mijn moeder voor mij gemaakt heeft.

De vrouw voor me bij de kassa van de Etos - waar ik sta met een fles luizen-lotion - die een zwangerschapstest koopt en steeds opnieuw vraagt hoe ze de test precies moet gebruiken. Hoe de rij achter haar steeds langer wordt, maar de medewerkster geduldig blijft uitleggen op welke manier ze de staaf in haar ochtendurine dient te stoppen. “Nee, niet de hele staaf, mevrouw.”

Bij de visboer een hoogzwangere vrouw in een strakke zwarte jurk, op hoge hakken, en een man die haar omarmt. Ze nemen twee stukjes witte vis.

Een vriendin vraagt of ik getuige wil zijn bij haar huwelijk deze zomer.

Een mailtje van iemand die schrijft dat het hem fijn lijkt me weer te zien.

Hoe ik met de buurvrouw en een stoet kinderen onze maandagavondwandeling door het park maak en we onderweg kikkersprongen doen, of een stukje hinkelen, samen toekijken hoe jong en oud zich keer op keer van de grasheuvel laat rollen.

Voor het slapengaan het eindeloze kammen met de luizenkam. Het geluk als er we er weer eentje te pakken hebben. Hoe we met z’n drieën in de wasbak turen en onze vangst tellen. Grootmoeder luis, moeder luis, kindjes luizen, eitjes nog.

Duizend vlechtjes in het haar van mijn twaalfjarige vlechten omdat ze krullen moet hebben voor de eindmusical.

Met mijn broer naar een appartement voor mij gaan kijken, dat om de hoek van zijn straat blijkt te zitten. Het vertrouwde idee dat hij en ik in dezelfde buurt wonen en ik maar een gil zou hoeven geven.

De vrouw, op het feestje in het dorp, die aanbiedt mij en de meisjes terug naar huis te brengen. Hoe we ’s avonds laat in een auto zitten met zeven stoelen vol kinderen, en ik achterin mijn zevenjarige zie knikkebollen.

Over de liefde die ik tegenkom, kan ik eindeloos doorschrijven, merk ik. Liefde is overal. Je moet er alleen even op letten.

Van schrijfster Elke Geurts (44) verschijnt dit najaar haar roman ‘Ik nog wel van jou’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden