Liefde in de stad

Hoe maak je een stad liefdevoller? Project ’Liefde in de Stad’ doet dat in Amsterdam met oppasgoudvissen en de Onderburengieter.

’Nee heb je, liefde kun je krijgen’ is al enkele jaren het credo van Liefde in de Stad, een initiatief van Paradiso in Amsterdam. Strooi daarom met liefde, zo gul mogelijk, luidt de oproep, en verwarm de stad. Kunstwerken in de openbare ruimte geven een duwtje in de rug.

’Inspirerende prikkels’ zijn het volgens Saar van Blaaderen, en partner en medeoprichter Lisa Boersen spreekt van ’aanstekelijk, onorthodox onderzoek’. Vandaag begint een nieuwe serie projecten met de opening van de groepstentoonstelling ’Love is Like Oxygen’ in kunstenaarsvrijplaats W139 in de Warmoesstraat in Amsterdam.

Het gaat ze niet om romantische liefde, maar om liefde als tegenhanger van angst. Het soort liefde dat het samenleven op een klein stuk grond zoveel zonniger maakt. Boersen: „We zijn geen hippies of christenen, maar het komt neer op naastenliefde. Geef de ander wat je zelf wilt.”

Liefde in de Stad, klinkt dat niet wat naïef, gezien het geweld op straat, tegen homo’s bijvoorbeeld, steekpartijen in Amsterdamse parken, of vandalisme? „Natuurlijk, je hebt overal rottigheid. Maar het gaat ook heel vaak – meestal – goed. En wat je verliest omdat je er uit voorzorg niet eens aan wil beginnen, krijgt geen aandacht. Een openbare pingpongtafel kan hangjongeren aantrekken. Maar moet dat een reden zijn om hem helemaal niet meer neer te zetten?”

Na enkele debatavonden over Liefde in de Stad begon het ’veldwerk’ met stadsmeubilair van studenten van de Rietveld Academie. Zo maakten ze een wipwapbank waarop je alleen ’samen’ kon zitten. Tegenwoordig nodigt het instituut kunstenaars uit om de liefde te stimuleren, in werken met een knipoog en liefst een direct effect op het publiek.

Arno Coenen zocht contact met de kickboksers van de vechtsportschool in Oud-West en portretteert ze nu in een tegeltableau van zes bij drie meter, dat symbolen uit verschillende culturen bevat. ’Maar het zijn wel onze ***-Marokkanen!’, staat er in een schijn-Arabisch schrift. De woorden ’Vastberaden Heldhaftig Barmhartig’, fier boven hun hoofden, kreeg Amsterdam in 1946 van koningin Wilhelmina als hulde aan het oorlogsverzet. Tussen de halfontblote vechters kijkt ook Willem van Oranje de Amsterdamse straat in. Vanaf 7 september hangt het op de hoek van de Kinkerstraat en de Nicolaas Beetsstraat.

Een week later gaat de Burenwinkel rijden, vanuit de gedachte ’Verander de samenleving, begin bij je buren’. In het assortiment zitten producten die het contact op gang helpen.

Van Blaaderen: „Sommige mensen dragen zelf ideeën aan, zoals het Wisseldoosje, een lucifersdoosje dat twee dames in elkaars brievenbus gooien om te laten weten dat alles goed is. Soms met een briefje of kadootje.” Productideeën zijn nog steeds welkom. In elk geval gaat de Buurtvis mee: een goudvis die door een hele straat verzorgd wordt, inclusief logboek. De Onderburengieter heeft een uitschuifsteel waardoor je in één moeite de plantjes op het lagergelegen balkon water geeft. En er zijn brievenbusstickers met gastvrije teksten als ’Ja! Ik heb twee rechterhanden. Ja! Als je eens hulp nodig hebt’. Ook krijgt elke buurt eigen Buurtbier: ’Tuindorp Pils’.

Martijn Engelbregt organiseert de Burenwinkel samen met jonge ontwerpers van het Sandberg Instituut. In 2008 gaat de bus ook in Rotterdam, Utrecht en Den Haag rijden. Wie vindt dat zijn buurt wel wat lijm kan gebruiken, kan die aanmelden op www.burenwinkel.nl.

Boersen: „Burenwinkel gaat ook over een mentaliteitsverandering. ’De gemeente moet dit, de gemeente moet dat’. Met een bezem en een hoop mensen kun je ook zelf de straat schoonmaken.”

Omdat liefde even lastig te meten is als geluk of inspiratie, richt het instituut zich niet op harde conclusies maar op ’voortschrijdend inzicht’. Toch hangt de geur van wetenschap rond de Index voor de Liefdevolle Omgang, die op 23 september in Paradiso wordt gepresenteerd. Hoe richt je een stad in zodat die liefdevoller wordt? Samen met de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam zijn ’toevallige ontmoetingen met onbekenden’ nader bekeken.

„Wie vaak naar ’Opsporing Verzocht’ kijkt, vergeet soms dat 99 procent van de mensen níet wordt neergestoken in het park. Kleine gebeurtenissen komen niet in het nieuws, maar ze kunnen wel iemands dag maken.” Gevraagd naar een bijzondere ontmoeting van de laatste tijd, schrijft een vrouw van 83: „Ik word vaak geholpen bij het boodschappen tillen.” Een ander: „Een medewerker van het vervoersbedrijf haalde een pluisje van mijn rug af.” „Blijkbaar onthouden mensen zoiets.”

Beleidsmakers en stadsarchitecten hebben ook nog wat aan zo’n onderzoek. Want ingrepen in de openbare ruimte moeten niet alleen worden afgerekend op veiligheid, financiën of praktisch nut, maar ook op het liefdesbevorderende karakter, vindt het Instituut.

Zo denkt architect Miek Witsenburg na over ’postzegelparken’ in de ’buitenkamers’ van de publieke ruimte, loze plekken die veel aangenamer kunnen worden. Dat stimuleert menselijk contact, en dus ook liefde. ’Want liefde vind je niet in een lege grot’, meent het instituut.

Er is veel wil om anderen te helpen. „Soms is het alleen lastig om de eerste stap te maken. Niemand loopt een vmbo-school binnen om een scholier op de rug te tikken en die te gaan begeleiden. Maar zodra er een structuur bestaat, is er heel veel wil. Ook omdat zo’n project zin en richting aan je leven geeft.”

Een succesvolle blikverruimende samenwerking is de Rainbow Soulclub, waarvoor beeldend kunstenaars en docenten Saskia Janssen en George Korsmit studenten van de Rietveld en de AKV St. Joost in Den Bosch in een blind date samenbrengen met bezoekers van inloophuizen en gebruikersruimtes van stichting De Regenboog in Amsterdam.

Ze richten de tentoonstelling in W139 in en Nanda Frieser schildert met enkele studenten grote rastavlechten in servetten gewikkeld op de voorruiten, naar een ontwerp van bezoeker Herbert. „Dat is iemand die wij goed kennen, maar die hier helaas niet aanwezig kan zijn.”

Herbert zit tot december in de gevangenis, maar krijgt zeker de foto’s opgestuurd. „We zijn zo trots”, zegt Frieser. „Mijn man had ook een zwaar drugsprobleem en kent iedereen in de Warmoesstraat. Voorbijgangers zagen hem gisteren staan schilderen, en zeiden: kijk nou, hij is iets aan het maken!”

De samenwerkingen zijn op basis van gelijkwaardigheid en leveren bijzondere projecten op. Fietsen met spuitbussen beschilderen in het Vondelpark bijvoorbeeld, naast het bord: ’Kom lekker spuiten met junkies’, een soort antidiefstalkunst.

De gebruikersruimte is nu als een atelier. Dat er onder het schilderen en tekenen pijpjes worden gerookt, went snel, zegt Janssen. Ze zorgde met Korsmit voor een kast met slot waarin het werk opgeborgen kan worden. „Erg handig voor wie zijn bezit altijd met zich mee draagt.”

Een ’explosie van creativiteit’ is Ebby Addo, die even later vertelt dat de jonge studenten ’fragiel’ ogen als ze binnenkomen. Het contact groeit snel. „Zo heb je geen integratiecursus nodig.”

Addo heeft veel aan de studenten, maar omgekeerd geldt hetzelfde, zegt Janssen. Zo is student Jaan uit Estland, die met hem samenwerkt, veel verlegenheid kwijtgeraakt. „Nu zit hij rustig met heavy boys in de gebruikersruimte te tekenen.”

Studenten denken door hun directe vragen van gebruikers beter na over hun werk, merkt Korsmit op. „Wij zijn als een oase van ideeën voor elkaar.” Addo gaat weer aan het werk, en zegt nog: „Zodra ik kleur kan voelen, heb ik rust. Verf op mijn handen maakt me kalm.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden