Liederen hebben niet het eeuwige leven

De liederen van Huub Oosterhuis en andere dichters staan onder druk in de katholieke kerk. Is hier sprake van censuur? En zo ja, is dat een teken van kracht of van onmacht?

De ’opschoning’ van haar liederenbestand die de katholieke kerk via twee censors probeert te realiseren, wekt instemming en verontwaardiging. Bisschop De Korte (Groningen) liet weten dat het ’geen besluit van de bisschoppenconferentie’ betreft. Ook binnen de Nederlandse kerkleiding heerst kennelijk verdeeldheid over de methode die door medewerkers van aartsbisschop Eijk (Utrecht) en bisschop Hurkmans (Den Bosch) wordt gehanteerd.

Bart Jan Spruyt, die zichzelf beschrijft als ’katholiserend protestant’, juicht de ontwikkeling van harte toe. „Ik ben trots op de katholieke kerk dat ze dit aandurft, ook al maakt ze zich er in bepaalde kringen niet populair mee. De grootste vergissing die de kerk heeft gemaakt, is om de Latijnse mis van de troon te laten stoten en ruimte te scheppen voor vaag-religieuze nieuwlichterij, onbegrijpelijke wartaal en politieke kerkliederen. Als dat nu eindelijk wordt teruggedraaid, is dat een moedige en noodzakelijke stap, eerder te laat dan te vroeg.”

Paul van Tongeren, katholiek en behalve filosoof ook theoloog: „Liederen hebben niet het eeuwige leven, die van Oosterhuis evenmin als de oude gezangen. Niet al het werk van Oosterhuis is even sterk. Maar er zijn liederen van hem en componist Antoine Oomen die je volgens mij haast niet kunt zingen zonder geroerd te worden. Als een gedicht of lied de kracht heeft om mensen keer op keer te raken, is het toch uiterst merkwaardig om het zingen ervan te ontmoedigen.

Het censureren van liederen lijkt mij bijzonder slechte politiek. Als de kerkleiding bezwaren heeft tegen bepaalde liederen, zou ze er denk ik op in moeten zetten dat er nieuwe liederen komen. Die zouden dan wel even goed en graag gezongen moeten zijn als die van Oosterhuis en de andere nu gediskwalificeerde dichters. Daartoe zou het intellectuele en artistieke klimaat in de kerk gestimuleerd moeten worden.

Ik heb de indruk dat het omgekeerde gebeurt. Mannen die nu van seminaries komen, kunnen vaak niet eens een fatsoenlijke Nederlandse zin uitspreken. Er komt dus niets nieuws bij op dat terrein. Als men dan ook nog eens de poëtische liturgische teksten van de afgelopen halve eeuw gaat schrappen, dan blijft er wel heel weinig over.”

Spruyt: „Het is vreemd om hier te spreken van ’censuur’. Bij censuur denk ik aan een overheid die ingaat tegen de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Terwijl het hier gaat om een kerk die volgens haar eigen constitutie nou eenmaal geroepen is om de zuivere geloofsleer te bewaren en uit te dragen. Dat is niet alleen haar recht, maar ook haar plicht. Het gaat eigenlijk om een vorm van kwaliteitsbewaking. De kerk houdt zich slechts aan haar eigen spelregels.”

Van Tongeren: „Als er twee ’censors’ worden aangesteld, die deze naam nota bene met trots dragen en die namens een hoger gezag teksten controleren en schrappen, dan lijkt me dat toch een overduidelijk geval van censuur.”

Spruyt: „Het zou pas raar zijn als de kerk níet mocht optreden wanneer er binnen haar eigen muren teksten worden gezongen die in strijd zijn met haar eigen leer.”

Van Tongeren: „Kerkrechtelijk kan de kerk inderdaad op deze wijze handelen. De rooms-katholieke kerk is sterk hiërarchisch van structuur, alle lijnen lopen van boven naar beneden, er kan te allen tijde worden opgedragen en bevolen.

Maar dat kan alleen standhouden als er rekening wordt gehouden met wat er ’beneden’ wordt gedacht en geloofd. Het is in de katholieke kerk een goede gewoonte om zich van alle regels niet zoveel aan te trekken, maar dat neemt niet weg dat priesters van de nieuwe generatie wél aan de bisschoppelijke goedkeuring hechten, en de nieuwere liederen dus wel degelijk onder druk komen te staan. Betreurenswaardig, omdat er niets nieuws voor in de plaats komt dat aansluit bij deze tijd, en het geloofsleven van talloze mensen die zich nu nog binnen de kerk bevinden.”

Spruyt: „Er hoeft niets nieuws in de plaats te komen, er bestaat immers een bijzonder rijke traditie. Kerkelijke tucht is niet alleen een juridische zaak, maar ook gericht op een medicinale werking: laat mensen die traditie opnieuw ontdekken.”

Oosterhuis verwijst zelf graag naar een uitspraak van de katholieke letterkundige Anton van Duinkerken: ’Men huldigt de traditie het dankbaarst door haar te vernieuwen en verlevendigen.’

Van Tongeren: „Die uitspraak klopt. Traditie moet je begrijpen in termen van een gesprek dat al gaande is en dat ook na jou door zal blijven gaan. Wat moet je nu doen om je daar op een zinnige manier toe te verhouden?

Ten eerste moet je goed luisteren wat er gezegd wordt. Wie ergens binnenkomt en meteen zelf begint te praten, verstoort het gesprek alleen maar. Ten tweede moet je ook zelf iets zeggen. Want wie binnenkomt en enkel blijft luisteren, verstoort het gesprek evenzeer. Er moet voortdurend geluisterd en vernieuwd worden, maar je kunt het ene niet vervangen door het andere. In de goede liederen van Oosterhuis komt dit ook tot uitdrukking: beelden uit de traditie, en vooral uit de Schrift, worden opnieuw door hem verdicht.”

Spruyt: „Het katholieke geloof is van oudsher de religie van het mysterie, het onbegrepen wonder. Het is niet iets wat door de gelovige zelf wordt gemaakt, maar iets wat zich aan hem of haar voltrekt, ex opere operato. Dat kwam prachtig tot uitdrukking in het gebruik van het mysterieuze Latijn. De pogingen van Oosterhuis en de zijnen om daar iets begrijpelijks en zelfs iets politieks van te maken, zijn altijd misplaatst geweest.”

Van Tongeren: „Ook Oosterhuis’ teksten bevatten veel mystieke elementen, waarin de hele traditie resoneert.

Ik zie deze ’zuivering’ als een zoveelste teken van de crisis waarin de Nederlandse katholieke kerk verkeert. Maar de christelijke religie is volgens mij sterk genoeg om ook dit soort repressieve en geestdodend conservatieve tendensen te doorstaan. Wat niet wegneemt dat er tijdelijk een grote droogte kan ontstaan. Maar goed, de steppe zal bloeien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden