Het mooiste Nederland

Lichttherapie in Gaasterlân

Beeld sarah-mi luyckx

Het Friese Elfstedenstadje Sloten is een snoepje. In het omringende land absorbeer je lekker veel licht tegen een mogelijke winterdip.

Zo nu en dan doemt de winterweemoed op. De wellicht ijdele hoop op wekenlang witte landschappen en ijsdiktes die het magische ‘It giet oan!’ doen klinken. Ook al heeft het de afgelopen tijd best gevroren hier en daar, toch overheerst het gevoel van slappe winters. Voor de verandering ga ik de benen eens strekken in Friesland, de provincie van water en wind, die ik voorheen in dit jaargetijde meed om haar open karakter.

Voor mijn doen tergend vroeg (voor de middag zijn plensbuien voorspeld) parkeer ik rond de klok van een uur of negen buiten de vestingwallen van Sloten, de vierde stempelplaats en allerkleinste van de ‘Friese Elfsteden’. Nog geen 800 inwoners telt ‘Sleat’, wat een Fries pr-offensief ertoe bewoog haar tot ‘kleinste stad ter wereld’ te bombarderen. Maar het Achterhoekse Bronkhorst (krap 160 koppen) liet het er niet bij zitten, en claimde - mogelijk terecht - ook de titel.

Al dat gehakketak in het kader van de stadsmarketing is Sloten eigenlijk onwaardig. Bij benadering neemt zijn intieme charme zich meteen al voor je in. Na binnenkomst wel even het linkeroog dichtknijpen: in de hoek waar ooit een van de twee stadspoorten prijkte, staat alweer tientallen jaren de veevoederfabriek. Een grijs gevaarte van plaatwerk zonder ramen, waarvoor het woord saai lijkt te zijn uitgevonden. Maar verder louter lof voor in elk geval Frieslands kleinste schone met stadsrechten.

En dan die stilte. De tijd dat het watersportwalhalla aan het Slotermeer weer wordt overspoeld door de vaarrecreanten is nog ver weg.

Vlakte, tot zover het oog reikt

Geen gek idee dus om dit Friese land ook eens in de winter te belopen. We doorkruisen in luttele stappen Sloten-city, gewapend met een gratis gedownloade Groene Wissel-routebeschrijving voor de komende 11 kilometer. Zoals gewoonlijk past die keurig op een A-4’tje, laat ze weinig aan duidelijkheid te wensen over, maar word je niet getrakteerd op wetenswaardigheden. De Groene Wissel-wandelaar zal zelf zijn best moeten doen om wat op te steken van het decor waarin hij zich bevindt. Nu wemelt het ook op dit traject van de toeristische informatieborden, en een geanimeerd gesprek met een vertegenwoordiger van de plaatselijke bevolking kan nooit kwaad. Maar de mollenvanger die we in oliepak op zijn knieën in de modderige berm aantreffen, blijkt daar niet voor te voelen. Niet onlogisch, gezien zijn positie.

Via de overvolle jachthaven, overduidelijk in winterslaap, voert het pad naar de weidsheid van het Gaasterland: de streek in de Zuidwesthoek, die als Fries buitenbeentje te boek staat om zijn licht glooiende landschap. In de IJstijd ontstonden hier hoge keileem- en zandgronden (gaasten), opgestuwd door gletsjers. Die kan ik met de beste wil van de wereld niet ontwaren in dit boerengebied onder Sloten. Voor zover het oog reikt, overheerst de vlakte; met als enige atypische element her en der een bescheiden bundeltje bos.

Beeld sarah-mi luyckx

Beperkte openingstijden

Als een schamel zonnetje begint te schijnen en de wind zich opvallend gedeisd houdt, zijn de platte percelen aangenaam te noemen. Ongehinderd komen er bakken licht tot je. Flink veel aanmaak van vitamine D en andere positief stemmende stofjes tegen de eventuele winterdip. In die wetenschap stap ik na krap 2 kilometer goedgeluimd Wijckel binnen. Zo’n honderd inwoners minder dan oosterbuur Sloten en bij lange na niet zo illuster. Wijckel moet het hebben van zijn Vaste Burchtkerk, wiens markante 36 meter hoge toren momenteel om onduidelijke redenen in de steigers staat. Binnen ligt het praalgraf van Menno van Coehoorn, vermaard vestingbouwkundige, die in de 17de eeuw ook zijn steentje bijdroeg aan Sloten. Je krijgt marmeren Menno, die in 2007 nog een facelift kreeg van, mind you, een kwart miljoen, niet zomaar te zien; de openingstijden van zijn onderkomen blijken zeer beperkt.

Daarom rap door naar zijn nabijgelegen lusthof - tegenwoordig het Van Coehoornbos - enig overblijfsel van ’s mans buitenplaats Meerenstein. Die 11 hectaren heb ik snel gezien. Het voormalige park komt straks in de lente vast beter tot zijn recht. Middenin ligt een ijsbaantje, dat geen enorm koufront behoeft voordat ‘it oan giet’. Maar toch, kletsnat. Ook de boomtakken druipen van het vocht. Erin en eronder moet zich bijzondere fauna bevinden. Een dassenburcht nota bene. Daar gaan mijn wandelkompaan en ik niet naar speuren. We snakken alweer naar wat Gaasterlân-lichttherapie.

Tijden veranderen

Die is er volop nadat we via de Menno van Coehoornstraat in de Coehoornspolder belanden (de man heeft over postuum eerbetoon niet te klagen), op weg naar de zuidelijke oever van het Slotermeer. Erlangs loopt een droog grasdijkje, dat samen met het belendende weiland, de brede rand ruisend geel riet en erachter het grijze Sleattemer Mar een mooi kleurpalet oplevert. Aan de overzijde de mistige minicontouren van buurtschap Ypecolsga.

Het dijkje doet een beroep op lijf en leden. Vijf hoge boerenhekken moeten worden bedwongen, voordat we weer richting Sloten mogen. Die laatste kilometer langs de vaart begint het te knagen: is er horeca open?

Naar verluidt zouden we zijn aangewezen op kille coffeecorners van tankstations. In de winter gaat de provincie steevast op slot. Valt mee. Rustiek café-restaurant De Zeven Wouden, majestueus gelegen aan de centrale gracht, is in bedrijf. Tijden veranderen, en keukens ook. Ze serveren er uiensoep, waarin Fries suikerbrood drijft.

Sloten

De Groene Wissel-wandeling ‘Sloten: Ministadje en Maximeer’ is te vinden op: wandelzoekpagina.nl. Ga naar het label Wandelingen voor de sectie Groene Wissels. Wie met het OV naar Sloten gaat, kan vanaf station Heereveen bus 41 nemen.

Sloten telt één museum: Stedhûs Sleat, waarin de geschiedenis van het stadje uit de doeken wordt gedaan. En er staat op zolder een collectie toverlantaarns, die ook voor mensen die daar helemaal niks mee hebben leuk schijnt te zijn. Alleen: het museum gaat in april pas weer open. Toch iets cultureels doen? Het 11 kilometer verderop bij Lemmer gelegen ir. D.F. Woudagemaal (het grootste nog functionerende stoomgemaal ter wereld) is alleen al vanwege de aanblik van het door Berlage ontworpen gebouw een aanrader.

woudagemaal.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden