Lichtmakers bijeen in Paradiso

De grote zaal van Paradiso in Amsterdam wordt vandaag 'in tweeën gespleten'. Van zeven uur vanochtend tot vanavond tien uur wordt er gebouwd aan een 'lightbox', een geïmplodeerde doos van acht bij acht bij acht meter. Drie nachten lang vormen plafond, vloer en middenmuur de complexe projectiewanden voor beeldkunstenaars die met een dun diaschermpje geen genoegen meer nemen.

Je ziet ze nog te veel, vindt Joost Rekveld, samen met Edwin van der Heide festivalcurator van 'Sonic Acts: Sonic Light': ,,Artiesten achter een laptop die tijdens een optreden net zo goed hun e-mail aan het checken zouden kunnen zijn.'' Dankzij de lightbox komt dit weekend de kunstenaar op het tweede plan. Het licht zelf staat centraal tijdens de negende editie van Sonic Acts, dat van een festival voor elektronische muziek uitgroeide tot een multimediaal festival en nu voor de tweede keer ook een conferentie organiseert, in de nabijgelegen Balie.

In den beginne was het licht, en dat sprak zo vanzelf dat niemand daar verder vragen bij stelde. ,,Maar er bestaat wel degelijk een lange traditie, die teruggaat tot het lichtorgel dat de Franse wetenschapper Castel rond 1750 bouwde.'' Sonic Acts brengt de hedendaagse praktijk met het verleden in contact. Naast alle optredens die de komende avonden in Paradiso staan gepland, spreken historici en kenners in De Balie onder meer over de eerste lichtexperimenten, als vroegste voorlopers van nieuwe media; over de invloed van abstracte schilders op lichtkunst en over heroïsche maar veelal vergeten pioniers uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.

Zo vertelt de weduwe van kinetisch kunstenaar Nicolas Schöffer vandaag over diens concept 'cybernetische kunst'. Woensdag vertoonde ze in De Balie al enkele van zijn films, nadat die jarenlang ingeblikt in de kast hadden gelegen. Verguld als ze was met de hernieuwde aandacht voor haar mans werk, nodigde ze prompt het publiek uit in Parijs op visite te komen: ,,Als je vooraf maar even belt.''

Het genoegen is wederzijds, weet Rekveld. Veel jonge artiesten uit het clubcircuit zijn geïnteresseerd in werk van pioniers als Schöffer, al ziet hun gereedschapskist er inmiddels volstrekt anders uit. Werkte Schöffer met spiegels, lampen en mechanische constructies, tegenwoordig zijn computers, software en programmeertalen onmisbaar. ,,Zoals een echte schilder zijn eigen verf maakt, zo moet een computerkunstenaar zijn software kunnen schrijven.''

Het beeld van de mediakunstenaar die zich opsluit in een kamer vol apparatuur en een meesterwerk creëert, is achterhaald, zegt Rekveld. ,,Ook het romantische beeld van de kunstenaar die zijn persoonlijke overpeinzingen in zijn werk uitdrukt, voldoet steeds minder. Veel laptopkunstenaars of elektronische musici verbinden hun computers met elkaar en werken samen in ondoorzichtige groepjes, zich verschuilend achter rare pseudoniemen.'' Met de anonimiteit hebben ze geen enkele moeite. ,,Sommige museumdirecteuren en curatoren zeggen dat de kunst in een crisis verkeert. Misschien is hún kunst in crisis, maar computerkunstenaars voelen zich prima bij wat ze doen.''

Wat Rekveld betreft gaat Sonic Acts over 'onze relatie met techniek'. ,,Is het niet raar in een wereld vol computers en machines in een museum naar een schilderij van een weiland te gaan kijken? Computers zijn niet onmenselijk en verschrikkelijk zoals sommigen denken, maar authentiek als een houten huisje en bovendien door mensenhanden gemaakt. Als er iets mis mee is, zit die fout dus in de mens.''

Veel computerkunstenaars zijn positief gestemd over techniek. Lichtmakers zouden zich kunnen bezighouden met architectuur en de stedelijke omgeving menselijker kleuren. In de geschiedenis van de lichtkunst duikt vaak een hooggespannen optimisme op. Zo wilden de makers van de eerste lichtorgels toeschouwers de 'orde van de kosmos' laten ervaren. En uitspraken van recentere machinebouwers doen denken aan Aldous Huxley's roman 'Brave New World', waarin futuristische machines via lichtgolven een staat van gelukzaligheid oproepen. ,,Ook Schöffer beschreef in zijn boek 'De cybernetische stad' een geweldig utopisch plan. Het is een toekomstvisie waarmee je nu niet meer voor de dag kunt komen. Maar toch vind ik het tussen alle citerende kunst wel verfrissend dat iemand zich afvraagt hoe kunst er in de toekomst uitziet. Bedenk eens wat er in een eeuw is gebeurd, je grootvader melkte koeien en jij bent elke dag online. Het is belangrijk te beseffen dat dingen veranderen. Musea zijn niet zo lang geleden ontstaan. Ze zullen ook weer verdwijnen. En dat is niet erg.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden