Licht, na 2300 jaar

WIM BOEVINK

Dat de wereld ademloos toekijkt wil ik niet beweren, maar dagelijks volg ik koortsachtig en in hoge staat van opwinding de berichtgeving uit Amphipolis.

Ik schreef er deze week eerder over en het spijt me u er opnieuw mee lastig te vallen, maar eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat er elders belangrijker zaken zijn dan de vorderingen die een team van archeologen maakt bij hun werkzaamheden in een grafheuvel van ongekende afmetingen, op weg misschien naar een grote schat uit de oudheid, uit de tijd van Alexander de Grote.

Amphipolis, honderd kilometer ten oosten van de Noord-Griekse stad Thessaloniki. De grafheuvel die hier al in de jaren zestig van de vorige eeuw werd gevonden, en die omgeven blijkt door een perfect rondlopende muur van marmer, staat op het punt zijn geheimen prijs te geven.

Men vond achter de muur van vijfhonderd meter lengte, een tweede muur die de hoofdingang verborg naar een gang, een hoofdingang bewaakt door twee sfinxen zonder hoofd. Gravend tastte het team zich een weg, onderwijl het gewelf stuttend dat het blootlegde, tot het opnieuw op een muur stuitte, waarachter zich een tweede poort bevond, dit keer werkelijk spectaculair getooid met twee kariatiden, vrouwfiguren van marmer, met haar in dikke vlechten. Een van de gezichten was verdwenen, maar resten ervan vond men in het zand terug. Twee vrouwen, die beiden hun arm afwerend uitstrekten, op wie vermoedelijk voor het eerst in 2300 jaar het licht viel, het kunstlicht van bouwlampen. Je kunt daarbij toch alleen maar ontroering voelen. Eergisteren werd hun lijf helemaal uitgegraven, ze waren groter dan verwacht, en hun kleed was magnifiek bewerkt, in schitterende plooien vallend.

Ik zag er foto's van, adembenemend, maar voor alles wat ik erover melden kan ben ik afhankelijk van het Griekse ministerie voor cultuur dat de berichtgeving over Amphipolis naar zich toe heeft getrokken. Intussen heeft de politie een cordon rond de grafheuvel gelegd om nieuwsgierigen te weren.

Even met die archeologen te mogen afdalen, wat een ervaring zou dat zijn. Ik zou er mijn claustrofobie voor overwinnen. Op het ogenblik dat ik dit schrijf is het team begonnen aan het uitgraven van het vertrek achter de poort met de kariatiden, centimeter voor centimeter, want hier wordt een hoofdvertrek vermoed, de grafkamer zelf, en er is goede hoop dat die ongeschonden zal blijken te zijn.

Wie ligt hier begraven? De vrouw van Alexander? Zijn moeder? Een generaal? Aangenomen wordt dat Alexander zelf, die in 323 voor Christus in het Perzische Babylon stierf, is begraven in Egypte. Maar nooit werd diens graf er gevonden.

Zojuist bereikt me het bericht dat in het vertrek achter de kariatiden, waarvan een deel van het plafond is vrijgelegd, opnieuw een deur is aangetroffen. Mij overvalt eenzelfde spanning als destijds bij het lezen van de stripklassieker 'Het mysterie van de grote piramide' van Blake en Mortimer.

We betreden de donkere diepte, op weg naar iets dat ons met stomheid zou kunnen slaan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden