Licht, lucht en ruimte voeren de boventoon in museumvilla

Het is een museum waar je wel zou willen wonen. De huiselijke sfeer, de mooie lichte ruimtes, de grote openheid naar de tuin en parkachtige omgeving en natuurlijk de locatie: vanuit het ene raam kijk je uit op museum Boijmans, vanuit het andere op het Nederlands Architectuurinstituut. Het Chabot Museum, gevestigd in een markante witte villa aan het Museumpark in Rotterdam, is misschien wel een van de meest aangename musea van Nederland.

Museumpark 11, waar het Chabot Museum sinds 1993 is ondergebracht, was oorspronkelijk ook een woonhuis. De witte villa werd in 1938 ontworpen door architect Baas in opdracht van de Rotterdammer Kraaijeveld. Na de Tweede Wereldoorlog woonde de dochter van de familie Kraaijeveld er. Daarna werd het een kantoor en liet de toenmalige eigenaar er een extra verdieping op plaatsen naar een ontwerp van de Rotterdamse architect Groosman. Begin jaren ’90 werd de villa verbouwd tot museum.

Alle verbouwingen en aanpassingen zijn met veel zorg uitgevoerd, waardoor het oorspronkelijke heldere en ruime karakter behouden bleef. Sinds 2000 staat de villa op de rijksmonumentenlijst, net als twee buurvilla’s die ook in de jaren ’30 werden gebouwd, beide naar een ontwerp van de architecten Brinkman en Van der Vlugt, die ook de Van Nellefabriek in Rotterdam ontwierpen, één van de beroemdste voorbeelden van Het Nieuwe Bouwen. Architect Baas was jarenlang in dienst bij Brinkman en Van der Vlugt, maar toen hij de opdracht voor ’Museumpark 11’ kreeg, werkte hij zelfstandig. Hij haalde er architect Stokla bij voor de uitvoering. Licht, lucht en ruimte waren sleutelwoorden voor de architecten van het Nieuwe Bouwen. En dat is nog steeds voelbaar in de museumvilla.

Het Chabot Museum, ontstaan als particulier initiatief van het echtpaar Grootveld, biedt onderdak aan de collectie van de schilder en beeldhouwer Henk Chabot (1894-1949), een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse expressionisme. Maar om het museum aantrekkelijk te houden wordt ook werk van andere kunstenaars getoond dat zich leent voor presentatie in dit specifieke gebouw. Dat de relatief beperkte ruimte daarbij geen belemmering hoeft te zijn, laat conservator Jisca Bijlsma zien met de mooie, verstilde expositie van het werk van de Duitse kunstenares Paula Modersohn-Becker (1876-1907). Voor het eerst sinds de jaren ’50 is haar werk weer in een solotentoonstelling in Nederland te zien. De kunstenares stierf op 31-jarige leeftijd, een paar weken na de geboorte van haar eerste kind. Ze liet ruim 750 schilderijen en meer dan 1000 tekeningen na en wordt gezien als wegbereider voor het expressionisme. Zelfportretten, landschappen, stillevens en het thema moeder en kind domineren haar pure en verstilde werk, eenvoudig, soms op het primitieve af, maar raak geschilderd. „Tot de grootst mogelijke eenvoud komen. Dat zorgt voor grootsheid”, zei Modersohn kort voor haar dood. Dit citaat is afgedrukt op de muur van één van de tentoonstellingskamers. Het is een treffende typering, van haar werk, maar ook van de ambiance waarin het wordt gepresenteerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden