Licht, geluid, beweging, en een gozer genaamd Frank

Het World Wide Video Festival loopt van de opening op maandagavond 16 april om 20.30 uur t/m zondag 25 april in het World Wide Video Center aan Spui 189 en in het Theater aan het Spui (ondermeer vertoningen op groot scherm en op aanvraag, lezingen, openbare interviews met kunstenaars, retrospectieven, een dag met presentaties van academies (woe 21), een documentair programma). In de voormalige ruimte van het Kijkhuis aan het Noordeinde 140 zijn installaties van Marina Abramovich, Justin Bennett, Atsushi Ogata en C.M. Judge, in het Archief aan de Casuariestraat 16 installaties van Marie Delier en David Rokeby. Alle locaties zijn op loopafstand van elkaar en van het Centraal Station. Informatie en festivalprogrammakrant: tel. 070-3644805.

Het World Wide Video festivalprogramma is dit jaar nog voller dan ooit. Misschien wel al te vol, geeft festivaldirecteur Tom van Vliet toe, maar hij wilde de mogelijkheden van de nieuwe huisvesting aan het Spui optimaal gebruiken, zeker nu het gehele aangrenzende Theater aan het Spui volgende week tot het festivalterrein behoort.

Was het World Wide Video Festival bij de oprichting in 1982 in de eerste plaats nog een plek waar tapes konden worden bekeken, sindsdien is het uitgegroeid tot een belangrijke internationale plek van ontmoeting en uitwisseling voor mediakunstenaars, conservatoren, producenten en distributeurs. Met het festival van Locarno is dit het langst bestaande op het gebied van mediakunst. Sommige bezoekers kennen Den Haag alleen vanwege dit festival.

De nieuwe, centraal gelegen locatie en het gegeven dat mediakunst steeds meer uit het besloten hoekje van kenners begint te komen, zijn volgens Van Vliet mooie kansen om het festival en het World Wide Video Center voor een breder publiek toegankelijk te maken: "We trekken een vrij professioneel publiek, maar we willen ook nadrukkelijk openbaar zijn." Belangrijk voor die openheid zijn de vele ramen en doorkijken in het nieuwe gebouw, in overleg met architect Herzberger speciaal voor het Video Center ontworpen. Sinds deze week behoren 'presentaties naar buiten toe' daarbij ook letterlijk tot de mogelijkheden.

Twaalf van de sponningen in het hoekraam van het Video Center, worden deze week voorzien van het priva-lite systeem: een speciale glassoort die met behulp van een stroomkabel naar keus transparant en diffuus kan worden gemaakt. Doorzichtig geeft dit glas gewoon een blik naar buiten, maar in diffuse toestand kunnen de ruiten dienen als projectiescherm waar van binnenuit vertoningen op kunnen worden geprojecteerd, die van buiten zichtbaar zijn. Als projectiesysteem een wereldprimeur, die bij de opening van het festival volgende week voor het eerst wordt gebruikt voor een band van videokunstenaar-van-het-eerste uur Nam June Paik.

Van Vliet ziet het al voor zich: binnenkort loopt een stroom mensen vanaf het Centraal Station naar het Spui, door het nieuwe ministerie van VROM naar Koolhaas' Danstheater, Richard Meiers nieuwe stadhuis en Herman Hertzbergers Theater aan het Spui, met op de hoek het scherm van het World Wide Video Center. Een prachtkans om het centrum meer bekendheid te geven. Beelden kunnen in eerste instantie 's avonds worden geprojecteerd, maar de Amerikaanse mediakunstenaar Bill Viola experimenteert al met projecties bij daglicht. In samenwerking met het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten is aan een aantal kunstenaars opdrachten verstrekt om speciaal voor dit nieuwe projectievenster werk te ontwikkelen.

De eerste generatie kunstenaars die zich in de jaren zestig met elektronische media bezig ging houden, reageerde voornamelijk op de bestaande media, zoals Paik. Veel videokunstenaars van het begin waren van oorsprong schilders of beeldhouwers, zoals de in Nederland woonachtige, Joegoslavische Marina Abramovich. Zij legde haar happenings en performances per video vast. De 'tweede generatie' ging zich concentreren op video en installaties. Inmiddels komt een derde generatie van de academies en raakt 'mediakunst' eindelijk ingeburgerd, na een periode van twintig jaar waarin wel telkens opnieuw werd geroepen dat dit een volwassen kunstvorm is die een eigen plek in de musea moet hebben, maar de belangstelling ervoor beperkt bleef tot een beperkte groep. Vooral multi-media-installaties worden de laatste jaren steeds vaker tentoongesteld. Op de laatste Documenta's kregen de videoinstallaties veel aandacht en reacties van media en publiek: voor de installaties van Gary Hill, Bill Viola of Bruce Nauman stonden de mensen in de rij. "Wij werkten tien jaar geleden al met Gary Hill," zegt Van Vliet. "Nu vliegt hij zich suf over de wereld." En ontbreekt hij op dit elfde World Wide Video Festival vanwege zijn overvolle agenda.

Juist vanwege het aantreden van een derde generatie mediakunstenaars, wil Van Vliet het festival niet langer beperken tot het tonen van recente ontwikkelingen maar ook de geschiedenis van deze kunstvorm tonen. "De nieuwste generatie die met elektronische media werkt, gaat uit van een totaal andere situatie dan in het begin. Zij beginnen niet langer met een stuk papier maar zijn volledig opgegroeid met het elektronisch beeld," zegt Van Vliet. "Discussies over of ze nu video - of mediakunstenaar genoemd moeten worden, doen er voor hen niet meer zoveel toe. Steeds meer academies krijgen audiovisuele afdelingen, waardoor het zinnig wordt om een beeld te geven van de geschiedenis van deze kunstvorm."

In het programma zijn retrospectieven opgenomen van Abramovic, Francesc Torres en van de Japanner Atushi Ogata, die daarnaast alledrie in verschillende ruimtes een installatie realiseerden. Het educatieve bijprogramma 'Documentary and electronic media arts' presenteert een overzicht van vijftien jaar elektronische mediakunst.

Een belangrijke kern van het festival vormen de 82 geselecteerde tapes, die een overzicht geven van de internationale ontwikkelingen op het gebied van de elektronische mediakunst. Van Vliet en zijn medewerkers zien er jaarlijks minstens 1500 ( "als ik echt op mijn persoonlijke smaak zou afgaan, hou je maar zo'n tien tapes over, maar dat is geen festival meer." ). Doordat het festival internationaal hoog staat aangeschreven, krijgt het World Wide Video Center tapes van kunstenaars uit de hele wereld; ook degenen met een internationale faam sturen hun werk op. Daarnaast bereist Van Vliet de wereld om kunstenaars, producenten en instellingen te bezoeken.

Veel nieuw werk komt uit Zuid-Amerika en uit Oosteuropese landen als Polen en Hongarije. Thema's als ecologie, milieu en politiek bewustzijn kwamen vorig jaar al sterk naar voren. "Hoeveel tapes ik gezien heb over de Golfoorlog en het beeld van Amerika als een land dat hier en daar een paar oorlogjes wint," zegt Van Vliet. Veel van het werk dat nu gemaakt wordt, is nog steeds vrij geengageerd, met thema's als de slavernij zoals in de tape van de Amerikaan Lawrence Andrews 'And they came riding into town' of een cyclus van beeldvorming en vooroordelen in 'Autobus' van de Slovenische Zemira Alajbegovic en Neven Kordes.

Een opmerkelijke ontwikkeling dit jaar is dat veel kunstenaars zich bezighouden met portretten. Gezichten komen zowel in tapes (Robert Hamilton, Lydie Jean-Dit-Pannel, John Gillies, Utray & Lamadrid) als in installaties (Abramovic en Marie Delier) veel voor. Daarnaast blijven de mogelijkheden van de verschillende mediatechnieken een belangrijke inspiratiebron. Een oude klacht is dat het werk de techniek vaak niet weet te overstijgen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Een prachtige tape is bijvoorbeeld 'Work, rest and play episode 1; Light, sound, motion and a guy called Frank' van het Britse duo Alan Robertson en Douglas Aubrey.

Hierin wordt een combinatie gemaakt van beelden uit computerspelletjes, deels ingekleurde natuuropnames en het jongetje Frank. Als kijker ervaar je met Frank de wereld als weergegeven door elektronische media als zintuigen, wat de tape behalve beeldend en technisch ook inhoudelijk interessant maakt.

Een aspect dat veel mediakunstenaars bezighoudt, is het gebruik van audiovisueel archiefmateriaal in nieuwe produkties ('found footage'). Het festival toont deze ontwikkeling al langer, maar besteedt er dit jaar aandacht aan binnen een speciaal programma, samengesteld door curator Eugeni Bonet van het museum voor hedendaagse kunst IVAM in Valencia. Bonets programma sluit goed aan bij de installatie 'Silk Stockings', die de Spaanse kunstenaar Francesc Torres op verzoek van het Kijkhuis voor de nieuwe locatie aan het Spui maakte.

Torres houdt zich bezig met het totstandkomen van beeldvorming, van veranderende ideeen over geschiedenis en over de rol van de media daarin, en snijdt daarmee een aantal actuele thema's tegelijk aan. In zijn installaties maakt hij vaak gebruik van found footage. Geengageerdheid is voor Torres een voorwaarde voor zijn werk: "In combinatie met techniek, emotie en esthetiek probeer ik het allemaal te verwerken," stelt hij. In 'Silk Stockings' gaat het om het verdwijnen van 150 jaar communisme en het razendsnel adapteren van het kapitalistisch systeem door Rusland en het Oostblok. Hij gebruikt daarvoor beelden uit de jaren vijftig-remake van de film 'Ninotchka', die tonen hoe een Russische spionne haar ideologie gaandeweg afzweert. Het aantrekken van een paar zijden kousen is daarin een symbolisch moment, afgewisseld met opnames van een brand die aan de overkant van Torres' appartement plaatsvond. "Alsof het communistisch vuur door all-American firemen gedoofd wordt," formuleert hij het zelf. Daarnaast gebruikt hij een oud familiefilmfragment van Lenin, dat op 17 monitoren verschijnt en gaandeweg vervaagt tot ruis. Op een kaptafel met make-up staat een watchman met directe beelden uit de meest recente 'geschiedenis': de oorlog in het voormalig Joegoslavie.

Aan Torres is eveneens de primeur van het gebruik van een speciaal voor het Video Center ontwikkelde vloer. Op de gietbetonnen bodem van deze zaal is een uitgebreid kabelnet aangelegd, afgedekt met kleine tegels die er per stuk kunnen worden uitgelicht. Dit systeem maakt een veelheid aan installaties mogelijk. Een belangrijke faciliteit, want mediakunst mag dan een toenemende populariteit genieten, geschikte ruimtes waar tapes en installaties permanent getoond kunnen worden, zijn er in de musea nog nauwelijks.

"Sinds het World Wide Video Center haar nieuwe behuizing heeft betrokken, lopen mediakunstenaars hier de deur plat om te vragen of we hun werk in onze collectie willen opnemen," zegt directeur Van Vliet. Het voor videopresentaties ingerichte hoekje onder de trap van het Stedelijk Museum is vergeleken bij de situatie in de meeste musea al heel wat. Zelfs het Centre Georges Pompidou in Parijs, dat een voortrekkersrol speelde op het gebied van mediakunst, heeft geen permanente vertoningsruimte.

Het Museum Of Modern Art in New York heeft een redelijke en in recent geopende musea als die voor hedendaagse kunst in Bonn, worden wel speciale ruimtes voor mediakunst gebouwd. Daarnaast zijn er de Europese centra voor mediakunst zoals die in Le Fresnoy (Frankrijk) en ZKM in Karlsruhe.

Van Vliet ziet zijn centrum behalve als podium als onderzoekscentrum voor kunstenaars en eventueel musea. "Wij zoeken naar nieuwe vormen voor presentatie. Torres was zo enthousiast over onze nieuwe vloer, dat hij het Whitney Museum in New York, dat momenteel met een herinrichting bezig is, heeft aangespoord hier te komen kijken. Wij kunnen door onze specifieke mogelijkheden een laboratoriumfunctie vervullen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden