Libië als eenheid: een hels kwarwei

Nu de dictator dood en zijn regime definitief verdreven is, wacht de Nationale Overgangsraad misschien nog wel de moeilijkste opgave: het Libië van ná Moammar Kadafi tot een nieuwe, democratische eenheid te smeden. De eerste schreden op weg daarheen waren achterwaarts gericht.

De beelden gingen in no time de wereld over. Eerst een versufte en bloedende Moammar Kadafi die door uitzinnige rebellen op een pick-up truck wordt gehesen. Even later het levenloze lichaam van Kadafi met een kogelgat in zijn voorhoofd. Wat er in de tussentijd precies gebeurde, was de afgelopen dagen onderwerp van verhit debat.

Minder ging het over de herkomst van de strijders die Kadafi uit het riool trokken en inrekenden. Ze waren afkomstig uit Misrata. Donderdagavond werd Kadafi's lijk door die Libische havenstad geparadeerd, alvorens het in een koelcel opgeborgen werd. Het ontzielde lichaam van Kadafi's zoon Moetassim trof hetzelfde lot.

Het waren niet de eerste oorlogstrofeeën die de Misrati naar hun stad sleepten. Eind augustus, tijdens de inname van de hoofdstad Tripoli, maakten zij zich al meester van het beroemde golfkarretje waarin de gewezen dictator zich placht te verplaatsen. In Bab al-Azizya, Kadafi's hoofdkwartier, werd een metershoog beeld - een stalen vuist die een schaalmodel van een Amerikaanse straaljager fijnknijpt - ingeladen. Het lijk van de dictator zelf was de trofee die nog ontbrak.

De burgers van Misrata hadden dan ook een appeltje te schillen met Kadafi. In het oostelijk gelegen Benghazi werd in maart een invasie dankzij ingrijpen van de Navo ternauwernood afgewend. In Misrata hadden ze minder geluk. Weliswaar wisten de opstandige bewoners de in de stad gestationeerde troepen van Kadafi in eerste instantie te verdrijven, maar zij konden niet verhinderen dat omliggende stadjes als Zliten en Tauarga tot garnizoenssteden van Kadafi-loyalisten werden omgesmeed.

Het offensief dat volgde was genadeloos. Maandenlang regende het raketten en artilleriegranaten op de stad. Tanks wisten door te dringen tot het centrum. In de hoofdstraat staat geen gebouw meer overeind. Het leverde Misrata de bijnaam 'martelarenstad' op. Haar strijders groeiden uit tot helden. Want dankzij ingenieuze guerrillatechnieken wisten zij de troepen van Kadafi tijdens een heroïsch contraoffensief in juni terug te dringen tot het punt dat de Gradraketten buiten het bereik van Misrata kwamen.

De heldenstatus die dat hen in Libië opleverde, maakte dat zij zich niet al te veel gelegen lieten liggen aan de Nationale Overgangsraad. Dat bleek wel na de inname van Tripoli. Strijders uit Misrata vorderden een luxehotel waar zij hun eigen hoofdkwartier onderbrachten en paradeerden met veel machtsvertoon door de stad. Abdelhakim Belhadj, de voormalige jihadist die door de Overgangsraad werd aangesteld als militair bevelhebber van de stad Tripoli, zal opgelucht adem hebben gehaald toen de slag om Bani Walid en Sirte werd ingezet en de strijders uit Misrata terug naar het front stoven om af te rekenen met de laatste Kadafibastions.

De Overgangsraad zou ook ongetwijfeld liever hebben gezien dat Kadafi levend was ingerekend - al was het maar om zich van de goede kant te laten zien tegenover haar partners in het Westen. Maar zelfs als uit onderzoek blijkt dat Kadafi is geëxecuteerd, zal dat voor de strijders uit Misrata waarschijnlijk geen gevolgen hebben. Ze wanen zich niet alleen onaantastbaar, ze zijn het ook.

Zo verjoegen strijders uit Misrata in augustus de overwegend zwarte bevolking van het verderop gelegen Tauarga - omdat bendes afkomstig uit dit 20.000 bewoners tellende stadje plunderend, verkrachtend en moordend door Misrata getrokken zouden zijn. De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch veroordeelde de wraakactie scherp en maakte duidelijk dat de veronderstelde misdaden eerst hadden moeten worden onderzocht en in geen geval een rechtvaardiging konden vormen voor het collectief straffen van een hele stad.

Mahmoed Jabril, een van de leidende figuren van de Overgangsraad, dacht daar echter anders over. Hij weigerde de 'zuivering' van Tauarga te veroordelen en stelde dat het een kwestie was die alleen de bewoners van Misrata aanging. Oftewel: uit angst de strijders van Misrata tegen de haren in te strijken door een onafhankelijk onderzoek te eisen, sanctioneerde Jabril de ontruiming van een hele stad. Daarmee verklaarde hij en passant de eerder met de nodige pathos aangekondigde 'nationale verzoening' tot een dode letter. Wat voor de rest van Libië gold, ging kennelijk niet op voor Misrata.

Deze knieval is veelzeggend en weerspiegelt tegelijk de belangrijkste uitdaging voor de Overgangsraad nu Kadafi uit de weg is geruimd. Hoe kan de Raad vanuit Tripoli gezag afdwingen bij steden die blijk geven van een krachtig regiobewustzijn en die allemaal beschikken over zwaarbewapende strijders, gehard door maanden van furieuze strijd? Dat geldt voor Misrata, maar ook voor het oostelijk gelegen Benghazi en in mindere mate voor steden als Zintan en Zoeara.

Er is het nodige gezegd over de stammenstructuur van de Libische samenleving. Hier en daar werd het beeld opgeroepen van een soort Afghanistan waar stamleiders in een tent in de woestijn eindeloos handjeklap bedrijven.

In kleine stadjes in het zuiden van Libië is dat zeker het geval, maar te gemakkelijk wordt uit het oog verloren dat het overgrote deel van de ongeveer zes miljoen Libiërs aan de kust woont. In Tripoli, Misrata en Benghazi bijvoorbeeld, moderne steden met respectievelijk 2 miljoen, 500.000 en 900.000 inwoners. Stamidentiteit speelt daar weliswaar een rol, in huwelijks- en familiekwesties bijvoorbeeld, maar zij is lang niet allesbepalend. Stads- en regio-identiteiten wegen vaak minstens even zwaar.

Zoals in ieder ander land, is er ook in Libië altijd rivaliteit geweest. Tussen het Oosten en het Westen bijvoorbeeld. Of tussen steden als Tripoli en Misrata. Veel kwaad schuilt daar verder niet in, benadrukken diverse notabelen in Misrata desgevraagd. Beide steden kennen hun rol en respecteren die: Tripoli als zetel van de politieke macht, Misrata als de haven en handelsstad. Een verhouding zoals tussen Amsterdam en Rotterdam. Of tussen Parijs en Marseille.

Hernieuwd regionaal bewustzijn staat het verlangen naar territoriale eenheid in Libië bovendien geenszins zin de weg. Waren het voorheen de functionarissen van het regime die de straten van Tripoli met de groene vlaggetjes van Kadafi optuigden, nu wedijveren winkeliers onderling wie de mooiste rebellenvlag op zijn rolluik kan verven. Ondertussen schalt het volkslied van de in 1969 omvergeworpen monarchie uit iedere passerende auto. In Tripoli, maar ook in Misrata of Benghazi.

Geconfronteerd met de vraag waarom de opstand geen charismatische leider heeft voortgebracht, leggen koffiehuisbezoekers je overal geduldig uit dat de revolutie een collectieve inspanning is geweest. "De groen-zwart-rode vlag, of beter: 'Libië', dát is de nieuwe leider", zo klinkt het. De gezamenlijke strijd tegen de alom gehate dictator smeed een nationaal sentiment.

Dit verlangen naar nationale eenheid is ongetwijfeld oprecht; onmiskenbaar gaat er ook een bezwerende kracht vanuit. Met de nieuwe vlag dekt men de onuitgesproken vrees toe dat sluimerende conflicten het nieuwe Libië zullen verscheuren. Hoe reëel die angst is, blijkt wel uit de conceptgrondwet die de Libische Nationale Overgangsraad begin augustus presenteerde. Artikel 9 draagt iedere Libische burger op de nationale integriteit te bewaken en regionale en tribale twisten te bestrijden.

Mooi gezegd, maar uiteindelijk zal alles neerkomen op politieke tact. Berbers uit de Nafoessabergen willen even graag deel uitmaken van het nieuwe Libië als de bewoners van Zintan, Misrata of Benghazi. Maar allemaal eisen ze nu compensatie. De Berbers voor de onderdrukking van hun culturele identiteit die ze onder Kadafi hebben ondergaan. De Libiërs uit het oosten omdat ze als eerste diens juk hebben weten af te werpen. De bewoners van Misrata en Zintan voor het leed dat hen eerder dit jaar is aangedaan en voor de moed die ze aansluitend hebben getoond.

Wanneer die compensatie uitblijft, zou het kersverse nationale sentiment wel eens snel kunnen verdampen. De belangrijkste taak waar de Overgangsraad voor staat, is iedereen een stuk van de politieke taart te geven. Pas daarna kunnen ze in Tripoli aan ontwapening van de milities gaan denken.

Hoe ingewikkeld het machtsspel is, blijkt wel uit het feit dat de Raad er de afgelopen maanden niet in slaagde om met een nieuwe interim-regering naar buiten te komen. Moeilijk verklaarbaar is dat niet: het snijden van de taart is al een kunst op zich, maar wie geef je de slagroom en de kers?

Sommigen zien het uitblijven van die interim-regering als het ultieme bewijs van de zwakte van de Overgangsraad. Maar je zou ook kunnen redeneren dat de raad het probleem serieus neemt en niets wil forceren. Laat ze daar in Misrata eerst nog maar even dollen met het lijk van Kadafi, zullen ze in Tripoli wellicht hebben gedacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden