Liberman debuteert spannend bij zijn 'oude' Rotterdammers

ROTTERDAM - Een vriendelijk knikje met het hoofd naar links, een vriendelijk knikje naar rechts, de armen symmetrisch voor de borst gevouwen met de handen slagklaar. Zo simpeltjes en degelijk bereidde Viktor Liberman vrijdagavond de inzet voor van zijn eerste optreden als dirigent bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Zo klein en bescheiden als hij daar stond op de bok van het Doelen-podium, zo dwingend waren zijn aanwijzingen naar het orkest dat hij in de kern zo goed kent. Want dezelfde Liberman diende het RPhO tussen 1979 en 1985 als concertmeester. Het was de plek waar hij na zijn emigratie uit de toenmalige Sowjet-Unie met verbazing en open armen werd ontvangen. Want Liberman was niet minder dan concertmeester bij het fameuze Leningrads Philharmonisch.

Met zijn inzicht in de rijke strijkerscultuur van Russische orkesten, bevruchtte hij het Rotterdamse ensemble en droeg ontegenzeggelijk bij tot de snelle groei in klank, kracht, en discipline. En nu stond hij er als dirigent; aan de gezichten van de musici viel af te lezen dat de oude collega's en de nieuwkomers begrepen dat je bij Liberman precies werk moet leveren. Dat drukte hij ook uit in zijn technisch-pedagogische gebaren: hij gaf alles aan, lette op elke groep, waarbij zijn aanwijzingen niet extatisch werden, vormelijk bleven, als van een ouderwetse maestro.

Toen hij aan het Utrechts Conservatorium een belangrijke vioolopleiding ontwikkelde, zette hij ook het conservatorium-orkest nieuw op en begon te dirigeren. De resultaten waren opvallend. Met zijn pensionering als concertmeester van het Concertgebouworkest eind vorig seizoen, brak voor hem een nieuwe carrière aan: hij ontpopte zich als een gedreven dirigent.

Identiek

Zo'n indruk maakte hij dat de musici van het Noord-Nederlands Orkest hem spontaan vroegen voor vast naar Groningen te komen. Hij begint er als chef half oktober met een programma dat bijna identiek is aan zijn intree als gast in Rotterdam: Oberon-ouverture, een vioolconcert (in Rotterdam Tsjaikovski, Groningen krijgt Paganini) en Dvoraks negende symfonie.

Sprookjesachtige klanken toverde hij uit het orkest in de inleidende beweging van de Oberon-ouverture van Carl Maria von Weber. Daarna spetterde er een vitaliteit uit het aansluitende allegro con fuoco. Zesenzestig is deze 'jonge' dirigent, maar zijn inzet straalde jeugdig élan uit. Dat combineerde hij met de effectiviteit van een musicus die vanaf de concertmeestersstoel leerde hoe een orkest gemend dient te worden.

Liberman moet zich een gelukkig man hebben gevoeld: gastéren bij zijn 'oude' orkest, en als vioolsolist een oud-leerling introduceren, de Italiaan Marco Rizzi. Met kloeke, maar genuanceerde toon droeg Rizzi deze meezinger onder de solo-concerten voor, indrukwekkend zelfs in de canzonetta, met Liberman als zorgvuldige intermediair naar het fraai begeleidende orkest.

Alle spanningen en remmingen die Liberman voor de pauze nog tot een tamelijk formeel dirigeren beperkten, waren afgeschud bij de uitvoering van Dvoraks negende symfonie; hij maakte bredere gebaren om de emotionaliteit in de klank naar boven te halen. Alle solistische bijdragen (die van Ron Tijhuis op de alt-hobo was formidabel) fonkelden als juwelen in het even perfect als spannend opgebouwd en afgewerkt klankverhaal over de 'nieuwe wereld'.

Het Rotterdams Orkest haalde hoorbaar voordeel uit het fijnslijperswerk op de repetities van pedagoog-artiest Liberman. Het deed me denken aan de grote Russische orkestpedagoog die in de jaren zeventig in Nederland zo'n invloed had: Kirill Kondrasjin. Wat kan Groningen blij zijn met Liberman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden