Liberale rabbijn is nu meestal een vrouw

Een minderheid van de liberaal-joodse gemeenschap zal er moeite mee hebben, maar per vandaag is het een feit: het liberaal-joodse rabbinaat feminiseert. De eerste lichting van de Nederlandse rabbijnenopleiding levert vier vrouwen op.

De liberaal-joodse gemeenschap in Nederland is vandaag in één klap vijf rabbijnen rijker. Van deze vijf, die vanmiddag in een feestelijke ceremonie in de Haagse liberaal-joodse synagoge hun rabbinale bevoegdheid ontvangen, zijn er ook nog eens vier vrouw. Voor Nederlandse begrippen een revolutionaire ontwikkeling.

De vijf studeerden af aan het in 2002 opgerichte Levisson Instituut in Amsterdam – de eerste, inmiddels ook internationaal erkende, liberaal-joodse opleiding voor rabbijnen en voorzangers van eigen bodem.

De VS, Israël en Engeland wijdden hun eerste vrouwelijke rabbijnen al decennia geleden in, maar de komst, in 2005, van rabbijn Elisa Klapheck naar de vernieuwingsgezinde Joodse gemeente Beit Ha’Chidush, was voor Nederland een opwindende nouveauté. Er waren al wel Nederlandse vrouwelijke rabbijnen, opgeleid aan het Londense Leo Baeck College. Maar op één na zijn die niet teruggekeerd naar Nederland.

Van die ene uitzondering – oud-verpleegster Hetty Groeneveld – heeft rabbijn Elisa Klapheck tamelijk geruisloos op 29 juni gezelschap gekregen. Groeneveld heeft het justitierabbinaat overgenomen van de naar Zürich vertrokken rabbijn Ruben Bar-Ephraïm, en heeft inmiddels de Liberaal-Joodse Gemeente Brabant onder haar hoede gekregen.

Met Groeneveld en de aan het Nederlandse Levisson Instituut opgeleide Tamarah Benima, Marianne van Praag, Navah-Tehila Shmuelit-Livingstone en Kineret Sittig, die vandaag hun semicha (rabbinale bevoegdheid) krijgen, beschikt de Nederlandse liberaal-joodse gemeenschap nu over vijf vrouwelijke rabbijnen. De zesde nieuwe rabbijn, en de enige man van de vijf afgestudeerden, Albert Ringer, is al enige tijd werkzaam als krijgsmachtrabbijn.

Met deze vijf vrouwen trekt een ware feminiseringsgolf door het liberale rabbinaat dat tot voor kort uit louter mannen bestond. Menno ten Brink is verantwoordelijk voor de grootste liberaal-joodse gemeente van Nederland, die van Amsterdam. Ook Gelderland en Flevoland ’vallen’ onder hem. Zijn voorganger in Amsterdam, rabbijn David Lilienthal, is eerder gestopt met het gemeentewerk om de Nederlandse liberale rabbijnenopleiding op te zetten. Tot 1 januari is hij nog verantwoordelijk voor de gemeente Rotterdam, daarna gaat hij met pensioen. Ook Awraham Soetendorp (Den Haag, Utrecht) en Sonny Herman (Brabant) zijn al met pensioen. En Edward van Voolen heeft zijn handen vol als conservator van het Joods Historisch Museum.

Soetendorp wordt over twee weken opgevolgd door een Amerikaanse interimrabbijn. Deze Kenneth Leinwand is voor twee jaar benoemd, dus Den Haag is (voorlopig) vergeven, aan weer een man.

Maar kunnen in de andere rabbijnloze gemeenten – Utrecht, Noord-Holland, Twente, en straks Rotterdam – nu de nieuwe vrouwelijke rabbijnen aan de slag?

Zo eenvoudig ligt dat niet, zegt Lilienthal, de decaan van het zo succesvol gebleken Levisson Instituut. „Er is veel werk, maar er zijn weinig banen. Onze gemeenten zijn te klein om overal een vaste rabbijn aan te stellen. De nieuwe rabbijnen moeten daarom hun hoofdinkomen uit andere bron halen. De vijf die nu van de opleiding komen, doen dat ook al. Ze hebben tijdens hun studie in hun eigen levensonderhoud voorzien.”

De liberaal-joodse gemeenschap heeft de knowhow van de nieuwe rabbijnen hard nodig, zegt Lilienthal, al kan dat niet in de vorm van vaste banen, maar vaker op freelance basis. Hun kracht zal vooral liggen op het gebied van de kennis, want daaraan is een groeiende behoefte binnen de Joodse gemeenschap. Het gaat daarom niet in eerste instantie om nieuwe gemeenterabbijnen en chazzanim (voorzangers), maar vooral om mensen die joodse les kunnen geven en cursussen en publicaties kunnen verzorgen waardoor de kennis van het jodendom verdiept en verbreed kan worden.

Lilienthal: „Voor het leiden van een synagogedienst heb je geen rabbijn nodig, de meeste gemeenten runnen hun eigen diensten. Maar wie leidt de mensen op die de diensten moeten leiden? Daar is wél geschoold kader voor nodig. Ook het pastorale gebied is de laatste jaren ernstig verwaarloosd. We hebben een nieuw gebedenboek dat verder ontwikkeld moet worden. Scholen doen verzoeken om lezingen. En dan is er nog het beleid van het Verbond, waarbij de liberaal-joodse gemeenten zijn aangesloten, waarvoor ook de nieuwe rabbijnen verantwoordelijkheid moeten gaan dragen.”

De vijf studenten die vanmiddag hun rabbinale bevoegdheid ontvangen, hebben colleges gevolgd aan de universiteiten van Amsterdam en Leiden. Het Levisson Instituut verzorgt ook zelf colleges en regelt stages. Het werkt daarbij samen met de rabbijnenopleidingen van het Hebrew Union College in Cincinnati, New York, Los Angeles en Jeruzalem en het Leo Baeck College in Londen.

Robert A. Levisson, naar wie de Nederlandse rabbijnenopleiding is genoemd en die in 2001 overleed, was grondlegger van de liberaal-joodse gemeente Den Haag en oprichter van het Cidi, het Centrum Informatie en Documentatie Israël.

De feestelijke ceremonie in Den Haag wordt bijgewoond door vertegenwoordigers uit de Liberaal Joodse wereld in de VS, Israël en vele Europese landen en uit de Nederlandse universitaire, politieke, kerkelijke en islamitische wereld. De politiek wordt vertegenwoordigd door onder anderen minister Hirsch Ballin, en de islamitische wereld door oud-voorzitter van Islam en Burgerschap Mohamed Sini en de algemeen secretaris van de islamitische universiteit Rotterdam Tural Koc.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden