Libanon / Zelfs de toiletpotten gingen mee naar Syrië

Het Syrische leger heeft Libanon na dertig jaar verlaten, bijna zonder een kogelhuls achter te laten. Een tocht langs hun vroegere bolwerken levert alleen uitgeleefde gebouwen op. Geen vlaggen, geen posters, geen rommel.

,,Het is een arm land, alles is waardevol, dus ze nemen alles mee'', zegt Nabil Shajah (38), die in Bois de Boulogne het ouderlijke huis komt inspecteren waar hij als kind de zomer doorbracht om de hitte van Beiroet te ontvluchten. Het exclusieve zomerressort in de bergen boven de stad, met monumentale villa's tussen de pijnbomen, werd al in 1976 door de Syriërs ingenomen. Het huis van Nabil werd een soldatenbarak. ,,Wij waren gevlucht, en zij moesten ergens slapen.''

Het huis is leeggeplunderd. Toiletten, deuren, raamkozijnen, drempels, lichtknopjes en stopcontacten; het is weg. De vloeren en plafonds zijn zwartgeblakerd van de vuurtjes die binnen gestookt zijn. In de woonkamer ontbreekt de parketvloer. ,,Geëindigd in de open haard'', denkt Nabil. ,,Er ligt hier 's winters een meter sneeuw, er was geen elektriciteit. Het is hier dan verschrikkelijk koud.''

Het doet hem weinig, want hij wist wel dat hij het huis zo aan zou treffen. ,,We hebben ruim twintig jaar de tijd gehad om daar aan te wennen. Het is wel zo makkelijk, het leeg slopen zal me nu niets kosten.''

Hij is vooral opgelucht. ,,Zolang de Syriërs er waren, konden wij eigenlijk niet verder met ons leven. Nu is voor mij de oorlog pas voorbij.'' In de Bekaavallei overheerst hetzelfde beeld. De vele wachtposten langs de wegen, voorheen bemand door slungelige jongens in vale uniformen en afgetrapte kistjes, of door mannen van de geheime dienst in goedkope zwartleren jasjes, zijn leeg.

De kuilen, die tanks en anti afweergeschut verborgen, liggen er verlaten bij. Wat autobanden en simpele loopgraven, meer is er niet te zien. Een modern leger was het niet, als je ziet hoe de soldaten woonden. Ze bouwden zelf kleine schuurtjes van gevonden materiaal. Daar leefden ze, in miserabele omstandigheden, want stromend water en elektriciteit waren er zelden. Zomers bloedheet, 's winters berekoud.

De moegabarat, de gevreesde geheime dienst, heeft als laatste zijn barakken in Anjar, een dorpje vlak bij de grens met Syrië, ontruimd. Vorige week nam het Libanese leger die posities over. In een simpel huis met een rood pannendak woonde jarenlang Roestom Ghazale, als hoofd van die dienst Libanons meest gevreesde Syriër. Hij kon mensen laten oppakken, marteleren, en doen verdwijnen. Men schat dat er sinds het begin van de oorlog enkele duizenden Libanezen in Syrische handen zijn verdwenen.

Dat gebeurde op plekken zoals de uienfabriek. De grote opslagschuur, langs de hoofdweg Beirut-Damascus, deed dienst als opvangcentrum voor gedetineerden. Hier hebben de Syriërs niet alleen de inboedel meegenomen, maar ook truckladingen met grond, zegt men. Niemand heeft het zelf gezien, ze hebben het alleen gehoord. ,,Zodat we de lijken niet zouden vinden'', zegt Aboed, een omwonende die verder niks wil vertellen. ,,Ga zelf maar kijken.''

Maar het Libanese leger blijkt de omgeving te hebben afgezet. Niemand wordt toegelaten.

Zelfs Bassil te paard, het bronzen standbeeld van de overleden broer van de Syrische president in het plaatsje Stoera, is van zijn sokkel gehaald en naar Damascus gesleept. De plaatselijke middenstand is er een beetje boos over. Foead, die geroosterde kippen verkoopt, zegt: ,,We moesten donaties geven, dus eigenlijk is het ons beeld.''

,,Ach man, laat ze dat klotebeeld meenemen'', zegt een klant in zijn winkel geïrriteerd. ,,Nee, dat is ons geld, we hadden het kunnen omsmelten tot iets anders.''

Zo gewend waren ze aan de Syriërs, dat ze nu pas merken hoe drukkend de atmosfeer was. ,,Grapjes over Assad durfden we alleen in Beiroet te vertellen, en alleen aan vrienden. Je wist nooit of er een verkeerd iemand bijzat. Zo hier op straat, vlak bij die wachtpost, met een journalist praten? Had ik nooit gedaan.''

Ze kennen allebei wel mensen die zijn verdwenen. ,,Ja, opgepakt. Waarom weten we niet eens. En nooit meer iets van gehoord.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden