Libanon / ’Meubels vind je niet meer, nou ja, hooguit in stukjes’

Het is een drukte van jewelste in Zuid-Beiroet. Vrachtwagens rijden af en aan, terwijl graafmachines de resten van de naar schatting 16.000 kapotte flats ruimen.

Tussen de huizenhoge bergen puin staan groepjes mensen. Bij wat eens de Amaria-flat was (in Libanon heeft elk flatgebouw een naam) staan wat oud-bewoners. Met witte wimpers van het stof kijken ze naar een graafmachine op de brokstukken van hun tien verdiepingen tellende gebouw.

De machine graaft voorzichtig, laagje voor laagje, en stopt elke 5 minuten, zodat de mensen, balancerend op brokstukken en zich vasthoudend aan ijzeren vlechtwerk, kunnen zoeken naar spulletjes. „We zoeken kleding, officiële papieren, dat soort dingen”, zegt de 19-jarige biochemie studente Fatima Jassin. „Wij woonden op de zesde verdieping, dus eerst waren ze met die vier boven ons bezig.” Maar nu begint ze dingen te herkennen. „Daar, die deken, is uit mijn slaapkamer.” Het meeste is stuk, maar enkele dingen heeft ze weten te redden.

Meubels vind je niet meer. Nou ja, stukjes ervan. „Dat daar is mijn koelkast, en hier kun je mijn slaapkamer zien liggen”, zegt haar moeder. Ze wijst naar een 10 centimeter brede kier tussen twee betonnen vloeren.

Via radio en tv kondigt Hezbollah aan welke straten, gebouwen en verdiepingen die dag worden geruimd, zodat bewoners kunnen zoeken naar hun eigendommen.

De meeste vrouwen in de groep dragen een hoofddoek, maar ze zijn niet van Hezbollah, zeggen ze. Ze hadden de pech naast de Hezbollah- radiozender te wonen.

Ahmad Merjeh (67), van de vijfde, hoopt zijn paspoort te vinden. Zijn zoon Abbas (35), een boekhouder, gebaart de machinist te stoppen. Hij meent een blauwe map te herkennen. „Het rapport van mijn zoon”, zegt hij en hij klimt de berg puin op. Allemaal hebben ze al 12.000 dollar gekregen van Hezbollah.

Hadjj Hassan (57), ingenieur bij Djihad el-Binaa, het bouwbedrijf van Hezbollah, coördineert in de openlucht, tussen de puinhopen – zijn kantoor is verdwenen – de ruimwerkzaamheden in Zuid-Beiroet. Al een dag na het bestand hadden ze een kaart van de wijken met de schade: rood voor verdwenen, en groen voor beschadigde gebouwen. Sommige straten in Haret Hreik, Hezbollah’s hoofdkwartier, zijn bijna geheel rood. Hij heeft 500 graafmachines en trucks en 6000 man tot zijn beschikking.

Een bouwvakker komt langs met een huwelijksalbum; gevonden in het puin om de hoek. „Waar?” „Sector 34, Haraket-gebouw.” Het wordt in een zak gedaan. „Die familie ken ik wel”, zegt een ander, terwijl hij door het album bladert. De naam wordt erbij gezet.

Het wordt een prijzige zaak. Hadjj Hassan haalt zijn schouders op: „Wij nemen de verantwoordelijkheid op ons.” Wel hoopt hij dat de regering over de brug komt met geld. „Die krijgen nu links en rechts geld, dat moet de mensen ten goede komen, niet de regering.” Maar de regering is terughoudend. „Zij hebben ons niet gevraagd of wij deze oorlog wilden, en nu willen ze wel geld?” is de redenatie. Maar wil ze de sjiieten niet geheel van zich vervreemden, dan zal ze toch over de brug moeten komen. Vandaar dat gisterochtend ineens bekend werd dat de overheid geld gaat geven aan gedupeerde huiseigenaren.

Een meisje bij de Amaria-flat trekt iets omhoog. „Mijn computer!” roept ze triomfantelijk. Het is alleen de kast, verwrongen. Ze neemt hem mee. „Misschien dat de harde schijf te redden valt. Mijn schoolwerk staat erop.”

De laconieke wijze waarop men praat over verpulverde bezittingen is verbijsterend. „Het zijn maar dingen. Zolang sjeik Hassan (Nasrallah – red.) maar leeft, komt alles in orde”, meent Fatima. Hezbollah is hier koning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden