Libanon lijdt pijn voor zijn wederopbouw Libanon kan zijn wederopbouw niet meer bekostigen. Het komt 9 miljard gulden te kort. In Washington wordt een conferentie van 'Vrienden van Libanon' gehouden, in de hoop dat er flink wat geld op tafel komt voo...

BEIROET - Het opbouwen van een land na een oorlog is een heidens karwei. De Libanezen dachten daar anders over. “Over vijf jaar zijn wij weer het Zwitserland van het Midden-Oosten”, klonk het in 1991. Nu vijf jaar na de oorlog, gaat het er slechter dan ooit. Bedelaars in het stadsverkeer nemen toe.

De burgeroorlog, de Israëlische invasie en het conflict met de zuiderbuur kostten 40 miljard gulden. De Libanees zag in die periode zijn inkomen 60 procent dalen. Om hem heen zakte alles in elkaar. Water kwam niet meer uit de kraan, stroom niet uit het stopcontact, de telefoon hield op met rinkelen, vuilnis werd niet opgehaald en de gaten in de weg werden alsmaar dieper.

De regering-Hariri kwam in 1993 met een groots herstelplan 'Horizon 2000'. Voor 30 miljard gulden zouden in 2007 alle sporen van de gevechten zijn uitgewist. De infrastructuur wordt met het nieuwste materiaal gemoderniseerd, Beiroet wordt weer een hypermoderne metropool, het middelpunt van het Midden-Oosten voor toeristen en zakenlieden.

Maar die 30 miljard gulden is een probleem. “Geen probleem”, stelde destijds de regering van multimiljonair Hariri. De verwachtingen waren hoog gespannen met zo'n rijke minister-president. Bovendien had hij goede connecties met het koningshuis van Saoedi-Arabië. Elke keer als het land geld nodig had zou koning Fahd wel met zijn chequeboek zwaaien. De Saoediërs hielpen wel, maar niet zoals verwacht.

Dan waren er nog de Libanezen in de diaspora, die massaal hun geld in de economie zouden steken. Op zo'n 60 miljoen gulden werd gerekend. De regering en de bevolking gingen ervan uit dat Libanon zijn positie in de financiële wereld - met haar geavanceerde systeem van het bankgeheim - in een mum van tijd zou terugwinnen. En al die landen die tijdens de oorlog zo'n interesse hadden getoond in het land, zouden wel nog wat geld geven na de oorlog.

Libanon rekende zich rijk en ging akkoord met het dure en snelle plan 'Horizon 2000'. Maar al gauw bleek dat die 30 miljard niet zomaar kwam binnenrollen. De Libanezen werden zelf opgezadeld met de financiering van hun wederopbouw. Hoewel de economie zeven procent groeide sinds 1993, zo'n bedrag kon het land niet opbrengen. De regering ging massaal lenen. Iedereen met wat geld in een oude sok, zette het op de bank, want tegen die rentetarieven kon geen investering op.

Met zoveel geld op de bank was er geen ruimte meer voor investeringen in de privé-sector. En al zou je zelf een project willen opzetten, dan zou je dat met die idioot hoge tarieven snel uit je hoofd laten. Er is nu zo weinig geld vrij op de markt, dat de Libanezen met moeite nog fundamentele zaken, zoals de huur en het schoolgeld kunnen betalen.

Uit een onderzoek van het regeringsgezinde dagblad An-Nahar blijkt dat elf procent van de Libanezen honger, en 48 procent armoede lijdt. Ruim de helft van de bevolking leeft van geleend geld, terwijl een derde bezittingen of juwelen verkocht om aan geld te komen. De ongedekte cheques bezorgen iedereen hoofdpijn. “Ik heb zo'n pak in mijn bureaula liggen”, vertelt een arts, zijn wijsvinger en duim drie centimeter van elkaar houdend. “Bij bedragen van 80 gulden, hol je niet met je patiënt naar de bank om na te gaan of hij dat geld ook heeft. Ik heb nu voor 9 000 gulden aan ongedekte cheques.” Veel wordt op de pof gekocht of met geleend geld betaald. Leningen worden niet afgelost. De Libanezen hebben geen cent te makken.

“Voor het eerst moeten we de broekriem aanhalen. Zelfs tijdens de oorlog hadden we geen geld te kort”, zegt de arts. “En dat terwijl ik zeker een derde van de tijd niet kon werken wegens de situatie.”

Er was toen meer geld. De PLO had haar hoofdkwartier in Beiroet. Daardoor kwamen maandelijks vele miljoenen het land binnen. “We verdienden met gemak 15 000 gulden op een dag”, zegt een winkelier die kristal en zilver verkoopt. “Zelfs tijdens de gevechten kwamen mensen voor sluitingstijd nog even binnenhollen voor een cadeautje van 600 gulden. Nu halen we die 15 000 niet eens in zes maanden. En cadeaus van 300 gulden, daar hebben ze een uur voor nodig om over te beslissen.” Ook na het vertrek van de PLO uit Beiroet in 1987, kwam er nog genoeg geld binnen. Milities werden gefinancierd door het buitenland en er was een levendige wapen- en drugshandel.

Het is nu armoe troef. Restaurants bloeden dood en luxueuze winkels sluiten één voor één de deur. Goederen worden met goederen in plaats van met geld betaald. “Ik heb van iedereen geld te goed, maar toen ik het schoolgeld van mijn kinderen moest betalen, had ik zelf niets”, vertelt de eigenaar van een pianowinkel in Beiroet. “Nu woont het hoofd van de school in dezelfde straat als mijn moeder die net is overleden. Hij had geen telefoonlijn, en zij wel, dus in plaats van schoolgeld heb ik hem die lijn gegeven.”

Pessimisme overheerst in Libanon. De kritiek op de regering die al haar geld steekt in de opbouw en niet kijkt naar de sociale situatie groeit. Als doekje voor het bloeden heeft de regering beloofd, dat er meer aandacht komt voor bevolkingsvriendelijke projecten, zoals klinieken en scholen, zodra er in Washington wat geld op tafel is gekomen.

De reconstructie van Libanon gaat in alle ijverigheid door. Nieuwe gebouwen schieten uit de grond. Luxueuze appartementen van een miljoen gulden zijn eerder regel dan uitzondering. Dure auto's rijden door de straten en iedereen heeft een draagbare telefoon. Gaat het wel zo slecht?

Ma'an Barazy, hoofdredacteur van het Engelstalige economische weekblad Eco News: “Dit is een creditcard-economie, Libanezen leven notoir boven hun stand. Ze lenen om hun oude levensstijl voort te zetten, in plaats van een flink aantal passen terug te doen. Iedereen gaat ervan uit dat het uiteindelijk wel goed zal komen. Het besef dat er landen zijn die in armoede leven, zoals Syrië, komt niet bij ze op.”

Een Nederlandse handelsdelegatie die Libanon onlangs bezocht, is optimistisch over de Libanese economie. “Kijk om je heen, er wordt hier in een razendsnel tempo een heel land opgebouwd”, zegt een man van een Rotterdams expediteursbedrijf. “Dan maak je mij niet wijs dat het niet goed gaat. Hier ligt een enorm potentieel.” Ook de directeur van een scheepvaartmaatschappij ziet het wel zitten. “Deze hele regio gaat 'boomen', dat gebeurt altijd na een periode van oorlog.”

De handelsdelegatie heeft meer te klagen over het Nederlandse exportbeleid dan over de Libanese markt. Volgens de firma Holec Projects krijgt Nederland moeilijk contracten. Nederland is meer op Israël gericht en geeft geen enkele steun aan Libanon. De Fransen en Italianen daarentegen geven veel. Die slepen dan ook alle grote contracten weg. President Chirac nam het halve Franse bedrijfsleven in zijn kielzog mee. Daar kun je als Nederlands bedrijf weinig aan doen, aldus Holec Projects.

De Nederlandse overheid probeert daar aarzelend een eind aan te maken door de ambassade in Beiroet, na een afwezigheid van tien jaar, weer te openen. Ambassadeur Ronald Mollinger geeft toe dat de Nederlanders laat zijn en dat het bedrijfsleven wat dat betreft achter het net vist. “Toen de Berlijnse Muur viel, kreeg het openen van posten in voormalige Oostblok-landen voorrang. Geld en opgeleid personeel ging ook die kant op. Maar de aandacht is nu weer terug op deze regio.”

Met de handelsdelegatie wil hij de Nederlanders meer betrekken bij de Libanese wederopbouw. Bovendien probeert Mollinger geld los te krijgen in Den Haag. Want zonder die 9 miljard kunnen de Libanezen de herstelkosten niet betalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden