LIBANON - Libanees wil de bus niet in door Sietske Galama

Een typische straatscène. Een taxi stopt midden op een kruispunt om een passagier uit te laten stappen. Achteropkomend verkeer begint hard te toeteren. Sommigen proberen in te halen, het tegemoetkomende verkeer blokkerend. Daar beginnen ze nu ook te toeteren. In plaats van te wachten, rijden de auto's uit de andere richtingen zoveel mogelijk om de knoop heen, tussen de wachtende auto's door, maar komen eveneens vast te staan omdat ze elkaar de doorgang versperren.

Tussen de tetterende toeters, zet een legerauto, ook vast in de file, zijn sirene aan. Voorbijgangers worstelen zich kuchend tussen het blik door, omhuld door grijze rookwolken, want de meeste auto's zijn oud. De taxichauffeur, klaar met zijn passagier, wil doorrijden, en begint op zijn claxon te drukken. Een geërgerde dame sluit op de tweede etage haar balkondeuren. Een politieagent blaast woest op zijn fluitje. De chaos is compleet.

Libanon, in oppervlakte een kwart van Nederland, heeft anderhalf miljoen personenwagens rondrijden, oftewel één auto per drie inwoners. In Beiroet alleen al zijn er 660 000 voertuigen, terwijl forensenverkeer dat aantal overdag tot bijna een miljoen brengt. Een parkeerplaats vinden is een heidens karwei. Een rit van een kilometer door het centrum kan ruim een half uur duren. Het lawaai van de toeters en de auto's zonder uitlaat begint al om half zeven 's ochtends, terwijl de stad bijna voortdurend is bedekt door een geelgrauwe wolk.

“Problemen, problemen, ja ja”, beaamt Ghassan Nader, hoofd verkeersafdeling van het ministerie van transport, terwijl de drie telefoons op zijn bureau onophoudelijk rinkelen. “Men moet de bus in!” Maar de mensen de bus in krijgen, daar beginnen zijn problemen pas. Libanezen zijn enorm gemakzuchtig. Vooral niet te veel lopen. Zelfs al ligt de school, de supermarkt en het kantoor binnen een straal van een kilometer, niemand die te voet gaat. Fietsen is geen optie. Fietsen, dat is voor kinderen, net zoals rolschaatsen. Te heet in de zomer, te koud in de winter, te nat in de herfst, en daarbij heb je nog heuvels ook. En veel te gevaarlijk, met al dat verkeer.

Maar de bus in? Dat is al helemaal geen optie. De meeste Libanezen zijn zeer statusgevoelig. De bussen, omdat ze zo goedkoop zijn, worden voornamelijk gebruikt door Syrische gastarbeiders, Sri Lankaanse dienstmeiden en arme mensen. Geen Libanees die door de buurvrouw herkend wil worden terwijl ze tussen de lagere klassen van het volk zit. Met een benzineprijs van ¿ 1,20 en geen wegenbelasting (men betaalt een jaarlijk registratiebedrag van ongeveer 500 gulden) is de auto zo slecht nog niet. Dan nog liever een uur in de file, men heeft tijd zat. En het is ook niet duidelijk welke routes die bussen rijden, hoe laat ze rijden, en waar ze precies stoppen.

Daarbij moeten bussen concurreren met de zogenaamde 'service-taxi', een systeem dat veel Derde-wereldlanden kennen. Taxi's rijden de hele dag kris-kras door de stad, onderwijl passagiers oppikkend die dezelfde richting opmoeten. Je deelt de taxi met anderen, en voor een piek of twee word je voor je bestemming afgezet. Zo hoef je je nooit zorgen te maken over de route. Je roept je bestemming door het taxiraampje, en met een knik kondigt de chauffeur aan of het in zijn richting ligt. Zo niet, dan trekt hij weer op. Het gaat bijna net zo snel als je eigen auto, en je hoeft geen parkeerplaats te zoeken.

Die taxi's zijn een doorn in het oog van de regering. Oude wrakken, veelal door enorme blauwe oliewolken achtervolgd, dragen bij tot de verkeershinder.

“Mensen zijn hun vertrouwen kwijt in het openbaar vervoer”, zucht Ghassan Nader. Tijdens de oorlog kwam alles stil te liggen, inclusief de bussen. “Ze hebben al zo lang niet meer in de bus gezeten. Ze weten niet meer hoe het werkt. Ze kennen de buslijnen niet, er zijn geen dienstenschema's, men weet niet waar de bushokjes zijn. Maar we werken eraan.”

Die bushokjes waren er tot voor kort ook niet. Maar deze week is de regering begonnen met een grootscheepse verandering. Er is een groot busstation geopend dat moet fungeren als centraal punt voor bussen en service-taxi's. Driehonderd parkeerplaatsen zijn er voor mensen van buiten Beiroet, die hier de auto kunnen achterlaten om verder met het openbaar vervoer te reizen.

Tweehonderd nieuwe bussen zijn aan het arsenaal van 83 toegevoegd voor Beiroet en de nabije omgeving. 450 man zijn tot buschauffeur opgeleid. Bushokjes worden opgericht, en nieuwe buslijnen geopend. Voor 75 cent kun je de hele stad door.

Maar Naders problemen zijn nog niet opgelost. “De bussen komen uit Tsjechië, waar het wat kouder is. Dus de raampjes kunnen niet ver open en er is geen airconditioning.” Dat wordt zweten in de bus, want het kwik haalt de 35 graden ruim drie maanden per jaar, met een vochtigheidsgraad van soms wel tachtig procent. Sommige straatjes in Beiroet zijn zo smal, en geparkeerde auto's maken ze nog smaller, dat bussen er niet doorheen kunnen. Het ministerie van transport gaat ervan uit dat dit een lange-termijnproject is. Want hoewel elke Libanees beaamt dat dit echt zo niet langer kan, de vervuiling, het lawaai, de opstoppingen, en dat iedereen eigenlijk met de bus zou moeten gaan, niemand die de bus instapt.

Een advertentiecampagne moet een handje helpen. En de regering heeft onlangs de invoerbelasting van auto's met tweehonderd procent verhoogd. “Uiteindelijk zal het publiek voor die 75 cent de auto en de taxi laten staan .., hopen we”, verzucht het hoofd van de verkeersafdeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden