Libanees dorp ontwaakt in Israëlische zone

Libanon heeft sinds vorige week een dorpje minder, Israël een dorpje meer. Midden in de nacht is het Zuid-Libanese gehucht Arnoun verwisseld van eigenaar. De zeventig veelal oudere inwoners die nog over waren, werden donderdagochtend aan de andere kant van de grens wakker.

Twee weken geleden was het leven in Arnoun nog rustig. Het dorp ligt aan de veiligheidszone, in een deel waar geen Unifil is om als buffer te fungeren. Israëliërs en de Hezbollah staan hier pal tegenover elkaar.

Het Israëlische leger heeft een paar jaar geleden grote betonblokken neergezet om auto's buiten het dorp te houden. Sindsdien is het dorp enkel te voet te bereiken. Reden voor veel bewoners om een veiliger heenkomen te zoeken; in zes jaar is Arnoun leeggebloed.

Van de drieduizend bewoners zijn er nog zeventig over. ,,Ja, 25 huizen zijn nog bewoond'', zegt de burgemeester. Hij is die dag in het nieuws, omdat hij de handdoek in de ring heeft gegooid. Het leven in Arnoun is te moeilijk.

,,Mijn vrouw heeft het aan haar hart, als er 's nachts iets gebeurt kunnen we niet eens naar het ziekenhuis, want we mogen dan het huis niet uit van de Israëliërs.''

Met zijn vertrek is de enige tankauto ook weg. Arnoun heeft geen waterleiding, en de tankauto van de burgermeester was de enige die - via de velden - het dorp van water mocht voorzien. ,,Mijn huis is eigenlijk daar'', en hij wijst naar de laatste huizen van het dorp, onder de Israëlische post. ,,Daar mag je niet meer wonen.''

De Israëlische post ligt in het Beaufort-kasteel, een oude kruisvaardersvesting op een heuvel boven het dorp. Op de ruïne wappert de Israëlische vlag. Als we er te dichtbij komen wordt er geschoten. ,,Je hoeft niet bang te zijn, ze schieten niet op ons'', roept een klein meisje even verderop. ,,Waarschuwingsschoten. Wij wonen hier'', gebaart ze, en ze wijst naar een huisje tussen de afgebroken huizen. Khadiji, haar moeder, woont hier alleen met haar zeven kinderen. Vier gaan er naar de lokale school. ,,Het zijn de enige vier kinderen op school. Verder wonen hier alleen maar oude mensen.'' Zij bewoont het laatste huis voor de post.

,,Eerst hebben ze de leegstaande huizen langs de weg afgebroken met een bulldozer'', vertelt Khadiji. ,,Dat was een maand geleden, 23 huizen. En toen hebben ze 60 olijfbomen langs de weg weggehaald, ook 's nachts.''

Even verderop zitten drie oudjes langs de weg thee te drinken. Ze hebben hun hele leven in Arnoun gewoond en peinzen er niet over om weg te gaan. ,,Waarheen? Met welk geld? We zijn niet aangesloten bij een militie, dus we krijgen geen geld van de Hezbollah. Van de regering krijg je ook niets.'' De andere twee knikken. En als er geschoten wordt? ,,Dan gaan we in de badkamer zitten, daar heb je geen ramen en een dubbel plafond'', antwoorden ze nonchalant.

De Israëliërs komen vaak naar beneden, het dorp in. ,,Daarvoor zijn de betonnen barrières die je hier overal ziet. Daar gaan ze dan met hun tank achter staan, kunnen ze niet beschoten worden. Nee, niet om te praten, ze zeggen nooit wat.'' De betonnen schuttingen, vijf meter hoog, staan op verschillende plaatsen in het dorp. ,,Die daar zijn net nieuw.'' Verderop staan in een lange rij zo'n 40 grote reclameborden over de weg. Haar man, Ahmad, moet lachen om zoveel onnozelheid.

,,Reclameborden? Wie zou hier nou reclame willen maken? Nee, dat zijn afweerhekken voor als de tanks langskomen, en ze worden beschoten met raketten, dan exploderen die boven de tanks in die ijzeren hekken.''

Arnoun is een geliefd vertrekpunt voor de Hezbollah. De Israëliërs nemen voorzorgsmaatregelen. ,,Daarom breken de Israëliërs ook alle huizen af langs de weg, en de olijfbomen. Dan kunnen ze niet in een hinderlaag lopen.'' Ze moeten lachen om hun militaire expertise. ,,Ja, je leert wel wat hier.''

Twee weken later is de situatie veranderd. Twee hoge rollen prikkeldraad versperren nu de ingang van het dorp, daar waar de bewoners hun auto's parkeerden en verder te voet gingen. Gele bordjes in het Arabisch en Hebreeuws waarschuwen voor landmijnen, en 'hier is de grens'. Arnoun is achter de grens van de 'veiligheidszone' verdwenen, en is nu officieel in bezet gebied.

Khadiji staat achter het prikkeldraad. ,,Nee'', zegt ze, ,,het gaat niet goed. De kinderen gaan sinds donderdag niet meer naar school. De juf woont in Nabatieh, en die kan niet meer bij ons komen.'' Haar buurvrouw komt erbij staan, zichtbaar aangeslagen. ,,Ik heb drie koeien, dat zijn negen emmers melk per dag. We moeten die gewoon weggooien, want mijn man kan het dorp niet uit om de melk te verkopen.''

Meer bewoners komen naar de versperring, om te praten. ,,Donderdagochtend kwamen we onze huizen uit, en het prikkeldraad was er. Geen aankondiging, niets.'' Hebben de Israëliërs niet met ze gesproken? ,,Nee, er was niemand te zien. Enkel prikkeldraad.'' Hebben ze dan niks gehoord, 's nachts, geen bulldozers? ,,Zeker wel, maar we mogen 's nachts het huis niet uit.''

Het Israëlische leger meldt in een verklaring dat het verleggen van de grens een 'technische bijstelling' is, geen uitbreiding van de zone. Bewoners zouden via Kfar Tibnit, de enige grenspost tussen Libanon en het bezette gebied, de veiligheidszone in en uit kunnen. ,,Dat kan helemaal niet'', roept Khadiji's buurvrouw. ,,Die weg is ondermijnd, al jarenlang. Nee, we zitten vast, als in een gevangenis.'' Als een van ons door de versperringen heen probeert te kruipen, begint op het kruisvaarderskasteel de mitrailleur te ratelen. De boodschap is duidelijk. Uitblijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden