Lezer koopt graag te moeilijk boek

Een peiling onder studenten toont dat veel boeken wel gekocht worden, maar niet gelezen. Die salontafelboeken zijn soms ook nauwelijks te volgen. Kritiek op de hoogleraar Kuitert, die stelt dat er te veel onleesbare boeken op de markt komen, is dan ook niet terecht.

Jaap Willems

Recensenten beïnvloeden de populariteit van bepaalde schrijvers en hun boeken onder meer doordat zij vernieuwingen de hemel in prijzen. Dat heeft tot gevolg dat er te veel moeilijk leesbare boeken op de markt komen. Dit zei Lisa Kuitert in het interview van Peter Henk Steenhuis met haar (de Verdieping, 28 maart).

Die visie viel niet in goede aarde bij een aantal ingewijden. In de krant van de volgende dag riepen diverse mensen boos dat ze ongelijk heeft. Wie zijn die onleesbare schrijvers dan? En wie zijn die invloedrijke recensenten?

De eis van de critici aan Kuitert dat ze man en paard moet noemen, getuigt van weinig inzicht in de werkwijze van wetenschappers. Het is immers een kenmerk van onderzoek dat wetenschappers vaak intuïtief tot doorgaans intelligente veronderstellingen (hypotheses) komen die ze vervolgens toetsen op hun houdbaarheid. Lisa Kuitert zal er niet aan ontkomen dat komende jaren te gaan doen, maar niets wijst erop dat ze dat niet van plan is.

De veronderstelling dat recensenten moeilijk leesbare dan wel onleesbare boeken de hemel in prijzen, lijkt overigens nog niet zo gek. Diverse omhoog geschreven en (daardoor?) goed verkochte boeken van bijvoorbeeld A.F.Th. van der Heijden staan ongelezen op veel boekenplanken. Dat bleek vorig jaar bij een (ongepubliceerde) navraag onder Nijmeegse bèta-studenten. Veel van hen gaven onder vier ogen toe die boeken wel te kopen omdat je die tot je geestelijke bagage moet rekenen, maar ze vervolgens niet (helemaal) te lezen omdat ze te moeilijk, te weinig toegankelijk, te weinig boeiend zijn. Maar dat zeg je niet in het openbaar want zelfbeschadiging is ook onder studenten niet populair.

Dat die recensenten moeilijke boeken de hemel in prijzen omwille van hun eigen imago, lijkt ook niet helemaal uit de lucht gegrepen. Lisa Kuitert suggereert dat recensenten zichzelf profileren door moeilijk toegankelijke boeken aan te prijzen. Door die aan te bevelen schrijven ze immers impliciet dat zij zelf intelligent genoeg zijn om tot die moeilijke materie door te dringen. Ik weet niet of dat voor fictie klopt, maar ken dat verschijnsel in elk geval wel in de non-fictie. Laten we dat het Hawking-syndroom noemen.

De Britse fysicus Stephen Hawking is (ongetwijfeld) een groot geleerde en mede door zijn handicap is hij ook een bekend wetenschapper. Zijn populair-wetenschappelijke boek 'A Brief History of Time' (in het Nederlands merkwaardig vertaald als 'Het heelal') is door recensenten de hemel ingeprezen en een bestseller.

Wanneer je bèta-studenten vraagt of ze het boek kennen, bevestigt bijna iedereen dat. Maar wanneer je hun vervolgens vraagt of ze het ook hebben gelezen, geeft bijna iedereen toe de inhoud niet te kunnen volgen. Zelfs sommige natuurkundestudenten niet. En dat boek ligt ook op de salontafel bij veel mensen met veel minder opleiding. Het wordt aangeboden door boekenclubs, naast de streekromans en de tuinboeken. De bestseller van Hawking is ongetwijfeld geen bestreader.

Mede dankzij recensenten die zichzelf groot schreven door te melden dat het populair-wetenschappelijke boek van Hawking een must is en dankzij de verdere publiciteit rond deze zwaar gehandicapte geleerde is het zeer moeilijk leesbare 'A Brief History of Time' uitgegroeid tot een topper op de non-fictie lijst. Dat sluit min of meer aan bij wat Lisa Kuitert zegt over het promoten van moeilijk toegankelijke fictie.

Dit zogeheten Hawking-syndroom heb ik afgelopen jaren diverse keren bediscussieerd met mede-onderzoekers in de internationale groep PCST (Public Communication about Science and Technology). Ze herkenden het verschijnsel. We hebben daarnaast een niet-gepubliceerde verkenning gedaan onder enkele tientallen bèta-studenten aan de Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit Amsterdam en daarbij hetzelfde gevonden.

Ik heb een vijftal beroemde populair-wetenschappelijke boeken uit de betahoek aan hen voorgelegd en gevraagd: a)ken je het boek? b)heb je het in eigen bezit? c)heb je het gelezen? d)heb je het uitgelezen? e)herinner je je bepaalde aspecten?

Uit die verkenning bleek onder meer dat van die vijf min of meer beroemde boeken alleen het bekroonde werk van Tijs Goldschmidt ('Darwins hofvijver') door de meeste bèta-studenten is uitgelezen. De andere vier waren uiteraard wel bekend; ze sieren vaak boekenplanken, maar ze zijn zelden geconsumeerd.

Die vier zijn: 'Het ontstaan van de soorten' (Charles Darwin), 'Het heelal' (Hawking), 'Van nature goed' (Frans de Waal), en 'The Selfish Gene' (Richard Dawkins). Stuk voor stuk boeken die wereldwijd worden erkend als populair-wetenschappelijke evergreens en bijna zonder uitzondering ongelezen door veel bèta-studenten.

De meeste zijn er wel ooit aan begonnen en bijna allemaal zeggen ze dat ze die boeken nog moeten lezen, maar vaak bestempelen deze bèta-studenten ze als moeilijk. Wat moet je dan verwachten van de meerderheid van de samenleving die geen universitaire bèta-opleiding heeft?

Het aantal verkochte exemplaren van bijvoorbeeld 'Het heelal' staat in geen verhouding tot het aantal mensen met een wetenschappelijke (beta) opleiding en dat betekent waarschijnlijk dat het grootste deel van die boeken voor de bezitter ervan onleesbaar is. Ze zijn aangeschaft -al dan niet op aanraden van een vertrouwde recensent- om hun status en om de status die ze de bezitter ervan verschaffen. Een blik op menig boekenkast toont meer van die soort titels. Wat te denken van 'Gödel Escher Bach', 'De slinger van Foucault', 'Wie is van hout' en 'De wereld van Sofie'?

Je mag het koop- en leesgedrag van een klein aantal bèta-studenten uiteraard niet extrapoleren naar een breed publiek. En je mag de cultstatus van sommige populair-wetenschappelijke boeken zoals dat van Hawking niet zonder meer extrapoleren naar romans zoals die van A.F.Th. Maar de verleiding is groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden