Lezen over film, regisseurs als schrijvers

Bladen over literatuur en beeldende kunst zijn er genoeg in ons land, maar met de bladen over film wil het hier nooit zo lukken. Begin 2009 ging filmtijdschrift Skrien na ruim veertig jaar ter ziele, waarmee de gratis, gedegen Filmkrant en de gratis, promotionele Preview overbleven. Sinds januari 2010 is Skrien bezig met een doorstart (onder een nieuwe uitgever en nieuwe hoofdredacteur), maar vooralsnog biedt het blad een stuurloze aanblik.

Bij het nog jonge Eye Filminstituut (Filmmuseum, Filmbank, Holland Film en Filmeducatie samen) wordt ondertussen druk nagedacht over een tijdschrift dat het wel moet gaan maken in Nederland, een kruising tussen de Linda en het Engelse filmblad Sight and Sound is – naar verluidt – het idee. Zowel glamour als verdieping. Wel Carice op de cover, maar dan met diepgravende duiding of hout snijdend interview erachter.

De vraag blijft of al die filmfans dan toch aan het lezen gaan. In Engeland wil dat met het essayistische Sight and Sound zo’n twintig jaar al wel lukken. Met al die universiteiten waar filmstudies worden gedoceerd, bereikt het blad alleen met de studenten al een aardige oplage.

Deze maand presenteert Sight and Sound een enquête onder filmkenners over hun favoriete filmboeken. Welke boeken waren het meest inspirerend en inzichtelijk? In Nederland is ook dat nog een onontgonnen gebied, het filmboek, maar in Engeland, Amerika en Frankrijk is het een druk beoefend genre.

Op de ranglijsten van de 51 filmcritici en -wetenschappers staan veel oude titels, de topvijf stamt van tussen 1965 en 1975, volgens Sight and Sound de gouden eeuw van de filmkunst, al zullen die voorkeuren ook met de middelbare leeftijd van de respondenten te maken hebben. Een rode draad vind je daarnaast in de notities en autobiografieën van de oude meesters (meest mannen) zelf. Een filmfan die inspiratie op wil doen, kan maar het beste de regisseur zelf erop naslaan, zo blijkt, die weet het beste hoe geest en beeld zich tot elkaar verhouden. Het glasheldere interviewboek van François Truffaut met Alfred Hitchcock belandde op nummer vijf, de mysterieuze cinematografische aantekeningen van Robert Bresson op nummer twee. ’Beeldhouwen in tijd’ van Andrei Tarkovski wordt vaak genoemd. ’Laterna magica’ van Ingmar Bergman ontbreekt, maar die zou ik er zelf zeker op hebben gezet. Net als ’Mijn laatste snik’ van Luis Buñuel, wel vaak genoemd, en wat mij betreft het mooiste filmboek ooit; prikkelend en betoverend als zijn beste films.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden