RECENSIE

Levert religie specifieke redenen voor een voorkeursbehandeling?

Een jongetje wordt besneden. Beeld ANP
Een jongetje wordt besneden.Beeld ANP

Jongensbesnijdenis en rituele slacht zijn in Nederland sinds eeuwen aanvaarde, althans toegelaten praktijken. Ze vonden plaats in religieuze gemeenschappen, die rustig hun traditionele gang konden gaan. Totdat artsen besnijdenis omdoopten tot een medisch zinloze schending van de integriteit van het lichaam van het jongetje, en een parlementaire meerderheid rituele slacht diervriendelijk herdefinieerde vanuit het perspectief van het slachtdier. Ineens bleek de ruimte die eeuwenlang aan religieuze tradities was gegund, krap en ongewis. De deugd van gulle verdraagzaamheid smolt als sneeuw voor de zon van nieuwe overtuigingen.

In andere parlementaire democratieën spelen dezelfde of vergelijkbare kwesties. Italië ging twijfelen aan de toelaatbaarheid van crucifixen in schoollokalen en Frankrijk debatteerde voort over de handhaving van het verbod op religieuze symbolen en kledingattributen in de publieke ruimte. Het Canadese hooggerechtshof moest beslissen of een jonge sikh z'n traditionele dolk thuis moest laten wanneer hij naar school ging. Hoewel niemand met zo'n kirpan het vliegtuig binnenkomt, liet het hof in het geval van scholen de macht van de traditie het zwaarst wegen. De school is immers, zo luidde de overweging, een sociaal veilige omgeving.

De Amerikaanse jurist en filosoof Brian Leiter is gefascineerd door zulke casussen. Hij onderzoekt en analyseert de redeneringen en argumenten die worden gehanteerd. Waarom mag een Canadese schooljongen met een dolk naar school omdat hij een beroep doet op hindoe-tradities, terwijl voor een klasgenoot die niet op religieuze argumenten maar slechts op persoonlijke smaak of een lange familietraditie kan wijzen, dat recht niet bestaat? Waarin schuilt eigenlijk de kracht van het beroep op religieuze overwegingen in zulke gevallen? Levert religie bijzondere, specifieke redenen voor een voorkeursbehandeling?

Zijn boek 'Why tolerate religion?' is de neerslag van Leiters onderzoek. Hij ontrafelt stap voor stap het wezen van verdraagzaamheid en de argumenten op grond waarvan religies aanspraken kunnen laten gelden op tolerantie. Het boek is vooral leerzaam omdat hij zo methodisch te werk gaat. Het is een goede denkoefening. Omdat het lezers ertoe dwingt hun eigen oordeel te verantwoorden, helpt het ook diegenen die het niet met hem eens zijn.

Verdraagzaamheid kent gradaties, van nonchalante onverschilligheid ('ze doen maar, het kan me niet schelen') tot principiële tolerantie (bewust accepteren wat je niet acceptabel vindt). Als juridisch fundament voor het handelen van staten komt naar het oordeel van Leiter slechts de stevige, deugdzame variant in aanmerking. Tolerantie behoeft een morele motivering om voldoende deugdelijk te zijn. Alleen dan kan men zich voor bescherming op betrouwbare wijze beroepen op de staat.

Je kunt tolerantie dan zien als morele verplichting, in de geest van Kant. Maar ook als iets nuttigs, in de zin van John Stuart Mill: gewetensvrijheid biedt welkome ruimte aan verschillende levensbeschouwingen en vergroot dus de kans dat de ware gevonden wordt. Overigens is er wel een grens: tolerantie mag (de vrijheid van) anderen niet schaden.

In de kern vraagt het boek op grond waarvan religie aanspraak kan maken op tolerantie. Is dat op grond van een specifieke kwaliteit of positie van religie? Of kan dat alleen voor zover (aanhangers van) religies een beroep kunnen doen op de algemene bescherming van gewetensvrijheid?

In de Amerikaanse grondwet heeft religie een specifieke positie. Bij rechtszaken waarin gelovigen zich daarop beroepen, speelt niet zelden de vraag of dat beroep gerechtvaardigd is. Gaat het wel om religie zoals in de grondwet bedoeld? Daarover zijn in de VS talloze studies geschreven. Leiter gaat een stap verder. Hij vraagt zich af of er wel onderscheidende kenmerken zijn - kenmerken die voor alle religies gelden en niet voor andere overtuigingen - die een speciale wettelijke status rechtvaardigen.

Hij gaat een aantal mogelijkheden na en vindt er geen die aan de eisen voldoen. Bovendien is in Leiters analyse het risico van schadelijke bijwerkingen bij een 'automatische' uitzonderingspositie voor religie te groot voor zover zij zich niet laat corrigeren door algemeen aanvaarde rationele bewijzen en feiten. Kortom, het absolute karakter van haar normatieve geboden, haar afhankelijkheid van geloof en metafysische realiteit, haar waarde als levenshulp en troost - geen ervan rechtvaardigen naar zijn oordeel een bijzondere grondwettelijke positie voor religie.

Deze conclusie betekent niet dat gelovigen geen aanspraken kunnen maken op bescherming van hun gewetensvrijheid. Integendeel. De essentie van de principiële tolerantie, die de staat in Leiters visie behoort te betonen, bestaat immers juist in de bescherming van gewetensvrijheid. Maar hoe moet dat dan in de praktijk? Op grond waarvan kan de wetgever of een rechter een beroep op gewetensbezwaren al dan niet honoreren? Het spreekt immers vanzelf dat niet ieders pleidooi kan slagen. Waar liggen dan de grenzen?

Leiter meent dat een wettelijk regime van erkende uitzonderingen op grond van gewetensbezwaren ondoenlijk is. Het zal tot willekeur en ongelijkheid leiden. In plaats daarvan mag van staten gevergd worden dat ze bij wetgeving zichzelf beperkingen opleggen. Een staat behoort geen wetten uit te vaardigen die in onaanvaardbare mate gewetens belasten. Als voorbeeld voert hij de Franse staat op met zijn verbod op het dragen van keppeltjes en hoofddoekjes in de publieke ruimte. Zo'n wet verdraagt zich niet met de principiële tolerantie die een staat behoort te betonen.

Het boek van Leiter is een goede denkoefening. De argumenten die het biedt en de keuzes die het maakt, zijn in niet geringe mate gestempeld door de Amerikaanse praktijk. Dat belemmert een rechtstreekse toepassing in andere rechtssystemen en andere culturele situaties. Toch is de denkoefening leerzaam en nuttig. Nu in vele landen bestaande arrangementen van tolerantie en gewetensvrijheid de facto onder druk komen te staan, lijkt het van groot belang te doordenken wat er op het spel staat.

Of het nu gaat om de toelaatbaarheid van jongensbesnijdenis of rituele slacht, keppeltjes of crucifixen, er is meer aan de orde dan de wil van een incidentele politieke meerderheid. De rol van de staat als hoedster van principiële tolerantie is in het geding. Aan dat inzicht kan 'Why tolerate religion?' een waardevolle bijdrage leveren.

Brian Leiter: Why tolerate religion? Princeton University Press; 192 blz. €20,80

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden