Levensvrij

Als ik aan Leo Vroman denk dan denk ik direct ook altijd aan mijn dochtertje van twee. Bij elkaar zouden ze precies honderd zijn geweest, maar mijn dochter is inmiddels zesentwintig en Leo Vroman is dood. Het is eigenlijk allebei nogal jammer, net zoals het feit dat ik op de dag van Vromans overlijden zestig werd of zoals Jules Deelder bij zijn eigen zestigste verjaardag, nu tien jaar geleden, schreef: 'Zestig jaar en / nog niet dood / Kleine jongens / worden groot'. Jammer dat we ouder worden of doodgaan. Enfin, ik moest in 1990, ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van Leo Vroman, in zijn geboortestad Gouda een lezing houden over zijn poëzie; en terwijl ik die thuis zat voor te bereiden zat mijn toen tweejarige dochtertje tegenover mij en wilde mijn aandacht. Ze was net bezig een letterkundig monster te worden. Ze had al eens een hap genomen uit 'De lust tot lezen', het proefschrift van Maaike Meijer, en had enige pagina's in Van Dale's Woordenboek der Nederlandse taal van geheimzinnige hiëroglyphen voorzien, en nu was Leo Vroman aan de beurt.

Terwijl ik zat te peinzen kreeg ze een bibliofiel Vroman-bundeltje dat op tafel lag in handen en begon er driftig spermatozoïden en aminozuren in te tekenen. Weg waardevol werkje! Ik vertelde het verhaal aan Vroman die terecht vond: 'Je dochtertje heeft mijn werk niet alleen zorgvuldig gelezen maar ook zowel deskundig als semi-abstract samengevat'. Ik denk dat hij zichzelf erin herkende, want Leo Vroman was behalve langdurig heel oud maar 'Nee, nog niet dood', zoals een van zijn bundeltitels luidt, ook langdurig heel jong, kind. In 1986, toen ik als writer in residence in Minneapolis woonde, kwam Vroman met een gezelschapje Nederlandse dichters, onder wie Gerrit Kouwenaar, langs om aan de universiteit voor te lezen. We reden toen in mijn betreurde Dodge Dart naar de universiteits-aula en onderweg zagen we in de Mississippi, die daar ergens in de buurt ontspringt een Mississippi-boot liggen, zo'n Huckleberry Finn-geval, met een enorm schoepenrad. Had hij nog nooit gezien (moet je nagaan! Hij woonde toen al een half mensenleven in Amerika), en we moesten stoppen en uitstappen en een foto nemen voor Tineke. Als een opgewonden kind ging hij erop af en het scheelde weinig of we waren daar aan boord gegaan in plaats van naar de University of Minnesota, waar ze op hem zaten te wachten.

Later kwam ik hem nog eens tegen op Poetry International en herinnerde hem aan de Mississippi-boot. Ach ja, goeie ouwe tijden, zei hij vriendelijk maar eigenlijk alsof hij het zich niet meer kon herinneren. Dat was Leo Vroman ook: je kwam er bij alle minzaamheid niet goed door. Hij had een dun bastje om zich heen. Nu is mijn dochter sociaal psycholoog, ik ben groot en hij is dood: 'Zo zie ik de toekomst levensvrij / mijn dood ligt veilig achter mij / de waarheid wiegelt omgekeerd / of spiegelend maar zwart geteerd / reikbaar aan ons voorbij'. Bij zijn leven kon hij zo over de dood schrijven dat je er bijna zin in kreeg.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden