Levensloop / Een gewoon mens

32 jaren regeerde de gisteren overleden prinses Juliana. 22 jaren zijn verstreken sinds zij afstand deed van de troon ten gunste van haar oudste dochter Beatrix. Juliana werd in die laatste periode een herinnering, aan de vorstin die streed tegen 'pompa' en gewoon mens wilde zijn.

Het is bijna niet meer voor te stellen: een koningin die een beetje laat sollen met haar majesteit, die een gebakje mee eet als ze op bezoek is en die de tijd en liefst ook het protocol vergeet, maar ook een koningin die het ene na het andere schandaal te verduren krijgt en toch populair blijft.

Menselijk, sociaal, hartelijk en zelfs familiair, dat zijn een paar woorden waarmee Juliana vaak is aangeduid. Tijdens haar regeringsperiode daalde het koningschap neer, tot een niveau waarmee Nederlanders zich konden vereenzelvigen: een familie.

Juliana deed haar leven lang haar best de hofregels en de 'pompa', zoals zij dat noemde, te ontwijken en echt contact te zoeken met mensen. Ze ontregelde zorgvuldig opgestelde programma's door te lang door te praten met mensen of te lang te blijven plakken op tentoonstellingen die haar interesseerden. Ze trok met plezier mijnwerkerskleren aan, zette een helm op haar hoofd en daalde af in de diepte. Haar hofhouding en haar kantoor aan huis op paleis Soestdijk zijn wel aangeduid als 'een lieflijke chaos' vergeleken met het strak georganiseerde hofdepartement dat Beatrix heeft geschapen op haar Haagse kantoorpaleis.

Nu Nederland in twee decennia gewend is geraakt aan een hof dat even glad gemetseld is als het kapsel van de koningin, is het moeilijk voor te stellen dat Juliana's koningschap iets liefs had. Ze wist vertedering op te wekken. Vooral toen ze ouder werd had ze iets van een buurvrouw, met haar gewone permanentje, haar doorsnee-bril, haar vriendelijke praat en haar diepe afkeer van al die camera's om haar heen. Ze kuste mensen en ze werd gekust. Dat was ook mogelijk doordat ze haar hoedjes in bescheiden formaten koos.

Ze was 'gewoon', maar niet heus natuurlijk, want een koningin kan niet gewoon zijn. Toch wist ze die indruk te wekken. En daar houden Nederlanders van. Ze schafte de aanspreektitel 'majesteit' af en ook de révérence, het knikje in de knieën dat gold als een eerbiedige groet.

Natuurlijk was het Juliana's werk om aardig en geïnteresseerd te zijn in van alles en nog wat. Dat veronderstelt enig acteertalent. Juliana hield van toneel spelen. Ze deed het thuis in privé-voorstellingen met de hofhouding, waarin ze graag de rol van oude dame op zich nam maar ook wel eens die van dievegge. Ze deed het ook in het theater van de staat, waar ze de rol van koningin speelde.

In die rol heeft ze alle mogelijke pieken en dalen beleefd. Maar haar plaats aan het hoofd van de staatshiërarchie is nooit serieus bedreigd geweest. Ook op hoogtepunten van publieke opwinding over het koninklijk huis, zagen weinigen iets kwaads in haar.

De affaires overkwamen haar, ze was er zelden de bron van. Haar man Bernhard heeft nogal wat woelingen veroorzaakt en ook haar dochters met hun eigenzinnige partnerkeuze. Juliana zelf schipperde overal tussendoor. Dat wil niet zeggen dat ze karakterloos op de golven dobberde. Net als haar moeder Wilhelmina had ze stevige opvattingen. Maar de mogelijkheden om die opvattingen door te zetten, werden tijdens haar koningschap steeds kleiner. Het net van de ministeriële verantwoordelijkheid werd steeds strakker aangetrokken.

Na haar laatste publieke optreden, de trouwerij van kleinzoon Maurits in 1998 waarbij ze tot opwinding van sommige kerkelijke groepen een hostie nam, was aanleiding haar verder binnen de hekken van paleis Soestdijk te houden. Haar naam werd zelden meer genoemd. Een koningschap van bijna 32 jaar verdampte in vergetelheid.

De aanhang van Juliana was te vinden bij alle bevolkingsgroepen, bij alle politieke groeperingen en alle levensbeschouwelijke gezindten. Dat was opmerkelijk omdat ze haar openbare leven was begonnen als een mascotte van behoudzuchtig Nederland. In november 1918 werd de negenjarige Juliana meegetroond in een Oranje-demonstratie op het Haagse Malieveld, die was georganiseerd om de mislukking van revolutionaire plannen in Nederland te vieren. De socialistische leider Troelstra had bakzeil gehaald en Wilhelmina liet zich toejuichen, met Juliana aan haar zijde.

Ze zat zwaar onder de plak van haar moeder, de koningin. Ze was altijd omringd door oudere, grijze mensen. Bovendien had ze als enig kind, dat binnen de paleistuin werd gehouden, geen bondgenoten van haar eigen leeftijd. Een gewone school was voor haar nog uitgesloten.

Nog voor Juliana's geboorte had Wilhelmina een leerplan opgesteld voor het kind. Acht weken voordat Juliana ter wereld kwam voltooide Wilhelmina die 'Leidraad voor de opleiding van den Koning': veel vaderlandse geschiedenis, staatsrecht, aardrijkskunde inclusief die van de koloniën en extra aandacht voor de Nederlandse taal. En vooral geen ,,rust welke tot niets doen doemt''.

Wel kreeg zij een paar zorgvuldig uitgezochte medeleerlingen, twee baronesjes en een jonkvrouwtje, voor haar privéklasje in de paleizen Het Loo in Apeldoorn en Huis ten Bosch tussen Den Haag een Wassenaar. Dat was revolutionair: Wilhelmina zelf had nog in haar eentje les gekregen.

In de saaie wereld van de paleizen was haar vader Hendrik een toeverlaat voor het meisje. Over Hendrik wordt vaak neerbuigend en zelfs minachtend geschreven. Ook hij stond in de slagschaduw van Wilhelmina. Deze uit het wat achterlijke Duitse staatje Mecklenburg geïmporteerde hertog, was geen hoogvlieger. Hij had zijn gearrangeerde huwelijk met een koningin kennelijk gezien als een kans hogerop te komen, wat in die tijd een normale overweging was bij de Europese adel. Maar hij bleek geen andere interesses te hebben dan het landleven en de jacht. Bovendien gaf Wilhelmina hem geen ruimte zich te ontwikkelen.

Toch moet Hendrik van grote invloed zijn geweest op Juliana. Van wie anders zou Juliana haar afkeer van protocol hebben meegekregen? Als kind zei ze eens: ,,Mijn vader is een kostelijke man, mijn grootmoeder is een schat, mijn moeder is een deftige dame.'' In 1979 herinnerde Juliana zich haar vader in een film die over haar werd gemaakt: ,,We waren vaak samen lekker stout.''

Haar hele jeugd stond in het teken van de plichten waarmee ze was geboren. Doordat haar moeder vijf miskramen had gehad, was het voortbestaan van de Oranje-dynastie lang onzeker geweest. Enkele Duitse prinsen liepen zich al warm voor de Nederlandse troon. Pas bij de geboorte van Juliana leek er weer toekomst in Oranje te zitten. Maar ze bleef wel enig kind. Bij het 25-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina in 1923 herinnerde de hofpredikant, ds. Welter, aan ,,de vrees dat de laatste Oranjetelg ons zou ontvallen. Het Huis van Oranje hangt aan het leven van een veertienjarig meisje.''

Drie jaar later bleek dat Juliana zich daarvan goed bewust was. Toen een vriendinnetje tegen haar zei: ,,Zeg Jula, wat heb jij een dikke benen'', antwoordde ze: ,,Dat weet ik, maar het zijn dan ook de benen waar het hele Huis van Oranje op rust''.

Ze snakte naar een leven buiten het kille en stille hof van Wilhelmina. Haar kans kwam toen Wilhelmina haar toestond om colleges te gaan volgen in Leiden. Met zorgvuldig uitgezochte medestudentes en enkele hovelingen betrok ze twee villa's in Katwijk. Ze werd zelfs lid van een studentenvereniging (waarvan ze later elk lustrum zou bezoeken) en liet zich aanspreken met 'Jula'. Dit avontuur duurde ruim twee jaar. Haar studieprogramma stond in het teken van haar toekomstige taak: veel rechten, geschiedenis en letterkunde. Ze deed drie tentamens, maar examens waren uitgesloten omdat ze geen diploma middelbare school had. Dat is haar altijd dwars blijven zitten.

Toen moeder haar eind januari 1930 naar huis haalde, bombardeerde de universiteit de 20-jarige prinses wel tot ere-doctor in de letteren en wijsbegeerte. Daarmee was haar illusie dat ze een gewone studente was, doorgeprikt. In één klap was ze terug in het onwezenlijke leven van een troonopvolger.

Moeder had besloten dat er getrouwd moest worden. Maar dat ging niet zo makkelijk. Volgens de historicus Fasseur hebben Nederlandse diplomaten bijna zeven jaar vergeefs gezocht naar een adellijke jongeman van het juiste geloof en ook een beetje geld, om geruchten te voorkomen dat hij op het Oranjekapitaal uit was. Maar niemand wilde. Het stijve, provinciaalse hof van de bazige en prikkelbare moeder Wilhelmina was te afschrikwekkend. Juliana zelf had weinig uitstraling. Ze stond in de slagschaduw van haar moeder.

Totdat Bernhard uit het niets opdook. Tegen zijn biograaf Alden Hatch heeft Bernhard gezegd dat hij was benaderd door een Nederlandse diplomaat om zijn kansen te wagen bij Juliana. ,,Dat is een aardig idee'', had Bernhard naar eigen zeggen geantwoord. Maar volgens Fasseur was het Bernhard geweest die de diplomaat in kwestie, ambassadeur Loudon in Parijs, had gevraagd hoe hij in contact zou kunnen komen met Juliana. ,,Zijn motieven om contact te zoeken met de hem onbekende prinses laten zich slechts gissen'', schrijft Fasseur in zijn biografie van Wilhelmina.

Hoe dan ook, Bernhard wist een goede indruk te maken op Wilhelmina. En Juliana, die zelden in contact kwam met mannen van haar eigen leeftijd, was gecharmeerd van hem. Ruim een half jaar na de kennismaking was Juliana verloofd met de totaal onbekende Duitse prins.

Bernhard had een wonderbaarlijke invloed op Juliana. Ze ontdooide en kreeg zelfs mondaine manieren. Net als Bernhard ging ze roken, een gewoonte die de Oranjes sindsdien enthousiast hebben volgehouden, inclusief het volgende koningspaar. Tijdens de huwelijksreis van drie maanden liet Bernhard zijn vrouw aankleden door Parijse couturiers. Plotseling kreeg de verlegen jongedame iets koninklijks.

Terug op Het Loo van haar moeder werd de mondaine garderobe opgeborgen en kwamen de oude spullen uit de kast die, zoals Bernhard zei, waren gemaakt door ,,de dorpsnaaister''.

Toen nazi-Duitsland Nederland binnenviel en de koninklijke familie en het kabinet naar Engeland vluchtten, kwam er voor Juliana een nieuwe kans te ontsnappen aan haar moeder. Terwijl Wilhelmina en Bernhard zich in Londen installeerden, vertrok Juliana met haar beide kinderen Beatrix en Irene naar het veilige Canada.

De enkele keren dat Bernhard daar op bezoek kwam in de oorlogsjaren, maakte hij foto's van een ogenschijnlijk gelukkig gezinsleven. Die foto's werden illegaal ook in Nederland verspreid. Daarmee werd het beeld van Juliana als moeder gevestigd. Toch was zij veel minder samen met haar kinderen dan is verondersteld. Ze reisde veel, onder andere naar de Verenigde Staten om dat land op te wekken tot deelname aan de strijd tegen Duitsland. Ze ging ook naar Suriname en de Antillen en was daarmee ze de eerste Oranje die de koloniën bezocht. Tussendoor leidde ze een leven dat enigszins leek op dat van een gewoon burger. Ze nam zelfs voor de eerste keer in haar leven de stofzuiger ter hand, en ze genoot ervan. Maar koken heeft ze nooit geleerd.

Met drie kinderen (Margriet was in Canada geboren) keerde ze na de oorlog terug in Nederland. Het koningshuis kon niet meer stuk, zoveel enthousiasme was er voor de herwonnen vrijheid en de standvastigheid van Wilhelmina in ballingschap. Ook Bernhard, stond op een voetstuk. Wilhelmina had hem voorzien van hoge militaire rangen, hoewel de prins nooit enige militaire opleiding had gehad.

Wat Juliana vond van de pogingen om Bernhard en ook haarzelf belangrijke taken te geven in het landsbestuur, is onbekend. Ook is ze verre gehouden van de conflicten rond Wilhelmina in Londen en het gekonkel bij de Nederlandse ballingen. Juliana kwam blanco in Nederland terug. En ze was mateloos populair.

Het land was arm. En Wilhelmina decreteerde dat het hof zich vrijwillig in armoede zou storten. Geen pracht en praal. En kou in huis, want Wilhelmina wilde niet meer kolen verbruiken dan het standaard-rantsoen. Intussen hernam de politiek d'r oude gangetje. Dat was een grote teleurstelling voor Wilhelmina. Ze was moe. De tijd voor Juliana leek gekomen.

In Nederland heeft de koning op één punt nog maar absolute zeggenschap: het eigen aftreden en daarmee dus ook de komst van een nieuwe koning. Het verhaal gaat dat Wilhelmina geheel in eigen stijl van dat recht gebruik heeft gemaakt. Ze zei kortweg tegen de minister-president: ,,Ik ga weg.''

Die zeggenschap over de eigen abdicatie geeft de Nederlandse vorst, die verder overgeleverd is aan de ministeriële verantwoordelijkheid, toch enige macht. Als uiterste drukmiddel kan de koning daarmee zijn of haar gelijk halen. Zowel Wilhelmina als Juliana heeft de (verhulde) dreiging met aftreden incidenteel gebruikt. Geen premier haalt het in zijn hoofd daar luchtig over te doen. Want een conflict tussen koning en kabinet (samen de Kroon geheten) kan nooit aan de kiezer worden voorgelegd. Het conflict is per definitie geheim: de Kroon dient een eenheid te zijn.

Verder moet de koning het -naar Engels voorbeeld- stellen met drie rechten: het recht om te worden geraadpleegd, het recht om aan te sporen en het recht te waarschuwen. Dat lijkt mager, toch bieden die rechten mogelijkheden tot forse invloed, zoals Wilhelmina heeft bewezen. Door haar bruuske, zelfverzekerde optreden heeft ze, vooral in de Londense oorlogsjaren, ministers (,,die lammelingen'') met de mond vol tanden laten staan en haar wil doorgedrukt.

Ze stond volledig in haar recht toen ze geheel eigenmachtig haar aftreden aankondigde. Ze liet zich nog wel overhalen een halfjaar formeel koningin te blijven zodat ze haar vijftigjarig jubileum zou halen. Maar het koninklijke werk liet ze over aan Juliana, die officieel regent werd voor haar moeder. Ruim dertig jaar later zei Juliana daar wat spottend over: ,,Ik kan oud-regentes op mijn visitekaartje schrijven. Dat vind ik erg deftig.''

Tijdens de troonswisseling zelf was er van die ironie weinig te merken. In de beslotenheid van het Paleis op de Dam tekende Wilhelmina op 4 september 1948 de akte van abdicatie en daarmee was Juliana koningin. Bij de inhuldiging twee dagen later leek er een heel wat bedeesder staatshoofd te zijn aangetreden dan Nederland tot dan toe had gekend. Ze zei dat ze ,,geroepen was tot een taak die zó zwaar is, dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft verdiept, haar zou begeren, maar ook zó mooi, dat ik alleen maar zeggen kan: wie ben ik dat ik dit doen mag?''

Het was niet alleen een jaar van Oranjevreugde. Ver weg in Azië voerde Nederland een koloniale oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Tienduizenden dienstplichtigen vochten daar in naam van de koningin. Maar van deze koningin klonk heel wat minder martiale taal dan uit de mond van Wilhelmina tijdens háár oorlog. Kort nadat de tweede, zogeheten politionele actie was begonnen gebruikte Juliana haar kerstboodschap van 1948 voor ,,een groet aan allen die in dat verre, goede land aan het strijden zijn. Het kan niet anders of onze gedachten gaan ook uit naar degenen die zij daarbij tegenover zich vinden. Onze zuiverste wensen gaan naar hen allen uit.''

De verloren strijd tegen de Indonesische onafhankelijkheid maakte korte metten met Juliana's wens dat land eens te bezoeken. Pas in 1971 werd die droom werkelijkheid.

Juliana had een grote reislust, heel anders dan haar moeder die maar weinig staatsbezoeken bracht of ontving, en die het liefst thuis zat. Gedenkwaardig werd Juliana's bezoek aan de Verenigde Staten in 1952. Ze ging de Amerikanen bedanken voor de Marshall-hulp bij de wederopbouw van het naoorlogse Nederland. Maar ze las hun ook voorzichtig de les. Terwijl het land begonnen was aan de strijd voor de presidentsverkiezingen, waarbij de kandidaten om het hardst de oorlog verklaarden aan het communistische gevaar in de wereld, sprak Juliana in het Congres over de ,,coëxistentie van de hele mensheid'' en ,,wereldvrede''.

Ondertussen leek haar man Bernhard aan geheel andere dingen te denken. Hij gebruikte het bezoek onder andere om een proefvlucht te maken in de nieuwe straaljager van Lockheed. En hij legde zakelijke contacten om de Nederlandse industrie aan opdrachten te helpen.

In datzelfde jaar werden voor ingewijden meer breuklijnen zichtbaar. De koningin weigerde het doodvonnis van de Duitse oorlogsmisdadiger Willy Lages te bekrachtigen. Weigeren is niet het juiste woord: ze traineerde, door het besluit in de la te leggen en niets te doen. Dat was opmerkelijk omdat ze eerder achttien andere doodvonnissen had bevestigd.

Achteraf is deze omslag bij Juliana én haar onconventionele taal in de VS in verband gebracht met Greet Hofmans, een gebedsgenezeres, die veel invloed had op Juliana. Bernhard had via vrienden gehoord van wonderbaarlijke genezingen door Hofmans. Hij hoopte dat zij Juliana nieuwe moed zou kunnen geven over haar vierde dochter, Marijke (die zich later Christina zou laten noemen). Marijke was vrijwel blind geboren en artsen zeiden weinig voor haar te kunnen doen. Hofmans beweerde volgens Bernhard ,,dat God haar had gezegd dat de ogen beter zouden worden. Nou, laten we dat proberen en ze kwam voor een klein aantal maanden bij ons in huis wonen''.

Het was het begin van een huwelijkscrisis, die ook het hofpersoneel zou verdelen in twee kampen. Bernhard verweet Juliana dat ze zich liet inpakken door Hofmans met haar mystieke praatjes. Juliana beschuldigde Bernhard ervan dat hij door zijn pogingen Hofmans te verwijderen, het herstel van Marijke schaadde. Ook de buitenechtelijke avonturen van Bernhard, waaraan hij zich tijdens de ballingstijd in Londen had kunnen wijden, zouden in de strijd zijn gebracht door de anti-Bernhardvleugel in de hofhouding.

Op het hoogtepunt probeerde Bernhard zelfs Juliana ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren en te laten opnemen in een inrichting in Wassenaar. De minderjarige Beatrix zou dan formeel koningin worden, terwijl Bernhard die al eerder tot regent was benoemd, de feitelijke koning zou zijn.

Minister-president Drees vormde in 1956 een commissie van wijze mannen, met daarin de oud-premiers Beel en Gerbrandy. Na twee maanden praten wist die de zaak te sussen. En Nederland wist al die tijd van niets. De buitenlandse pers had wel lont geroken, onder andere door lekken van Bernhard zelf.

Het rapport van de wijze mannen is ook in de 21ste eeuw nog geheim. Bernhard won, dat is wel duidelijk. Juliana moest alle contacten met Hofmans verbreken en ook geen conferenties van haar aanhangers meer bijwonen. Ook enkele hovelingen uit het kamp van Juliana moesten weg.

In blije onwetendheid van wat er allemaal achter de paleismuren woelde, deed Nederland zich te goed aan een romantisch beeld van het koninklijk gezin. Bernhard, die de wereld bereisde, als ambassadeur van het zakenleven, was een held. Juliana had veel indruk gemaakt toen ze in Zeeland door de blubber sjouwde tijdens de watersnood van 1953. Hoe cynisch ook: een ramp voor het land doet het aanzien van een betrokken koningshuis zienderogen stijgen, zoals ook in deze tijd gebleken is bij de Bijlmerramp en de vuurwerkexplosie in Enschede. Zelfs mensen die onverschillig staan tegenover de Oranjes, zijn onder de indruk als de koningin mensen in nood bezoekt. De Nederlandse Oranjeliefde slaat echter makkelijk om in wantrouwen als prinsen en prinsessen gaan trouwen. De huwelijkskandidaten worden zeer kritisch tegen het licht gehouden.

Iedereen wachtte op de aankondiging dat kroonprinses Beatrix, die op zichzelf was gaan wonen in het kasteeltje Drakensteyn, een man had gevonden. Maar Irene, de tweede dochter, was haar voor. Ze kwam thuis met ene Karel Hugo (zijn vernederlandste namen). Toen het nieuws uitlekte, viel dat verkeerd in het land. Karel Hugo was katholiek en bovendien meende hij aanspraak te kunnen maken op de Spaanse troon, als die in ere hersteld zou worden na de dood van dictator Franco. Politiek gezien leek hij uiterst rechts te staan. En Irene volgde hem daarin. Ze vond de dictatuur van Franco wel meevallen; Nederland zou op sommige punten zelfs een voorbeeld aan Spanje moeten nemen. De Nederlandse Oranjedroom werd een nachtmerrie. Irene werd katholiek en trouwde in april 1964 haar monarchale avonturier zonder toestemming van het parlement. Sindsdien is ze geen lid meer van het koninklijk huis.

De hele familie bleef weg van het huwelijk in Rome. Wat dat betekende voor Juliana laat zich alleen raden. De familie volgde de huwelijksmis op televisie in het huis van Bernhards oude moeder Armgard (ook al katholiek geworden).

Een jaar later was er beter nieuws: Margriet, de derde dochter, verloofde zich met een gewone, Hollandse jongen: Pieter van Vollenhoven. Er was geen spatje adellijk bloed bij hem te vinden, een nieuwigheid in de koninklijke familie. Er is wel gezegd dat Juliana het daar moeilijk mee had en dat Van Vollenhoven daarom geen prins geworden is. Bewijzen daarvoor zijn er niet. Juliana zelf zei later met veel emotie in haar stem: ,,Ik ben woedend als ik in een of ander idioot blad lees, dat bij iedere schoonzoon die we kregen, ik daar bezwaren tegen had. Geen wóórd van waar. Ik was blij met ieder van onze vier schoonzoons.''

Dus ook met de grote vlam van de 26-jarige Beatrix: Claus von Amsberg. De Oranjeliefde kreeg weer een klap van jewelste door deze keuze voor een Duitser met een vermeend oorlogsverleden. De bange vermoedens bleken geen werkelijkheid te zijn. Juliana had dat al eerder laten uitzoeken dan het kabinet en ze steunde Beatrix in haar keuze. Voor de tv zei Juliana: ,,Ik kan u verzekeren: het is goed.'' Het zou nog lang duren voordat Nederland dat echt geloofde.

Toen Marijke alias Christina trouwde met een Cubaanse katholiek gaf dat weinig beroering meer, ook al omdat de prinses geen toestemming vroeg en haar plaats in het koninklijk huis graag opgaf.

De grootste klap kwam medio jaren zeventig toen Bernhard een van de vele mensen bleek te zijn die steekpenningen hadden aangenomen van vliegtuigbouwer Lockheed. Er kwam weer eens een commissie van wijze mannen, maar deze keer werd hun rapport wel openbaar. Bernhard ontkende de beschuldigingen, maar de feiten bleven zeer beschadigend. Even leek het erop dat hij voor de rechter zou moeten verschijnen. Juliana stond pal achter haar man; ze zou tegenover premier Den Uyl met aftreden hebben gedreigd. Bernhard kwam ervan af met verlies van zijn militaire functies en uniformen. Maar de schade aan zijn prestige was blijvend.

Juliana's imago liep amper een krasje op. Onthullingen over Bernhards buitenechtelijke kinderen, die tegelijk met de Lockheed-affaire naar boven kwamen, leken van buitenaf bezien geen invloed te hebben op het huwelijk. Speculaties dat de echtelieden elkaar nauwelijks meer zagen, waren er volop. Als het paar ten tonele verscheen, leek er niets aan de hand. Wel was Bernhard ook bij staatsbezoeken soms ineens vertrokken naar iets wat hem meer interesseerde.

Het huwelijk hield stand, meer dan 65 jaren. Een glimp van de bedenkingen die Juliana gehad zou kunnen hebben, bleek tijdens een tv-interview in 1987, toen ze vijftig jaar was getrouwd. Aanleiding was de vraag hoe Juliana zou willen dat de mensen zich haar zouden herinneren. Ze moest erover nadenken en ze zuchtte. Toen barstte ze los: ,,Ik ben altijd vooruitstrevend geweest. Ik heb altijd het land gehad aan alles wat conservatief en ouderwets was.'' Even later sloeg ze met de vlakke hand op tafel om elk van haar woorden te onderstrepen: ,,Ik doe m'n léven lang mijn bést om níet ouderwéts te worden.''

Dan krijgt Bernhard dezelfde vraag. Als hij begint aan zijn antwoord hoe híj herinnerd zou willen worden, valt Juliana hem in de rede. Ze strekt haar hand uit naar zijn arm, zoals mensen doen als ze vertrouwelijk worden. ,,Vertel eens even, waarom je het idiote idee hebt gehad om met mij te trouwen.''

Bernhard: ,,Oooh?? Vond je dat zo idioot?''

Juliana: ,,Ja.''

Bernhard: ,,Hahaha. Laten we het daar niet over hebben.''

Juliana ging stug door met het koninginnenwerk, al bleef het gonzen dat ze spoedig zou aftreden. Toen haar 70ste verjaardag voorbij ging zonder abdicatie, stierven de geruchten. Juliana wilde haar eigen moment bepalen, zoals haar moeder had gedaan, en demonstratief koos ze voor haar 71ste verjaardag, 30 april 1980. Ze signaleerde bij zichzelf ,,de eerste tekenen van ouderdomsslijtage, ondanks mijn uitstekende gezondheid. Moeheid vooral, in het steeds jachtiger wordende leven.''

Sindsdien ging ze weer als prinses door het leven. Maar anders dan haar moeder, die zich na haar abdicatie geheel afzijdig hield van de openbaarheid (,,Heren, ik ben dood'', zou ze eens gezegd hebben) jaagde Juliana nog wat oude dromen na. Ze reisde en ze liefhebberde nog wat in de sector die haar na aan het hart lag, het sociaal werk.

Geleidelijk aan verdween ze uit beeld. Sinds het einde van haar regeerperiode is alweer een nieuwe generatie opgegroeid die zich bij de naamgever van Julianastraten en -scholen weinig kunnen voorstellen. Van een constitutioneel koningschap blijft weinig tastbaars over. Op vele honderden wetten staat de naam van Juliana, maar ze heeft die niet tot stand gebracht. Haar toespraken worden op banden bewaard, maar de woorden zijn haar meestal aangereikt. Aan pracht en praal van het hof heeft zij niets bijgedragen, zij heeft die eerder afgebroken. ,,Ik houd niet van protocol, dat is een natuurlijke vijand'', is een van haar gevleugelde uitspraken. Maar het hof van Beatrix vaart een radicaal andere koers, dus zelfs daar is de erfenis van Juliana nauwelijks te vinden.

Dus uiteindelijk is Juliana's hartewens in vervulling gegaan: ze was een gewoon mens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden