Levenskunst is goed voor elk

Levenskunst is hip. Terecht, meent Joep Dohmen, iedereen knapt ervan op. Denker des Vaderlands Hans Achterhuis vindt het maar niets. Levenskunst, The Battle.

De afgelopen vijftig jaar is onze westerse samenleving in een enorme stroomversnelling terechtgekomen. Als ik achterom kijk, kan ik het nauwelijks geloven.

Ik ben geboren eind 1949, in de provincieplaats Tilburg. In onze straat stond één auto, de zwarte Ford van slager Coolen. Af en toe kwam de pastoor op bezoek en rookte van mijn vader een sigaar. We hadden nog geen telefoon, wel radio maar geen tv; we hebben de moord op Kennedy in 1963 met de halve buurt bij de overburen gezien. Niemand gaat meer bij de buurman tv kijken, laat staan met buurtgenoten. Internet was nog heel ver weg, net als de mobiele telefoon. Onze straat vormde de uiterste grens van een nieuwbouwwijk, je kon bij wijze van spreken dwars door het open veld naar Breda lopen. Ik herinner me vooral de ruimte, de leegte en de traagheid. De verzuiling liep ten einde en alles leek opnieuw te moeten worden ingevuld.

Wat is er gebeurd?

De jaren zestig en zeventig betekenden het einde van 'natuurlijke', hiërarchische verhoudingen. Het waren de decennia van de bevrijdingsbewegingen. Arbeiders, studenten, patiënten, vrouwen, homo's en vele andere 'onderdrukte' groeperingen namen het woord en kozen zelfbeschikking als parool.

Inmenging van werkgevers, hoogleraren, medische stand, mannen of hetero's voelde als willekeur; hun regels en voorschriften waren niet langer vanzelfsprekend. Tegenwoordig geldt zowat iedere vorm van inmenging, zowel in het publieke als in het privédomein, als ongewenst.

Recentelijk is onze westerse cultuur in een nieuwe fase terechtgekomen. Door de opkomst van de markt, media, wetenschap en techniek is de invloed van traditie, religie en moraal nog verder teruggedrongen. Sociologen en filosofen als Ulrich Beck, Zygmunt Bauman, Anthony Giddens, Jürgen Habermas en Charles Taylor spreken over 'de posttraditionele' of 'de seculiere samenleving'. De traditionele gemeenschap is vervangen door een 'improvisatiemaatschappij', waarin elk individu geacht wordt een eigen levensstijl te voeren.

We zijn opgeschoven van een emancipatiepolitiek naar een levenspolitiek. Onze vragen gaan vooral over identiteit en oriëntatie: wie ben ik, in welke richting en hoe moet ik mijn bestaan vormgeven? Of de ander daarbij een instrumentele of een substantiële rol speelt, hangt nog. De kwaliteit van het moderne leven staat zwaar onder druk van de markt die maar één principe kent: economische groei.

Hoe slagen we erin onze vrijheid te ontwikkelen, nu het ontbreekt aan overtuigende culturele narratieven die ons de weg wijzen? Hoe kunnen wij met elkaar een nieuwe gemeenschap van weerbare en betrokken individuen vormen? Dit is de situatie waarin de filosofie van de levenskunst aan de orde komt.

De Franse filosoof Michel Foucault heeft de bestaansethiek als nieuwe moraal op de filosofische agenda gezet. Hij oordeelde hard over de westerse samenleving: "In onze tijd is nauwelijks meer iets over van het idee dat het belangrijkste kunstwerk waarvoor je zorg moet dragen, je zelf, je eigen leven, je eigen bestaan is." Uiteenlopende krachten bepalen de inrichting van het leven in een posttraditionele samenleving: ideologisch huldigen we keuzevrijheid, juridisch zijn we gebonden aan rechten en plichten, we functioneren binnen een wetenschappelijk verhaal (medisch, biologisch, sociaal-wetenschappelijk) en het verhaal van de markt met haar commercialisering. In deze hachelijke context missen we een radicale tegencultuur. Foucault vond die in levenskunst, een vitale levensstijl en -houding die als nieuwe publieke moraal opereren: voorkom dat je levensvorm wordt afgesloten, doe aan zelfzorg, werk mee aan verbetering van jezelf en het publieke domein.

Levenskunst is een filosofische vorm van sociale zelfontplooiing, morele educatie, Bildung. Ze zoekt antwoorden op dé bestaansvraag: hoe kunnen laatmoderne mensen zo'n houding ontwikkelen dat ze met elkaar een zinvolle samenleving vormen? Uitgangspunt is dat elk mens een zekere speelruimte heeft om zijn of haar leven mee vorm te geven, gebruikmakend van reflectie, dialoog, verhalen, zelfkennis, oefeningen, oriëntatie, deugden, ritme, timing en afstemming.

De bestaansethiek kent verschillende methodes en doelstellingen. Uiteindelijk gaat het om wat Foucault 'vrijheidspraktijk' noemt. We moeten niet alleen zelf leren denken, spreken en luisteren, maar ook daadwerkelijk samen wonen, werken en leven met elkaar.

Ik ben er diep van overtuigd dat deze antipaternalistische moraal vandaag uiterst waardevol is. Ja, elk modern mens heeft levenskunst hard nodig. Daarom ook proberen filosofen van uiteenlopende pluimage dit project te cultiveren. En ze zouden geen filosoof zijn als ze niet onderling heel verschillende accenten en perspectieven op de zaak ontwikkelden: meer of minder cognitief, actief of passief, minder of meer sociaal, minder of meer spiritueel. De antwoorden op wat een geslaagd leven, een leven als kunstwerk is, lopen sterk uiteen.

Maar niemand reduceert het denken daarover tot platte zelfgerichtheid, zoals Hans Achterhuis wel doet. Hij krijgt de kriebels van die 'wereldvreemde filosofie'. Ik zeg: je mist de boot, Hans, hoog tijd om van je pensioen te genieten.

Als je Foucault als je favoriete denker opvoert, een 'vriend' noemt zelfs, hoe kan het dan dat je niets weet van diens late werk - of het niet wil begrijpen? Dan zou ik Foucault geen vriend noemen, hooguit een vage kennis.

Het is helemaal niet erg als je ergens geen verstand van hebt. Maar dat hoef je, nota bene als Denker des Vaderlands, toch niet zo te laten blijken?

Volgens Achterhuis was de stoïcijnse keizer Marcus Aurelius gewelddadig en deugt daarom de stoïcijnse moraal niet. Volgens Achterhuis is levenskunst niet in narrativiteit - het vertellen van levensverhalen - geïnteresseerd en gaat ze uit van de maakbaarheid van mens en samenleving. Levenskunst is, luidt zijn kritiek, begonnen als een vlucht naar binnen, toen de burgers het verband met hun eigen polis waren kwijtgeraakt.

Jammerlijk genoeg is dit er allemaal naast; Achterhuis' argumenten zijn slecht. Want sinds wanneer valt de huidige levenskunst samen met de positie van de Stoa, laat staan met die van Marcus Aurelius?

En wij, levenskunstfilosofen, denken helemaal niet dat het door een paar sociale arrangementen wel goed komt met ons. De kwaliteit van ons persoonlijk leven kan niet vanzelf uit het publieke leven worden afgeleid.

Narrativiteit is wel degelijk van groot belang als methode van een persoonlijke levenskunst. Maar niet alle levensverhalen zijn evenveel waard en met verhalen alleen kom je er niet. Het leven is niet maakbaar, maar mensen kunnen zich wel voorbereiden en een eigen houding ontwikkelen. Daarbij hoort nadrukkelijk een tragisch besef. Het marxistische argument dat levenskunst alleen opkomt als een cultuur ineenstort, is door Foucault met verve ontkracht.

Levenskunst is in. Het is dan ook geen toeval dat (eindelijk) een boek over deze ethiek de Socrates Wisselbeker voor het meest prikkelende, beste filosofische boek heeft gewonnen: 'Leven is een kunst' van Paul van Tongeren.

Van Tongeren en ik delen een belangrijk uitgangspunt: we vinden het allebei van vitaal belang om een eigen houding te ontwikkelen. Daar moet je als mens veel voor doen; levenskunst is dus per se een activistische ethiek.

Maar doordat Van Tongeren een conservatieve, christelijke deugdethicus is, vindt hij dat ik geen oog heb voor kwetsbaarheid en afhankelijkheid.

Wie mijn boek 'Brief aan een middelmatige man' (2010) opslaat, ziet meteen dat dat niet klopt; Van Tongeren geeft mijn ideeën doelbewust onjuist weer.

Hans Achterhuis snuift bij Van Tongeren de geur van conservatisme op en neemt diens beweringen klakkeloos over. Dat is geen 'tegendenken', dat is denkluiheid. Je hebt mijn boek niet gelezen, Hans.

Hans Achterhuis benadrukt dat hij mij niet dood wenst. Hij zegt ook dat hij het benauwd krijgt door de levenskunst. Ik ontken niet zijn ademnood, maar ik denk dat we die anders moeten interpreteren. Het zou goed zijn als de Denker des Vaderlands het raam openzet en de frisse lucht van de levenskunst diep inhaleert. Dan ontdekt hij ongetwijfeld dat filosofie van oudsher een manier van leven was waarin mensen op zoek gingen naar een houding van praktische wijsheid.

Diep inademen Hans, dat zal je opluchten en nieuw elan geven om het vaderland op nog betere gedachten te brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden