Levendig flirten met de dood

De interpretatie van de kunst en cultuur van de late negentiende eeuw leidt vrijwel altijd tot een worsteling om de situatie in woorden te vangen. Het helpt om dan kernbegrippen als 'fin-de-siècle', 'decadentie' of 'dandyisme' te hulp te roepen als het gaat om het duiden van gedrag dat binnen de context van burgerlijkheid oproept tot onmatigheid, verdorvenheid en verval. Toch is daar lang niet alles mee verklaard. De tentoonstelling 'Fatale Vrouwen' in het Groninger Museum laat zien dat er meer genuanceerde begrippen nodig zijn om te vangen wat de negentiende eeuwse burger bezig hield. Er zit namelijk een verschil van dag en nacht tussen een levendige flirt met de dood en een dodelijke flirt met het leven.

Wie zich heeft proberen te verdiepen in de negentiende eeuw, weet dat de paradoxen zich hoog opstapelen. Het is een eeuw die als de meest christelijke van alle eeuwen bekend staat, maar ook een eeuw waarin de pornografie hoogtij vierde. Strenge burgerlijkheid was de norm, maar tegelijk nam een anti-burgerlijk verzet tegen de als hypocriet ervaren burgerlijke idealen toe. De vrouw stond hoog op een voetstuk maar was ondergeschikt aan de man die het voetstuk had gecreeërd. De ratio heerste over de driften, terwijl Freud het onderbewuste ontgon en daarmee irrationeel gedrag van legitimatie voorzag. Enzovoort, enzoverder: de lijst van tegenstrijdigheden is onuitputtelijk.

Een van de interessante aspecten van de late negentiende eeuw is dat in de betere kringen een bepaald doemdenken opgeld doet. In een eeuw van snelle vooruitgang, van vertrouwen op de rede en van de ontluikende moderniteit, geven sommigen zich over aan een romantische ontkenning ervan. Voor hen is het einde van de eeuw ook het einde van de beschaving. De burgerij zal onherroepelijk aan haar eigen falen ten gronde gaan en er rest niets dan je hier bij neer te leggen en elke dag te leven of het je laatste is. Dit escapisme kent verschillende uitingen, waarvan het zwelgen in decadentie en dandyisme, in mystiek, exotisme en anarchisme het meest in het oog springen. Deze houding werd ook erg modieus; flirten met verval en zelfdestructie raakten erg in trek. Een feest was geen feest als niet iemand dreigde de boel op te blazen of zichzelf van kant te maken.

In deze context krijgt de fatale vrouw een stevige rol in de kunsten. Vanaf het derde kwart van de negentiende eeuw wordt er stevig gevarieerd op het thema van de vrouw die met een uitzonderlijke schoonheid mannen verleidt en te gronde richt. De tentoonstelling 'Fatale Vrouwen 1860-1910' in het Groninger Museum illustreert op voortreffelijke wijze hoe breed die variatie was. In een keur aan schilderijen, tekeningen en beelden toont het museum hoe kunstenaars mythische, bijbelse en allegorische vrouwfiguren van een seksuele component en een 'gevaar' voorzagen om hen een fatale aantrekkingskracht te geven. De vrouwen zijn onberekenbaar, roofzuchtig en even mooi als dodelijk; sfinxen worden afgebeeld op een berg vol dode mannen, die allen om het leven kwamen omdat zij haar raadsel niet op konden lossen. Een sirene vrijt met een man in de branding, waarbij hij onverbiddelijk ter verdrinking het water in wordt getrokken. Een nymf met lonkende blik trekt een edele ridder het moeras in door haar mooie lange haar om zijn hals te knopen en Salomé kust vol morbide passie het afgehakte hoofd van Johannes de Doper.

Net als de andere bijbelse vrouwen wordt Salomé in haar gedaante van fatale vrouw losgemaakt van haar religieuze context en in een geseksualiseerde omgeving opgevoerd. Niet alleen door naakte lichaamsdelen te tonen, maar ook door haar van een broeierige blik te voorzien en haar mond verleidelijk een klein beetje open te laten staan. Hiermee breken de kunstenaars met een lange traditie waarin bijbelse heldinnen om hun voorbeeldfunctie werden opgevoerd en als kuis te boek stonden. De decadente stroming had de bijbelse figuren echter nodig voor iets heel anders. De flirt met verval en zelfdestructie had onmiskenbaar van doen met de burgerlijke angst voor de vrouwelijke seksualiteit. Deze was onberekenbaar, irrationeel, kon een man beheksen en afleiden van het deugdzame burgerbestaan. Daarnaast werd in de negentiende eeuw seks nog volop geassocieerd met de dood: door heftige geslachtsziekten die rondwaarden (aan de verspreiding waarvan de vrouw schuld droeg in de mannelijke opinie), door de hoge sterfte van vrouwen in het kraambed én in romantische vertellingen van crimes passionelles, zelfmoord na een gebroken hart en andere door (lichamelijke) liefde aangedragen doemscenarios.

Deze angst wordt op de tentoonstelling wellicht het best verbeeld in de tekening 'La Tentation de St. Antoine' (1878) van de Belgische kunstenaar Félicien Rops. In navolging van Gustave Flauberts boek met dezelfde titel maakte hij een krachtige tekening van de verzoekingen die St. Antonius tijdens zijn meditatie in de woestijn moet ondergaan. Uit zijn opengeslagen bijbel rijst een visioen op waartegen Antonius zich met alle geweld probeert te verzetten: een kruisbeeld waar de lijdende Christus door een duivel vanaf is gegooid, met in Zijn plaats een wellustige naakte vrouw die zich in verleidelijk naar Antonius uitstrekt. Het kruisschrift INRI is vervangen door de letters EROS, en naast het kruis staat een varken, als om de verwerpelijke dierlijkheid van het schouwspel nog te onderstrepen. Deze tekening is de verzinnebeelding van de angst van de christelijk burger voor het lichamelijke. Voor hem stond het toegeven aan lichamelijke lusten gelijk aan zelfvernietiging: door de vrouw had de duivel toegang tot zijn ziel. Toegeven aan het aardse, dierlijke element van het leven leidde weg van de rationaliteit en wilskracht waar de burger zijn kompas in vond. Voor de brave burgerman kon seks een dodelijke flirt met het leven betekenen. Hoe anders zijn dan de decadente kunstenaars van deze tentoonstelling, die de kracht van hun voorstelling weten te putten uit hun levendige flirt met de dood. Een leven zonder doodsgevaar is geen leven. En welke levenskracht was destructiever dan de vrouwelijke seksualiteit?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden