Levend voor twee

(Trouw)

Ze was de enige van haar Leidse jaarclub die na haar huwelijk bleef werken. Kinderarts Maja Josephus Jitta was pionier in de jeugdzorg.

Zichzelf als geëmancipeerd bestempelen, zou niet in Maja Josephus Jitta van Marles hoofd zijn opgekomen. Haar man Jan was de kostwinner, zij werkte erbij, en zo hielden ze hun relatie in evenwicht.

Dat betekende wel dat de Wassenaarse het druk had. In de loop der jaren kreeg ze zes kinderen. Het opvoeden en het huishouden waren haar taak, naast haar kinderartsenpraktijk aan huis. Ondanks de wasmachine en het inwonend dienstmeisje was er voor ontspanning weinig tijd. Daar was ze ook het type niet voor.

Het ambitieuze had ze van haar moeder, een Amerikaanse van Duitse oorsprong. Haar moeder en Nederlandse vader ontmoetten elkaar toen ze beiden in het Duitse Göttingen studeerden. Na de geboorte van haar eerste dochter Franca raakte Maja’s moeder overspannen. De dokters raadden haar af om nog een kind te nemen, maar na vijf jaar werd Maja geboren.

In de jaren twintig vestigden de Van Marles zich in Wassenaar. Ze bezaten een behoorlijk familiekapitaal. Werken was voor vrouwen uit betere kringen geen optie, dus stortte haar moeder zich op de opvoeding van haar twee slimme dochters. Het gevolg was dat Maja en haar zus Franca geen jaar gewoon op school bleven. Nu weer kregen ze thuis les, dan werden ze naar een speciale school in Duitsland gestuurd.

Toen Maja in 1929 in de vijfde van het gymnasium zat, ging haar zus voor twee jaar naar Amerika. „Ik ben zelden zo gelukkig geweest als toen mijn zus weer thuis kwam. Zo heerlijk een jong mens in huis, ik was zo blij dat ze terug was.” Maar de blijdschap duurde kort. Na een week ’stortte alles in’, zoals Maja Josephus Jitta het in 2001 zelf zegt in een gesproken interview dat haar familie ter herinnering liet maken.

Vlak na haar terugkeer kreeg Franca voor het eerst een psychose. Ze werd nooit meer de oude. De rest van haar leven was ze opgenomen in een inrichting in Santpoort. Voor Maja brak een eenzame en verdrietige tijd aan. Haar moeder sleepte haar oudere zus van de ene beroemde psychiater naar de andere, zowel in Duitsland als Amerika. France onderging alle mogelijke behandelingen, van elektroshocks tot modderbaden. Maar haar psychoses bleven terugkomen.

Maja ging in die tijd nog een paar keer met haar zus op vakantie. „Achteraf gezien had ze ook in haar ’goede periodes’ nog waanvoorstellingen. Dan zei ze tegen me dat als je naast een jongen zit, je erg moest uitkijken. Die hebben magische krachten, dat voel je in je benen, zei ze. Ik was heel onnozel, echt een muurbloempje in die tijd. Dus ik geloofde dat gewoon.”

Het familievermogen – toch al geslonken door economische crisis – verdampte snel door de ziektekosten voor Franca. De Wassenaarse villa moest in 1931 worden verkocht. Het gezin ging op een bovenwoning in Den Haag wonen.

Maja ging medicijnen studeren in Leiden. Ze woonde bij een hospita en werd lid van een jaarclub van acht studentes met wie ze haar leven bevriend bleef. Ze was de enige die na haar trouwen bleef werken.

In 1939, toen de oorlog als een donderwolk boven Nederland hing, studeerde ze af. Het was ook het jaar dat ze Jan Wouter Josephus Jitta voor het eerst ontmoette, in een hotel tijdens een skivakantie in Oostenrijk. Tijdens die vakantie werd de kroonprinses geboren. „We hebben samen heel veel bier gedronken op de kleine Beatrix”, zei ze daar lachend over. De vier jaar erna verloren ze elkaar uit het oog.

De mobilisatie maakte dat veel artsen het leger in moesten zodat er een vacature vrij kwam in een tuberculosekliniek in het oosten van het land, vlakbij Hellendoorn. Tijdens de Duitse invasie klom ze met drie arts-assistenten op een uitkijktoren en zag hoe bruggen en wegen in de omgeving werden opgeblazen. Toen Nederland in mei capituleerde, kwam de arts weer terug en raakte Maja haar werkplek kwijt.

Haar joodse achtergrond ging pas tijdens de Duitse bezetting een rol spelen. Haar vader was gereformeerd, haar moeder joods. Door haar gemengde huwelijk bleef Maja’s moeder lang genoeg buiten beeld van de Duitse bezetter om aan deportatie te ontkomen.

Maja van Marle voelde zich nooit bedreigd. Ze kreeg midden in de oorlog een aanstelling bij de Leidse hoogleraar kindergeneeskunde Evert Gorter. Bij hem specialiseerde ze zich als kinderarts. Ze bewonderde Gorter, ook omdat hij zich openlijk anti-Duits opstelde.

Haar toekomstige echtgenoot werd vanwege zijn joodse achtergrond ontslagen als jurist bij de gemeente Middelburg. Hij woonde officieel op de Veluwe maar verbleef in Leiden. Door zo onopvallend mogelijk te leven, haalde ook hij het einde van de oorlog. Pas in 1944 zag hij Maja van Marle weer, in Leiden.

„Of het wat wordt, weet ik niet, maar laten we het maar proberen”, zei ze tegen hem toen hij aankwam met verlovingsringen. „Maar het viel mee en we kregen er steeds meer plezier in.” Omdat de toch wel erg joodse naam Josephus Jitta niet al te veel aandacht moest trekken, trouwde een ambtenaar hen clandestien.

Bevrijdingsdag beleefde Maja Josephus Jitta in een roes, een geluksgevoel dat ze het laatst had ervaren toen haar zus Franca uit Amerika terug kwam. Een tijd van hard werken en baren brak aan, maar een gelukkige tijd. In hun woning in Wassenaar begon ze na haar trouwen een kinderartsenpraktijk aan huis. Toen haar zesde kind werd geboren in 1956 stopte ze daarmee, ook omdat ze de spreekkamer nodig had als kamertje voor de nieuwe baby.

Ze werd arts op een consultatiebureau, mevrouwarts heette dat toen. Ze was er vooral voor het controleren van heupjes en huidplooien. De gangbare visie op opvoeden was nog dat kinderen gewoon moesten luisteren. Deden ze dat niet, dan waren het rot-kinderen.

Maja zag, ver voor de begrippen ADHD of dyslexie bestonden, dat er kinderen zijn die niet goed functioneren zonder dat ze er zelf nou veel aan kunnen doen. Ze probeerde daarvoor begrip te kweken bij de ouders. Dat ze dat zei, leidde vaak al tot een enorme opluchting binnen het gezin.

Ze was een van de pioniers die de Medische Opvoedingsbureau’s (MOB’s) opzette eind jaren zestig, die later zijn opgegaan in Jeugdzorg. Haar team gaf opvoedkundige adviezen en verwees zonodig door. Haar eigen kinderen waren al groter waardoor ze zich op het werk kon storten. Het was het deel van haar carrière waarvan ze het meest van genoot.

Maja was 62 toen haar man, jurist bij Shell, met pensioen ging en ook zij stopte met werken. Ze verbouwden een boerderij in Ommen, waar ze genoten van de rust en natuur. In 1992 verhuisde het echtpaar naar een aanleunwoning in Deventer.

De ziekte van haar zuster, die in 1970 overleed, is haar altijd bijgebleven. Haar eigen kinderen zo aan prikkels blootstellen als haar moeder bij hun had gedaan, deed Maja bewust niet. Ze deed er alles aan om haar huwelijk harmonieus te houden. Rust en regelmaat in de opvoeding was ook wat ze andere ouders als arts aanraadde.

Haar kinderen, die misschien in hun hart best graag een moeder hadden gehad die met thee thuis zat, maakten er altijd maar het beste van. Ze hadden in elk geval een moeder om trots op te zijn. Voor de kleinkinderen gold later hetzelfde. Oppassen deed ze niet, maar je mocht best gezellig komen helpen in de tuin en dan wilde ze graag horen waar je allemaal mee bezig was.

Van gezeur hield ze niet, ook niet toen haar man overleden was en haar lichaam het vaker liet afweten. Tot op de laatste dag genoot ze van wat het leven haar te bieden had. Maja Josephus Jitta leefde voor twee. Voor zichzelf en voor de zuster die het niet kon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden