Leven zonder ooit te stoppen met denken

Bundel laveert bezwerend en grappig om de verwachtingen van de lezer heen

Als ik de slaap niet kan vatten probeer ik soms een recent gelezen boek in mijn hoofd te reproduceren. Afgelopen nacht haalde ik me 'Karateslag / Minna zoekt oefenruimte' voor de geest; de net vertaalde bundeling van twee werken van de hier nog onbekende maar internationaal gelauwerde Deense Dorthe Nors. 'Karateslag' bestaat uit vijftien korte verhalen, 'Minna zoekt oefenruimte' is één, langer verhaal, in een soort vrije verzen genoteerd.

Het eerste beeld dat ik voor ogen kreeg is een gigantische tomaat. Deze veel te groot uitgevallen vrucht is de katalysator voor een vreemde dag. Raquel, schoonmaakster bij een rijk yuppenstel, heeft van hen de opdracht gekregen het ruim een kilo zware ding terug te geven aan de leverancier. Deze Gabriel komt ervoor aan de deur, want immers, zo'n grote tomaat 'kan niet zelf de trap af lopen'. Het wordt een vreemde, misschien zelfs levensveranderende ontmoeting.

De tweede scène die ik voor me zag was er een van vele wandelende hoofden. Die staat nergens letterlijk in Nors' boek, maar hij vat wel samen wie haar personages zijn. Of ze nu over een meisje schrijft dat zojuist ontmaagd is, over een man die dwangmatig moordenaars googelt, of twee vrienden die de afspraak hebben elkaars zieke honden te doden, het zijn mensen die door het leven gaan zonder ooit te stoppen met denken, dingen te benoemen, op het ziekelijke af door te associëren.

Dat betekent overigens niet dat Nors' werk een lange associatieve stroom gedachten is. Integendeel. 'De ware onderzoeker herken je aan zijn vermogen om te selecteren', schrijft ze ergens, en vermoedelijk is dat ook haar standaard als het gaat om haar schrijverschap. Nors is overal even precies. Ze benoemt de meeste dingen niet (zoals haar personages de ruis rondom hun eigen hersenpan nauwelijks opmerken) en wat ze benoemt, doet ertoe.

Althans, het doet ertoe in deze verhalen. Bijna alle vertellers in 'Karateslag / Minna zoekt oefenruimte' hebben een wonderlijk wereldbeeld. Ze stellen zich dingen voor, maken die in hun hoofd concreet, en vervolgens schuift die fantasie voor de dagelijkse werkelijkheid.

Bijvoorbeeld in 'De zomer van de begraafplaatsen', een verhaal over een vrouw die een man met verdriet liefheeft. Ze weet zeker dat haar vriendinnen de situatie, die 'niet spectaculair' is, niet zullen begrijpen. En dus wandelt ze elke dag na haar werk over een oude begraafplaats, een plek waar het haar lukt om (al is het alleen in haar hoofd) samen te zijn met haar geliefde. Het is daar waar ze elkaar ontmoeten, samen oplopen, elkaar kussen.

Ook al is het niet fysiek zo. En het is genoeg.

Samen met haar hoofdpersonen laveert Nors om de verwachtingen van de lezer heen. Niet zo opzichtig dat het een kunstje wordt, maar juist rakelings. Nét als je denkt te begrijpen waar ze heen wil, blijkt het toch anders te zitten. Soms wil ze ook niet speciaal ergens heen. Dan beginnen haar vertellers over iets totaal anders, of stoppen ze er na krap vier pagina's gewoon mee.

Sommige van Nors' karakters onttrekken zich niet alleen mentaal, maar ook fysiek aan de wereld om hen heen. In 'Minna zoekt oefenruimte' vertrekt een jonge componiste naar zee. Om zichzelf te vinden, luidt het cliché dan doorgaans. Maar Minna lijkt al vrij goed te weten wie ze is - en het bevalt haar maar weinig: "Minna won ooit een prijs voor kamermuziek. Minna had liever bestaansrecht gekregen."

In heel veel van dergelijke korte, vaak grappige statements definieert Minna zichzelf en haar universum. Ze situeert zichzelf in het hippe arty-farty Kopenhagen, vol 'netwerkmensen', koffies to go, yogaklassen en moederclubjes. Ze situeert zichzelf in haar familie, dat wil zeggen een controlezuchtige zus en een moeder die oppervlakkigheid tot een kunst verheft.

Met als achtergrond een picturaal Denemarken, waar de sprookjes van Andersen nooit ver weg zijn, rouwt Minna om wat er niet is. Haar vader. Het kind dat ze nooit kreeg. De liefde. Zwaar wordt het niet, en dat komt door Nors' bezwerende vorm, waarin bijna iedere regel een verhaal op zich is. En een waarheid op zich: ook hier kantelt voortdurend dat wat door moet gaan voor de werkelijkheid. Het wat corny slot vond mijn slapeloze hoofd dan ook onwaar, en verving dat door een open einde. Van Nors' personages lig je nog wel even wakker.

Dorthe Nors: Karateslag / Minna zoekt oefenruimte Vert. Edith Koenders. Podium; 208 blz. euro 18,50

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden