Leven van de wind

De constante, sterke windkracht zoals gemeten in North Dakota verblufte een windenergiebedrijf. In theorie kan de staat in een kwart van de Amerikaanse energievraag voldoen. (FOTO AFP) Beeld
De constante, sterke windkracht zoals gemeten in North Dakota verblufte een windenergiebedrijf. In theorie kan de staat in een kwart van de Amerikaanse energievraag voldoen. (FOTO AFP)

Amerika droomt hardop van een schone-energierevolutie. Een van de plaatsen waar die van de grond moet komen, is de prairiestaat North Dakota. Die zegt het ’Saoedi-Arabië van de windenergie’ te kunnen worden. Dankzij zijn open ruimte en zijn krachtige, constante winden.

Het boerenland van North Dakota nabij de grens met Canada is soms een harde, eenzame plaats. Eindeloze graan- en koolzaadvelden met alleen hier en daar een boerenhuis. De winters zijn er lang, streng en donker. De 51-jarige landbouwer Wayne Johnson heeft een Harley-Davidson-motor op het erf staan, zodat hij alles oerendhard even achter zich kan laten, als het hem wat teveel wordt.

„Jarenlang dacht ik dat ik hier op het einde van de wereld zat”, zo verhaalt hij op zijn 1300 hectaren grote boerderij, die enkele mijlen buiten het gehucht Stanley ligt. „En ik vervloekte die eeuwige wind hier op de prairie. Maar nu lijken we ineens in het middelpunt van de belangstelling te staan, kijkt de halve wereld in de richting van Stanley. En ik staar om de haverklap naar de windmeter op mijn erf.”

Olie is een van de redenen dat Amerika plots van het bestaan van Stanley af weet. Op meerdere plaatsen in de omgeving zijn veelbelovende voorraden aangeboord en prijken sinds kort boortorens. „Sommige boeren zijn zo snel rijk geworden dat ze direct met pensioen zijn gegaan. Anderen konden al hun schulden aflossen en hebben voor het eerst in hun leven geld op hun bankrekening staan”, weet Johnson. Op zijn land is geen olie gevonden. Toch ziet ook hij de toekomst met vertrouwen tegemoet. De reden: windenergie.

Johnson raakte in 2001 geïnteresseerd in die energiebron. Stanley, dat twaalfhonderd zielen telt, was zo snel aan het vergrijzen dat het dorpschooltje dreigde te verdwijnen. „Toen ben ik met twaalf boeren om de tafel gaan zitten om te bezien hoe wij de gemeenschap aan nieuwe inkomsten en nieuw leven konden helpen. Na veel praten en onderzoeken kwamen we uit op windenergie.”

De boeren legden twintigduizend dollar op tafel en kochten een meettoren om data te verzamelen over de windsnelheden op het land. „Toen wij vijf jaar later met de resultaten een windenergiebedrijf benaderden, wilde die ons niet geloven. De constante, sterke windkracht die wij hadden gemeten, zou niet bestaan. Het bedrijf bouwde eerst één eigen meetttoren en daarna nog eens twee. Onze metingen bleken te kloppen.”

Intussen hebben 61 boeren uit de omgeving zich verenigd in een coöperatie, die zich High Country Wind Power noemt. Die heeft een contract getekend met een Canadees energiebedrijf om een windmolenpark te bouwen op hun land. Het gebied rond Stanley heeft volgens een verklaring van het bedrijf ’uitzonderlijke kwaliteiten’ voor windenergie. De bouw moet over ongeveer een jaar van start gaan.

In eerste aanleg zijn voor het windmolenpark zestig turbines gepland, die 99 megawatt opleveren, genoeg stroom voor zo’n zeventigduizend huishoudens. Maar beide partijen studeren ook al op een tweede fase, waarin het park tot tweehonderd turbines doorgroeit. Dat zal Stanley veel tijdelijke werkgelegenheid en zeker twaalf vaste banen opleveren. Voor de 61 boeren van de coöperatie betekent het extra inkomsten. „Het voelt alsof er ook op mijn land olie is gevonden”, lacht Johnson.

Hij is zeker niet de enige in North Dakota die de afgelopen jaren van een toekomst in windenergie droomt. Het eerste windmolenpark in de prairiestaat ging open in 2003. Het had maar 27 turbines, die 40 megawatt produceren. Maar sindsdien is het hard gegaan. Eind 2008 stonden er al vijfhonderd turbines in de staat, die 714 megawatt produceren. Bedrijven en coöperaties werken aan plannen om die capaciteit de komende vijf jaar nog eens te vertienvoudigen.

Zelfs als al die plannen allemaal uitgevoerd worden, zit de staat nog heel ver onder zijn potentieel. Volgens de Amerikaanse Associatie voor Windenergie (AWEA) zou North Dakota maar liefst 140.000 megawatt kunnen produceren, meer dan welke andere staat ook. North Dakota zou daarmee, in theorie, helemaal alleen in een kwart van Amerika’s stroomvraag kunnen voldoen. De prairiestaat kan ’het Saoedi-Arabië van de windenergie worden’, roepen zijn politieke leiders voortdurend.

Op weinig plaatsen in de wereld bestaan volgens de AWEA zulke gunstige voorwaarden voor windenergie. De branchevereniging kwalificeert bijna het gehele grondgebied van North Dakota als ’goed’ tot ’uitstekend’ geschikt voor het plaatsen van turbines. Bijna overal waaien krachtige en constante winden.

Open ruimte is er in overvloed. North Dakota is twee keer zo groot als Zwitserland, maar heeft evenveel inwoners als de Nederlandse provincie Friesland (zo’n 640.000). Uitgestrekte bossen en grote steden met storende hoogbouw zijn er niet. Het prairielandschap is leeg en vrij vlak.

Maar er is één grote sta-in-de-weg. Er lopen veel te weinig hoogspanningsnetten om de extra stroom van de prairie naar de miljoenensteden op de Oost- en Westkust te krijgen. Wil North Dakota echt het Saoedi-Arabië van de windenergie worden, dan zal Amerika volgens het ministerie van energie de komende jaren voor 95 miljard euro gigantische ’snelwegen’ voor groene stroom moeten aanleggen. Zo’n snelweg wordt duizenden kilometers lang en doorkruist het grondgebied van meerdere staten.

De regering-Obama zegt dat het probleem haar aandacht heeft en maakte eerder dit jaar 4,5 miljard euro vrij voor nieuwe hoogspanningsnetten. Critici vragen zich af of zij in de huidige recessie veel meer geld daarvoor kan vrijmaken. En zelfs als dat wel gebeurt, dan nog is de vraag of die nieuwe ’snelwegen’ echt snel gebouwd worden. In het verleden liepen veel plannen voor nieuwe hoogspanningsnetten vast in slopende bezwaar- en milieuprocedures op lokaal of regionaal niveau.

Om die reden zijn „ontwikkelaars tot nu toe hoofdzakelijk bezig om heel creatief kleinere windfarms op plekken te bouwen waar nog ruimte is op het bestaande hoogspanningnet”, zo weet Jay Haley, partner bij een ingenieursbureau in North Dakota, dat windmolenparken ontwikkelt. Grote parken, waarvoor nieuwe netten gebouwd moeten worden, komen volgens hem tot nu toe amper van de grond.

Landbouwer Wayne Johnson is zich bewust van het probleem. „Twee hoogspanningslijnen in onze buurt hebben voldoende extra capaciteit om de stroom van onze eerste zestig turbines te vervoeren.” Maar of zij nog meer aankunnen, is onduidelijk. Johnson weet dat dat de beoogde tweede fase van het windmolenpark in Stanley in de weg kan zitten. „Ik heb al molens in North Dakota stil zien staan. Niet vanwege windstilte, maar omdat ze hun stroom niet kwijt konden. Dat wil ik niet meemaken.”

(Trouw) Beeld AFP
(Trouw)Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden