Leven te midden van mysteries

Het oudste spiritistische genootschap ter wereld toerde langs de dodenakkers in Vlaanderen, zoekend naar sporen van het paranormale.

De dag begint zoals die van elke Eerste Wereldoorlogtoerist in West-Vlaanderen. Een bezoek aan nagebouwde Duitse loopgraven, een wandeling naar een bomkrater en een pitsstop bij de plek waar Franse en Duitse soldaten middenin de oorlog samen Kerstmis vierden. Maar dan slaat de grijze toerbus opeens een weggetje in dat niet in de oorlogsgidsjes staat. Het kronkelt zich eenzaam langs de maïsvelden, tot bij een boerderij annex herberg, waarop in grote letters het woord 'Hommelpap' is aangebracht.

Nee, voor die hommelpap, een locale biersoort, zijn de inzittenden van de bus niet gekomen. Zij zijn leden van de Ghost Club, het oudste spiritistische genootschap ter wereld. Drie dagen zijn ze op expeditie in Vlaanderen, zoekend naar sporen van het paranormale. Tal van andere groepen en individuen houden zich, ook in Nederland, bezig met spiritisme, maar niet op deze manier.

Veldonderzoek doet de Ghost Club met enige regelmaat. Het liefst op historische plekken waar ze veel geesten hopen te vinden: ruïnes, kerkers, kastelen, plaatsen waar veldslagen werden uitgevochten. Dit jaar viel de keus op Ieper. Een elke verbeelding tartende hoeveelheid soldaten is een eeuw geleden in deze contreien neergemaaid, aan flarden gebombardeerd of vergast. Overal liggen begraafplaatsen. Aan dolende zielen geen gebrek.

"Kijk", roept voorzitter Alan Murdie, als alle achttien inzittenden zijn uitgestapt. Hij wijst naar een heuvel tegenover de boerderij. Nieuwsgierige ogen volgen de richting van zijn vinger. Ze zien een leeg grasveld. In de verte een landhuis, omringd door bomen.

"Daar gebeurde het", zegt Murdie. "Daar verschenen de dode ruiters."

Alan Murdie, van huis uit advocaat, is eind veertig, welbespraakt, een man met een mild ironische blik. Over de geschiedenis van de Ghost Club vertelt hij graag. Opgericht in 1862 in Londen, maar eigenlijk al eerder, in 1851 in Cambridge, door professoren in de theologie. "De hele maatschappij was toen geobsedeerd door de dood", zegt hij. "Men zocht manieren om met de doden in contact te komen. Voor deze theologen speelde nog iets. Ze verlieten de orthodoxe paden, maar wel om voor geloof op de bres te springen. Ze zochten extra bewijs tegen het materialisme van de darwinisten."

undefined

Dickens

Illustere mannen vulden de Ghost Club. Schrijver Charles Dickens, verzot op spookverhalen, was lid van het eerste uur. Net als de dichter Yeats. En William James, grondlegger van de godsdienstpsychologie. Van oudsher telt de club veel aristocraten, intellectuelen, schrijvers. Al zaten er ook vreemde kostgangers tussen. Fulltime mediums. Rare snuiters als Bill Bellars, ex-commandant van een Britse onderzeeër, die in de jaren zeventig claimde het monster van Loch Ness te hebben gezien en expedities naar het meer op touw zette.

Ook de huidige leden zijn een gemêleerde groep, maar wel veelal afkomstig uit de maatschappelijke bovenlaag. Elke maand komen ze in Londen bijeen voor beschaafde conversaties over het paranormale. Aan glaasjes draaien en dat soort fratsen doen ze niet - dat is iets voor 'sensatiezoekers'. Nee, het gaat om 'serieus onderzoek', aldus Murdie. "Dat is nodig. De laatste jaren was er een vloedgolf aan poltergeistactiviteiten. Hoe komt dat?"

Meldingen over klopgeesten nemen ze bij de Ghost Club dan ook serieus. Krijgen ze een telefoontje, dan sturen ze er een team op af dat ter plekke metingen verricht met microfoontjes en camera's. Als het moet, overnachten de onderzoekers er. Bij de maandelijkse lezingen worden de resultaten bediscussieerd.

Dave Gordon, een gepensioneerde programmeur die voor Nokia heeft gewerkt, tuurt aandachtig naar het landhuis verderop. "Stond dat er al, toen die ruiters verschenen?" Murdie schudt zijn hoofd. Het gebeurde dan ook al lang geleden. In 1918, om precies te zijn, niet lang na de wapenstilstand, op klaarlichte dag. De Britse schrijver James Wentworth Day (1899-1983), destijds soldaat, zag 'plotseling' een 'dozijn of meer' Duitse ruiters voorbij draven. Hun speren glommen. Kennelijk gesneuveld in een eerdere oorlog, de Frans-Duitse uit 1870, die eveneens in deze streek werd uitgevochten. Een troepje Franse dragonders met getrokken degens wachtte de ruiters op, ook zomaar uit het niets verschenen.

Toen verdween het visioen.

Day beschreef zijn ervaring later in een boek. Sommigen lezen passages hardop na, af en toe rondkijkend over het veld. "Hij beschrijft het allemaal zo precies", zegt Michael Hunter, een rechter uit Londen van in de zestig.

Murdie knikt. "Dit is geen vaag verhaaltje. Zijn vriend zag het ook."

Direct na de Eerste Wereldoorlog, vervolgt hij, was er enorme vraag naar manieren om contact te maken met de doden. "In miljoenen gezinnen was opeens de man of zoon verdwenen. Er ontstond een soort cultus van de doden. Daar is amper over geschreven. De Eerste Wereldoorlog vanuit spiritueel perspectief is onontgonnen gebied. We bezoeken deze dagen nog meer van dit soort plekken."

Wat ze er precies 'onderzoeken' wordt niet helemaal duidelijk. De leden lopen wat rond, alsof ze verwachten dat de Duitse ruiters opeens weer uit het bos zullen springen.

"Nou ja", zegt Mirrlees Chassels. "Geesten zie je meestal alleen als je niet naar ze op zoek bent." Dat maakt een ghost hunt een nogal paradoxale onderneming, maar daar zit ze niet mee. Het gaat erom verschijnselen als die van die Duitse spookruiters te doorgronden, zegt ze. "Waarom verschenen ze? Wie zijn ze? Die dingen moeten we zien te verklaren."

Geesten zien is geen vereiste om bij de Ghost Club te horen. Sterker nog, sommige leden geloven niet eens in geesten - althans, niet als onafhankelijke entiteiten. Alle 'paranormale' verschijnselen zijn volgens hen wetenschappelijk te verklaren. Dan moet je die verschijnselen wél eerst onderzoeken. Dat doet de reguliere wetenschap volgens hen niet.

Die wetenschappelijk ambitie in combinatie met praktische expedities als die naar Vlaanderen maakt de Ghost Club uniek, als hij het al niet is door zijn lange historie. Tal van andere groepen en individuen houden zich, ook in Nederland, bezig met spiritisme, maar niet op deze manier.

Voorzitter Alan Murdie gelooft niet echt in geesten. Althans, hij vermoedt dat het bij geestesverschijnselen vaak niet om bestaande wezens gaat, zegt hij. "Ze houden verband met onze psychische toestand. Of met spanningen tussen mensen onderling. Hoe precies weet ik niet. Trillingen die wij niet zien, maar wel zelf uitzenden, zoiets. Neem nou klopgeesten. Die zijn, zo is mij opgevallen, vaak actief in huizen waar jongvolwassen vrouwen wonen. Die ook nog eens een slechte band met hun vaders hebben. Dat veroorzaakt veel spanningen."

undefined

Stoere verhalen

Geesten zien is niet vereist, een beetje ghosthunter heeft natuurlijk wel een paar stoere verhalen paraat. Rechter Michael Hunter teert nog steeds op een ervaring uit zijn studententijd in Oxford. "Op een avond zag ik een vrouw. Op nog geen tien meter afstand. Ze leek op een negatief van een foto, in zwart-wit. Toen liep ze een muur in en verdween."

Het is voor Hunter bij die ene keer gebleven, hoeveel huizen of historische plekken hij sindsdien ook heeft onderzocht. Voor Lisa Bowell is dat anders. De 55-jarige leunt op een stok, haar rechtervoet zit in het gips. Doordeweeks is ze nieuwscoördinator bij de BBC, in haar vrije tijd slaat ze geen bijeenkomst van de Ghost Club over. Met de doden verkeert ze bijna dagelijks. "Je voelt het als ze er zijn. Dat is geen speciaal talent hoor, iedereen kan dat, maar je moet het wel trainen." De volgende stap is die geest ook te leren zien, legt ze uit. Ze draait aan een soort knop in haar bewustzijn. "You just tune into it."

In Poperinge, een dorp dat net achter de geallieerde linies lag, bezoeken we cellen waar deserteurs hun laatste uren beleefden, voordat ze werden opgeknoopt. In de muur van de cel krasten de soldaten - een van hen was nog maar 17 jaar oud - gebeden en figuurtjes. Aandachtig kijkt Bowell naar die laatste levenstekens. Ziet ze ook geesten in deze cel? Ze knikt afgemeten, loopt dan snel weer door.

"Soms lukt het me om met ze te praten", zegt ze later. "Dan vraag ik wie ze zijn, wat hun naam is, hoe ze zijn gestorven. Maar vaak willen ze niets zeggen. Ze verdwijnen alweer snel. Dan lijkt het alsof zij bang zijn voor ons, in plaats van wij voor hen."

De avond valt. Onderweg naar de laatste halte, Lijssenthoek Military Cemetery, vertelt Towyn Jones (72), anglicaans priester in Wales, hoe de fascinatie voor het paranormale bij hem ontstond. "Ik woonde vroeger in een oude boerderij, ver weg van alles. Op winteravonden las mijn vader bij de haard spookverhalen voor. Sindsdien ben ik verslaafd aan die verhalen."

Zelf heeft hij nooit iets meegemaakt, zijn interesse lijkt vooral literair. Het gaat hem om het unheimische gevoel dat die verhalen hem geven. Het besef te leven te midden van mysteries. Elfduizend witte grafstenen strekken zich voor ons uit, in keurige rijen. "Er is zoveel om ons heen dat we niet begrijpen", zegt Jones.

Hij blijft staan bij een van de grafstenen. 'Hij is niet dood', staat erop. 'Just gone away.'

Aan dolende zielen geen gebrek in West-Vlaanderen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden