Leven met een dodelijke last

Remy Keijzer 1993-2016

Toen Remy net geboren was, keek de tweejarige Pascal hem gelukzalig aan en drukte zijn lippen lang op het babykopje. "Mijn broertje", zei hij trots. Ze groeiden op in een ruime twee-onder-een-kapwoning in het Noord-Hollandse Hoogkarspel, waar ze ieder een eigen kamer hadden. Liever zaten ze in de speelkamer, waar ze samen druk waren met Playstation, of op zolder waar ze met oma een heel weekeinde bouwden aan lange slangen van dominostenen. Ze verzonnen ook spelletjes, zoals flessenvoetbal. Dan waren ze fanatiek, maar ze gunden elkaar de overwinning. Allebei speelden ze bij de plaatselijke voetbalclub Spirit. Als ze met hun ouders in de drukte van een stad kwamen, dan hielden ze elkaar instinctief bij de hand. De hele zomervakantie verbleven ze met hun ouders in hun stacaravan dichtbij huis. Ze kregen nooit genoeg van elkaar.

Toen ze wat ouder waren, gingen ze in de winter met hun ouders op verre reizen naar de tropen. De armoede die ze daar soms zagen, greep Pascal aan. Remy vond het ook erg maar nam het rustiger op, zoals hij in alles gelijkmatiger was dan zijn broer.

Op de basisschool deden ze het allebei goed, maar Pascal kon rare dingen doen die hem straf opleverden. Hij kon zomaar een glas laten vallen of iets anders onverwachts. Dat begreep hij zelf ook niet. Later zou worden vastgesteld dat hij leed aan ADD, de Engelse afkorting voor een aandachtstekortstoornis.

Dat werd pas echt een probleem toen hij naar de middelbare school ging, waar hij minder aandacht kreeg en zelfstandiger moest zijn. "Ik krijg overal de schuld van, maar ik kan het ook niet helpen", klaagde hij als hij weer eens problemen had. Hij zocht verlichting in drugs, eerst marihuana, later in krachtiger spul. Ook handelde hij er een beetje in. Maar dat gaf hem meer problemen. Hij zat eens huilend bij Remy's bed. "Je moet nooit zo worden als ik", zei hij.

Met Koninginnedag 2007 kwam Pascal 's avonds niet huis, dat gebeurde wel vaker. Toen de volgende dag vroeg de bel ging, verwachtten zijn ouders hem te zien. Maar er stonden politiemensen voor de deur. Voordat ze iets hadden gezegd, wist zijn vader Jack: "Remy is dood". Rechercheurs stroomden het huis binnen om onderzoek te doen, want er was sprake van moord.

Op een provinciale weg hadden bekenden van Pascal in het drugscircuit hem met een snoeischaar in de hals gestoken en ze hadden meermalen met de auto over hem heen gereden. De daders werden snel gepakt, mannen van 38 en 40 jaar oud.

Toen Pascals lichaam na onderzoek werd vrijgegeven, tilden Jack en Remy hem samen in de kist. Remy schoof zijn zegelringetje aan een dode vinger.

De zaak kwam tien maanden later voor de rechter. Onduidelijk bleef waarom de mannen een 16-jarige jongen zo gruwelijk hadden afgemaakt. Vader Jack maakte gebruik van zijn spreekrecht als directe nabestaande. Ook Remy, die in de brugklas zat, wilde wat zeggen. Hij had zijn gevoelens verwoord in, zoals voorgeschreven, maximaal negen regels, die hij een dag tevoren had ingeleverd bij de rechtbank. Maar de rechter hield zich aan de letter van de wet destijds en stond slechts één spreker toe. Remy moest zwijgen.

De daders werden veroordeeld tot vijftien en zes jaar gevangenis. Dat vond de familie natuurlijk te weinig, maar ze aanvaardden het.

Remy had zich groot gehouden en was een week na de dood van Pascal alweer naar school gegaan. Hij wilde zijn ouders niet nog meer belasten met zijn verdriet.

Hij nam de kamer van Pascal op zolder. Ook in andere dingen deed hij zijn broer na. Hij droeg zijn kleren en hij verzorgde zijn haar nauwgezet zoals Pascal, die nooit een stap buiten de deur had gezet zonder dat zijn haar met gel in model was gebracht. Wel hield Remy zich afzijdig van drugs. Jack, zijn vader, hield lezingen op scholen om te waarschuwen voor drugs en daar was ook Remy van doordrongen. Ook werd Jack actief in organisaties van nabestaanden van geweldsslachtoffers. Remy bewonderde zijn vader om zijn inzet.

Toen zijn eindexamen naderde, zei Remy dat hij militair wilde worden. Zijn ouders moesten even slikken, ook al hadden ze militairen in hun familie. Maar Remy wilde de wereld beter maken en hij wilde op avontuur en dat kon bij de landmacht, zei hij. In Den Helder ging hij naar een vooropleiding. Daar genoot hij van en liep met plezier met zware bepakking. Maar halverwege het opleidingsjaar besefte hij dat de kans groot was dat hij zou worden uitgezonden naar een land als Afghanistan. Daar zou hij dode mensen zien, mensen die waren toegetakeld zoals Pascal.

Remy koos voor een vrediger bestaan als tegelzetter: mooie zwembaden maken en mozaïeken, dat leek hem wel wat. Hij volgde de driejarige opleiding en viel in de smaak op zijn stageplaats, een woningcorporatie. Maar hij was moe en lusteloos. Er kwam een psycholoog aan te pas die sprak over burn-out en post-traumatische stress. Als Remy een paar weken thuis was geweest, ging hij toch weer met goede moed naar zijn stage, waar zijn baas baas vol begrip was.

Daar kon hij na zijn opleiding als zzp'er aan de slag. Met steun van zijn ouders kocht hij een bestelwagen en alle benodigde gereedschap. Hij was nu een vakman, maar in zijn hoofd bleef het spoken. Psychologische hulp viel hem tegen. Na drie kwartier bij de psycholoog klonk er een belletje en werd zijn verhaal afgebroken. "Tot volgende week."

Er waren ook vrolijke tijden, zoals een vakantie met vrienden in een Spaans villaatje. Of een concert van de zanger Guus Meeuwis, waar Remy vanaf zijn staanplaats voorop liep in polonaise.

Hij had lang verkering met een meisje, maar het ging steeds aan en uit. Bij het minste of geringste was Remy jaloers.

Twee jaar geleden begon het echt mis te gaan in zijn geest. Psychologen werden psychiaters. Maar hij bleef tegels zetten.

Het gezin kreeg opnieuw een dreun toen de zwaarstgestrafte moordenaar de rest van de tijd thuis mocht uitzitten, in dezelfde plaats waar Pascals moeder werkt. Het greep Remy zwaar aan.

"Weet je wie de nieuwe koning wordt?", vroeg hij vorig jaar ineens aan zijn vader. "Hoezo? De koning blijft nog wel even." "Nee", zei Remy, "Ik word de nieuwe koning." Toen zijn vader lachte, werd hij boos.

Waangedachten namen bezit van Remy. En dat werd steeds erger. Hij was God, de Messias of Sinterklaas. Zijn ouders waren nooit godsdienstig geweest en ook Remy taalde niet naar religie. Toch zei hij dingen als "Wat vind je dat God uitgerekend mij uitkiest om de wereld te redden?" Op een nacht werd hij 's nachts verward in Den Haag gevonden, op blote voeten en alleen een T-shirt in de regen. Hij had opdracht gekregen daarheen te gaan, zei hij. Er volgden meer incidenten vol verwarring.

Toch ging hij weer aan zijn werk. Ook was hij echt begaan met mensen in de knel. Drie jaar geleden was hij met zijn ouders naar het weeshuis Lambanoo in Johannesburg geweest. Zijn vader stuurde het geld dat hij kreeg voor lezingen naar dat huis voor verstoten aids-patiëntjes. Van de hulp uit Nederland is een sterfkamertje ingericht. Remy wilde daar gaan helpen. Hij had met de kinderen gespeeld en gezwommen. Dat wilde hij weer gaan doen.

Op zijn kamer thuis had hij een tijd een boksbal gehad om zich af te reageren. Dat deed hij niet meer, de bal was weggehaald en er restte alleen een ophangbeugel. Daar was Remy bang voor, zei hij, en Jack haalde ook de beugel weg.

"Sta je altijd achter me, wat ik ook doe?", vroeg hij zijn vader. "Ja", zei Jack, "behalve als je ..." Hij maakte zijn zin niet af, maar keek naar de bouten van de verwijderde beugel. Remy leek het te begrijpen.

Zijn contract bij de woningcorporatie was afgelopen en hij vond het moeilijk om op zoek te gaan naar nieuwe klanten. Hij was thuis toen zijn vader op een dinsdag thuiskwam van zijn werk.

"Reem, papa is thuis", riep hij. "Bakkie doen?" Er kwam geen antwoord. Jack vond zijn zoon in een slaapkamer. Remy's gezicht was rustig en ontspannen.

Remy Keijzer werd geboren op 19 juli 1993 in Hoorn. Hij stierf op 10 mei 2016 in Hoogkarspel.

Foto links: Remy Keijzer.

Rechts: Remy (links) met Pascal.

Ze waren onafscheidelijk, zijn broer Pascal en hij. En eigenlijk zouden ze dat altijd blijven, ook na de gewelddadige dood van Pascal.

Er kwam geen antwoord, Jack vond zijn zoon in een slaapkamer

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden