Leven is geen kunst

De filosofen van de levenskunst miskennen het leven zelf, meent Hans Achterhuis. "Ze benemen me de vrijheid om te ademen."

Dat ik de kriebels krijg van de filosofie van de levenskunst is ongetwijfeld een kwestie van toeval en temperament. Maar ik heb ook filosofische bezwaren tegen deze tegenwoordig zo populaire wijsgerige benadering.

Begin jaren zeventig las ik aan een Zuid-Frans strand de 'Pensées pour moi-même' van Marcus Aurelius. Dit boek dat in elke filosofie van de levenskunst veel aandacht krijgt, en dat vanwege deze grote belangstelling de afgelopen tijd zelfs twee keer vertaald is als 'Persoonlijke notities' en 'Overpeinzingen', intrigeerde en irriteerde mij toen mateloos. Dat de gedachten van de tweede-eeuwse Romeinse keizer me intrigeerden, kwam vooral omdat zij mij sterk deden denken aan het Nieuwe Testament en de vroegchristelijke kerkvaders. Ik wist dat Marcus Aurelius de christenen vervolgd had. Omdat er nog geen internet bestond en ik geen bibliotheek bij de hand had, kon ik dit niet goed thuisbrengen. Vergiste ik mij soms in mijn interpretatie? Los daarvan ergerde ik mij. Ik had net de theologie voor de filosofie verruild en nu leek het in deze tekst of het één pot nat was.

Toen zo'n tien jaar later de Franse filosoof Michel Foucault in zijn laatste boeken de klassieke levenskunst op onze moderne agenda zette, bleek ik mij in elk geval niet vergist te hebben. De wijze filosofische lessen van de klassieke denkers kwamen - in een andere context - veelvuldig terug in het vroege christendom. In de inleiding van de 'Persoonlijke notities' stond niet voor niets dat veel uitspraken van de keizer 'evengoed van een christen afkomstig zouden kunnen zijn'. Dat nam mijn irritatie allerminst weg. Zelf had ik ondertussen de filosofie op een manier beoefend die weinig ruimte bood voor de spirituele en morele lessen van de levenskunst. Het belang hiervan wilde ik niet ontkennen, maar om nu te gaan propageren dat de wijsbegeerte ons vooral moest helpen om van ons leven een kunstwerk te maken, vond ik overdreven.

Wanneer ik nu argumenten ga aanvoeren tegen de filosofie van de levenskunst blijf ik nog even binnen mijn persoonlijke geschiedenis. Omdat ik geïntrigeerd was door mijn Romeinse keizer, ging ik op zoek naar biografische gegevens over hem. Uit zijn notities komen we namelijk niets te weten over de wereld waarin hij leefde. De meeste van zijn gedachten noteerde hij terwijl hij oorlogen voerde om het rijk tegen de barbaren te verdedigen. Daar lezen we niets over. De wereld is afwezig voor Marcus Aurelius, alleen de binnenwereld, de inkeer in zichzelf telt. Het leeuwedeel van zijn gedachten is inderdaad, zoals een inleider stelt, 'tijdloos'. Marcus Aurelius beschouwt zowel het keizerschap als de oorlogvoering als 'toneelspel' waarmee hij innerlijk moet leren omgaan.

Er moest toch meer over deze 'goede keizer' te vertellen zijn? Toen ik een biografie over hem vond bleek dat tegen te vallen. De grote kenner van de Oudheid, Pierre Grimal, doet zijn best om de feiten op een rij te zetten, maar hij slaagt er niet in de gevoelens en de houding van Marcus Aurelius te achterhalen. Er blijkt over de keizer nauwelijks een verhaal verteld te kunnen worden. Dit viel mij des te meer op, omdat ik net met rode oortjes de navertelde biografie van Marguerite Yourcenar over Hadrianus, een voorganger van Aurelius, had gelezen. Deze probeerde ook als filosoof te leven, maar dat weerhield hem er niet van om toe te geven aan liefde, haat en verdriet. Bij Marcus Aurelius is hiervan geen spoor te ontdekken. Zelfs als zijn vrouw overlijdt, put hij zich alleen maar uit in stoïsche lessen over de onzinnigheid van verdriet omdat tenslotte ieder mens moet sterven. Hij kent alleen maar algemene wijsheden en geen persoonlijk verhaal.

Ook de hedendaagse levenskunst lijkt niet geïnteresseerd in verhalen. Dat vind ik niet alleen, dat vindt ook de Nijmeegse hoogleraar Paul van Tongeren. Hij "fileert in zijn boek de tekortkomingen van de tegenwoordig ook in ons land zo populaire levenskunstfilosofie", zoals de jury van de Socrates Wisselbeker over het winnende boek 'Leven is een kunst' schrijft. Van Tongeren maakt (net als ik) onderscheid tussen poiesis en praxis, maken en handelen. Dat handelen blijft bij hem steeds gekenmerkt door een zekere passiviteit. Je laat dingen gebeuren, je laat je verrassen, je probeert niet krampachtig je leven te beheersen, zoals Joep Dohmen volgens Van Tongeren suggereert.

Morele lessen en filosofische betogen zijn bij Dohmen inderdaad belangrijker dan het leven zelf. Wanneer hij de romancier Pascal Mercier, auteur van 'Nachttrein naar Lissabon' en pseudoniem van de filosoof Peter Bieri, bespreekt, raadt hij ons aan om eerst diens wijsgerig werk te bestuderen.

Dan kunnen we lering trekken uit het falen en stuntelen van zijn romanhelden. "In zijn filosofie laat Bieri zien dat het beter kan, als we ons maar echt verdiepen in wat we willen." Verhalen waarin de hoofdpersonen hun leven niet in de hand hebben, waarin hun onverwachte dingen overkomen, stroken niet met de levenskunst. De moderne levenskunstenaar lijkt sterk op de homo faber, de makende mens, de ambachtsman, die Hannah Arendt beschrijft. Hij beschikt over een blauwdruk van wat hij gaat maken en hij overdenkt zorgvuldig welke middelen hij daarvoor moet inzetten. Arendt stelt dit mensbeeld tegenover de handelende mens, die zonder een specifiek doel voor ogen te hebben zich in het netwerk van de menselijke betrekkingen begeeft om zich te laten verrassen en uitdagen. Over de handelende mens vallen onverwachte en onvermoede verhalen te vertellen, de homo faber wil alleen het product dat hij maakt, beheersen - zelfs als dat zijn eigen leven is.

Verhalen die doorverteld worden en betekenis geven aan het leven van een mens, lijken voor Dohmen niet van groot belang. Ze zijn hooguit handige illustraties van de lessen van de levenskunst. In zijn 'Het leven als kunstwerk' verwijst hij naar Canto 26 van de 'Divina Commedia' van Dante, waarin Odysseus figureert in de onderste krochten van de onderwereld. Pijnlijk vind ik dat hij de betekenis van deze beroemde literaire tekst, die onder anderen Primo Levi en een metgezel helpt om het concentratiekamp te overleven - 'Gij zijt niet geschapen om als redeloze wezens te leven, maar om deugd en kennis na te streven' - precies omkeert. Dohmen veroordeelt Odysseus vanwege diens overmoed. Hij zou model staan voor de laatmoderne mens 'op weg naar de Hel'.

Ik vermoed dat Dohmen weinig moeite heeft om toe te geven dat hij Dante's tekst nooit heeft opengeslagen. Daar gaat het mij ook niet om. Hij zal namelijk waarschijnlijk tegen mij betogen dat de levensles die hij eruit trekt om tegen de overmoed zelfdiscipline te betrachten toch geldig blijft. Dat wil ik niet ontkennen, maar ik betreur het dat hiervoor verhalen verminkt worden en uit het zicht van de filosofie verdwijnen.

Moet ik als laatste argument tegen de filosofie van de levenskunst nog mijn eigen vakgebied, de sociale filosofie, in stelling brengen? Met instemming citeert Dohmen een uitspraak van Socrates: "Als iedereen naar behoren voor zichzelf zou zorgen, zou de polis (stad) goed functioneren." Was het maar zo simpel, denk ik. Moeten we, met Socrates, Plato en Aristoteles, niet ook nadenken over de polis zelf, over de goede instituties voor staat en samenleving? De klassieke levenskunst kwam op toen onder het Hellenisme en in het Romeinse wereldrijk, de burgers de banden met de eigen polis verloren. Ze werden als individu op zichzelf teruggeworpen. Dat gebeurt ook nu: staatsburgers worden vermalen tussen de Europese Unie en de economische globalisering. Ik vraag mij wel af of de persoonlijke levenskunst het juiste antwoord is op deze politieke, economische en sociale uitdagingen.

In een van zijn overpeinzingen over de dood wordt Marcus Aurelius onverwacht een beetje persoonlijk. Ook al weet hij van zichzelf dat hij 'wijs en rechtschapen' geleefd heeft, hij beseft dat veel mensen zich misschien aan zijn lessen hebben geërgerd en na zijn overlijden zullen zeggen: "Eindelijk kunnen we herademen, nu we van die schoolmeester af zijn. Voor niemand van ons was hij streng, maar toch had ik altijd het gevoel dat hij ons in stilte veroordeelde."

Ik wens geen enkele filosoof van de levenskunst, en zeker niet mijn gewaardeerde tegendenker Joep Dohmen, een spoedige dood toe, maar ik zal niet ontkennen dat de Romeinse keizer aardig uitdrukt hoe ik soms voor de tegenwoordig wel strenge filosofen van de levenskunst in mijn schulp kruip en nauwelijks vrij kan ademen.

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer ik de aanvallen van Dohmen op mijn persoonlijke integriteit moet ondergaan. Voor zover de levenskunst mij interesseert, betreft het eerder het beoefenen ervan dan het schrijven en praten erover.

Vanaf Seneca vormt het wellevende gesprek, het juiste woord op de juiste plaats, een belangrijk onderdeel van de levenskunst. Helaas brengt Dohmen dit niet in praktijk. Pierre Hadot, die mijns inziens het waardevolste boek over de klassieke levenskunst schreef, stelt dat men in de Oudheid van de filosofen eiste 'dat ze leefden naar wat ze onderwezen'. Voor een serieuze discussie over de levenskunst, lijkt me dit een belangrijk uitgangspunt.

Tegendenkers: het boek
Dit is de laatste aflevering van Tegendenkers. Een jaar lang kruiste Denker des Vaderlands Hans Achterhuis de degens met filosofische opponenten - over thema's die hem al een denkersleven lang bezighouden, zoals geweld, techniek, liberalisme en utopieën.

'Tegendenkers' is een initiatief van Studium Generale van de Universiteit Utrecht en Trouw. De debatten die Achterhuis voerde - geleid door Peter Henk Steenhuis- verschijnen nu in boekvorm.

Bestel 'Tegendenkers'

voor euro 17,50 via

trouw.nl/webshop

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden