Leven in een lemen hut in Hongarije

Bejubelde Hongaarse schrijver over opgroeien in schrijnende armoede

Vorig jaar had de Hongaar László Krasznahorkai veel succes met zijn roman 'Satanstango', onlangs bekroond met de Man Booker International Prize. Nu verschijnt Szilárd Borbély's 'De bezitlozen', een roman die eveneens in een afgelegen gehucht in Oost-Hongarije is gesitueerd, en die twee jaar geleden de grote doorbraak betekende voor de schrijver.

Szilárd Borbély, in 1963 geboren in het drielandengebied van Hongarije, Oekraïne en Roemenië, vertelt in 'De bezitlozen' over zijn kindertijd omstreeks 1970. Het is een uiterst primitieve of zeg maar archaïsche wereld. Het gezin van de verteller bewoont een lemen huis dat uit één kamer bestaat; in het ene bed slaapt de verteller met zijn vader, in het andere de moeder met een iets oudere dochter. De vader, een alcoholicus, meestal zonder werk, wordt om onduidelijke redenen gechicaneerd door de communistische autoriteiten. De moeder, niet zonder hysterische trekken, verkoopt eieren en kippen op de districtsmarkt, soms verhuurt ze zich als dagloonster. Ze heeft slechts één, nooit vervulde wens: wegtrekken uit deze omgeving, naar de stad.

In korte fragmenten van twee of drie bladzijden schetst Borbély een intiem en soms poëtisch beeld van dit armoedig-deprimerende plattelandsbestaan, enigszins vergelijkbaar met het milieu uit de boeken van Nobelprijswinnares Herta Müller of van Agota Kristóf. De jeugdige verteller, het alter ego van de schrijver, is een angstige en gevoelige figuur met een grote opmerkingsgave; niet altijd sympathiek overigens; hij beschikt over sadistische trekjes en kwelt graag dieren. Hij schaamt zich voor zijn afgedragen meisjeskleren en ook voor de hut waarin hij leeft, vlak bij de zigeunerbuurt.

Tot de zigeuners behoort zijn familie niet, maar waartoe dan wel? Zeker is dat het gezin een onduidelijke identiteit heeft: 'vreemden' in het dorp. Sommigen maken hen voor 'joden' uit, misschien omdat de vader joodse voorouders had. Roemenen zijn het waarschijnlijk niet, zoals eveneens wordt beweerd, maar misschien wel Roethenen want de familie van de moeder behoort tot die etnische minderheid (die vooral in Oekraïne en Slowakije leeft). De moeder prent haar kinderen overigens in om op school toch vooral het Hongaarse te benadrukken: "Wij zijn Hongaren, dat moet je zeggen. Want het is ook zo."

Niet overal is deze roman overtuigend, het gejubel in de Duitse en Franse literatuurkritiek vind ik tamelijk overdreven. Daarvoor is 'De bezitlozen' net iets te monotoon, in tegenstelling tot de bovengenoemde roman van László Krasznahorkai, die veel meer registers bespeelt. De vele herhalingen zijn storend.

Maar gelukkig staan er in 'De bezitlozen' ook heel wat ontroerende passages. Bijvoorbeeld over de angst van de verteller en zijn zus, die constant moeten vrezen dat hun moeder zelfmoord pleegt door in de waterput te springen. "Wij durven 's nachts niet te slapen. Om en om letten we op dat ze niet naar buiten sluipt. We waken. Als ik aan de beurt ben, val ik steeds in slaap. Naar adem happend word ik wakker, doodsbang dat mijn moeder weg is."

Aangrijpend zijn ook de herinneringen aan Mószi, de enige overgebleven Jood in het dorp. Deze kleinhandelaar is in 1945 uit een Duits werkkamp teruggekeerd. Echt geaccepteerd wordt Mószi niet, en dat is de belangrijkste reden waarom de verteller en zijn familie zich juist met deze verschoppeling vereenzelvigen.

'De bezitlozen' gaat over onduidelijke identiteit, buitensluiting en schrijnende armoede. De schrijver ontworstelde zich aan deze wereld en sloeg een bewonderenswaardige loopbaan in; hij werd docent aan de universiteit in de Oost-Hongaarse stad Debrecen.

Maar wat heet in dit geval ontworsteld? In het nawoord bij de Duitse editie zijn enkele citaten uit brieven van Borbély aan zijn beide vertalers opgenomen, waarin hij over de depressie schrijft die het ontstaan van zijn boek veroorzaakte: "Ik had gedacht dat ik daarover al kon schrijven, het ligt ver terug, genezen wonden... maar nee, zoals is gebleken." In het voorjaar van 2014 pleegde Borbély zelfmoord.

Szilárd Borbély: De bezitlozen Vert. Mari Alföldy. Lebowski Publishers; 224 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden