Leven in de oksel van de snelweg

Op knooppunten van snelwegen komen niet alleen verkeersstromen samen, de lussen zijn ook een oase voor de natuur. In een doordacht ontwerp kunnen die samengaan.

Een aalscholver laat met licht gespreide vleugels zijn veren drogen. Een eend scharrelt tussen het riet. Op het beboste eilandje in het midden staat een reiger, terwijl een fuut een zoetwaterkreeft heeft opgescharreld. Op de achtergrond zoemt het verkeer en passeren duizenden auto's per uur.

Het watertje naast de oprit van Gouda naar de A12 is een oase in die woestijn van asfalt en uitlaatgassen. Het is niet de enige. Overal in Nederland bieden verkeerspleinen ruimte aan de natuur.

Verkeersplein Oudenrijn, een van de grootste van het land, telt wel vier van die plassen binnen de lussen van het klaverblad. Ook hier zwemmen de ganzen in groepjes en dobberen meeuwen op het water. In de zomer nestelt hier de kleine karekiet, een vogeltje dat overwintert in Afrika en in het voorjaar terugkeert naar dezelfde rietkraag.

Het is niet helemaal per ongeluk dat de plassen, die bedoeld zijn als berging voor regenwater, zijn uitgegroeid tot kleine natuurgebiedjes. "Bij het ontwerp wordt hier al rekening mee gehouden", vertelt bioloog Peter-Jan Keizer van Rijkswaterstaat. Keizer is adviseur beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen langs de rijksinfrastructuur. "Tien procent van de oppervlakte aan asfalt moet beschikbaar zijn als waterberging", legt hij uit. Alleen zo voorkom je dat een hoosbui zo'n verkeersplein verandert in een waterballet. De plassen en poelen lozen overtollig water via sloten en buizen op het oppervlaktewater.

Infra-natuur

De zogenaamde 'infra-natuur' profiteert ervan. Het isolement van de plasjes, waar nooit iemand komt en waar het water, gefilterd door het zand van het verkeersplein, kraakhelder en schoon is, is aantrekkelijk voor allerlei dieren en planten. In het water leven wantsen, libellen en kevers. Tussen de distels, grassen en zuring dansen vlinders. Dikke vliegen brommen rond het kadaver van een gans.

Veel insecten die in water leven, vliegen hierheen en leggen hun eitjes in het water. Meestal zit er vis in de waterpartijen. "Wij zetten die niet uit, waarschijnlijk liften larven of eitjes mee in de veren van watervogels", vertelt Keizer.

Ook salamanders, kikkers en padden komen waarschijnlijk op die manier in de plassen terecht. Ze vinden er voldoende voedsel. In sommige plassen voelt zelfs de zeldzame kamsalamander zich thuis. Vooral als er geen vis in zit, doen de amfibieën het goed, omdat hun eitjes dan niet worden opgegeten.

Zo dragen de verkeerspleinen bij aan het overleven van deze soorten in het dichtbevolkte Nederland en aan hun verdere verspreiding. "De verkeerspleinen vormen stepping stones in de ecologische hoofdstructuur die alle natuurgebieden in het land met elkaar verbindt", zegt Keizer. Zelfs de begroeiing langs snelwegen vervult die functie, samen met de ecoducten. Egels en vleermuizen maken er gretig gebruik van om zich te verplaatsen.

Lawaai

Keizer wil de poelen in verkeerspleinen geen echte natuurgebieden noemen. Daarvoor stoort het verkeerslawaai vogels te veel bij hun doen en laten. Andere dieren hebben daar echter minder hinder van.

Zo ontstaat in de oksels van de verkeerspleinen toch een geheel eigen biotoop. Keizer benadrukt dat Rijkswaterstaat de voorwaarden schept en dat de natuur die op den duur zelf invult. "Als je de tijd neemt, kan iets zeldzaams toch gebeuren. Wij mensen zijn niet altijd in staat de factor tijd te begrijpen, terwijl die voor een ecosysteem van groot belang is."

Uiteraard is hengelen taboe in het water van zo'n verkeersknooppunt. Keizer: "Dat kunnen we niet toestaan. Oversteken is veel te gevaarlijk, en los daarvan kan het de aandacht van de automobilisten afleiden."

Bij de verkeerspleinen en wegbermen gaat het erom verschillende functies met elkaar te combineren, benadrukt Keizer. Wegen moeten elkaar veilig kruisen en de automobilist moet als vanzelf door de bochten worden geleid. Bij het ontwerp en de aanplant van bomen en struiken wordt daar rekening mee gehouden. "Ook wordt naar de esthetiek gekeken, er wordt aansluiting gezocht bij de oorspronkelijke begroeiing. Op de Veluwe moet je denken aan heide en bij Gouda aan elementen uit het veenweidegebied."

Keizer benadrukt dat dit gebeurt in overleg met provincie en gemeente. "Als we de natuurwaarden aantasten, wat vooraf nauwgezet wordt bestudeerd, compenseren we dat zo goed mogelijk. Daar zijn we niet kinderachtig in. Soms worden grote bomen die in de weg staan elders opnieuw geplant, maar dat is natuurlijk nogal kostbaar."

De beplanting wordt ook gebruikt om te voorkomen dat ganzen en zwanen die wegvliegen te laag over de weg scheren en ongelukken veroorzaken. "Opgaande begroeiing dwingt ze hoogte te winnen, voor ze de weg overvliegen. Dat is veiliger voor het verkeer en voor de dieren zelf." Bij het knooppunt Hoevelaken is zo een veiliger start- en landingsbaan gecreëerd voor deze grote vogels.

Met een combinatie van beplanting en gaas probeert Rijkswaterstaat te voorkomen dat ganzen, die op de oevers broeden, met hun jongen de snelweg op wandelen en daar voor ongelukken zorgen. Vossen die worden aangetrokken door muizen die er leven, zijn snel en beweeglijk en leveren zelden een gevaar op voor het wegverkeer.

Dassen

De dassenpopulatie die zich bij Hilversum aan beide zijden van de A27 heeft gevestigd, wordt nauwgezet in de gaten gehouden. Deze beschermde dieren, die ingewikkelde en ondergrondse burchten bewonen en leven van wormen en muizen, kunnen zich via een brede groenstrook op een viaduct en een verderop aangelegde tunnel van de ene kant van de snelweg naar de andere kant begeven. De das is lang niet zo rap als de vos en wordt op verschillende plaatsen in het land regelmatig slachtoffer van het verkeer.

Soms is het helemaal niet zo ingewikkeld om botsingen te voorkomen. Buizerds bijvoorbeeld zitten graag op paaltjes langs de weg, waar ze goed zicht hebben op muizen in de berm. Om het aantal uilen dat onder een auto belandt te verminderen, wordt nu gewerkt met paaltjes met een punt aan de bovenkant zodat de vogels er niet meer zo lekker op zitten en naar elders uitwijken.

Infra-natuur Kwestie van gezond verstand

Ecoloog Edgar van der Grift, verbonden aan onderzoeksbureau Alterra, kijkt kritisch naar de groene parels waar landschapsarchitecten zo gek op zijn. Hij maakt onderscheid tussen de natuur die spontaan ontstaat in de restruimten van grote infrastructurele werken en gebieden die worden ingericht ter compensatie van natuur die verloren gaat bij de bouw van projecten.

In ruimten die overblijven bij de aanleg van infrastructuur, is voorzichtigheid geboden, zegt Van der Grift. "Je wilt geen population sink creëren, een plek waar dieren op afkomen om vervolgens te worden doodgereden."

Met gerichte maatregelen zijn gevaren te voorkomen. Denk aan hoog opschietend groen, zodat ganzen en zwanen die opvliegen, de weg pas kruisen als ze een behoorlijke hoogte hebben bereikt en niet in botsing komen met het verkeer. Hekwerk en schermen kunnen voorkomen dat watervogels met jongen de snelweg opwandelen of dat amfibieën op weg naar poelen en voortplanting massaal plat worden gereden.

Maar, zegt Van der Grift, de hekken die dieren moeten tegenhouden hebben maar een beperkte levensduur en het onderhoud laat nogal eens te wensen over.

Voor grote dieren als herten geldt dat je een flinke zone langs de weg moet vrijhouden van vegetatie. "De automobilist ziet ze dan beter aankomen. En de dieren houden er niet van grote open gebieden over te steken; ze zijn alerter. In Scandinavische landen worden zo aanrijdingen met elanden voorkomen."

Groen dat wordt ingericht ter compensatie van gebied dat verloren gaat bij de aanleg van infrastructuur, moet je niet direct naast een snelweg of spoorlijn aanleggen, vindt Van der Grift. "Direct naast de weg haal je er niet uit wat er aan natuurwaarde in zit. Verlies aan natuur moet bij voorkeur worden gecompenseerd buiten de zone waar dat verlies wordt geleden."

Hij ontkent niet dat de 'groene parels' nuttig kunnen zijn voor flora en fauna, maar dat is vooral voor fauna sterk afhankelijk van de soort. "Je moet niet alleen kijken welke diersoort floreert, maar vooral of dit een probleem creëert voor andere soorten."

Een wegberm die aantrekkelijk is voor veldmuizen, lokt roofvogels. En omdat kerkuilen op een hoogte van niet meer dan twee meter jagen worden deze beschermde vogels vaak slachtoffer van het verkeer, illustreert Van der Grift. Ook buizerds, die op dit moment met tienduizenden tegelijk over Nederland naar het zuiden vliegen, vallen nogal eens ten prooi aan het verkeer, hoewel zij vanaf grotere hoogte jagen dan uilen.

Een kwestie van gezond verstand gebruiken, zegt de ecoloog: "Wie niet oplet, creëert natuur die de overlevingskansen van dieren niet versterkt, maar bedreigt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden