Leven in de apotheek

Ineke Langbroek-Knop 1932-2013

Als werkende moeder met een eigen onderneming was ze haar tijd ver vooruit. Haar exacte geest liet ook ruimte voor geloof.

Als een kleinkind vroeg hoe oud ze was, zei ze: "Even oud als de Afsluitdijk". Die krachtige lijn, recht door zee, sprak haar aan. Kordaat was ze, en ook sterk. Als ze het in haar hoofd kreeg om de Elfstedentocht te fietsen, dan deed ze dat. In haar eentje.

Tobben en twijfelen was niets voor haar. Ja is ja en nee is nee, dat kregen haar kinderen en assistentes ingeprent.

Dat ze zou doorleren was vanzelfsprekend geweest in haar ouderlijk huis in Utrecht. Haar vader, leraar Engels en hoofd van een mulo, liet zijn beide dochters een academische studie volgen.

Met haar exacte geest had Ineke Knop wiskunde willen studeren. Daar was ze goed in op het gymnasium. Maar haar ouders vonden dat niets voor haar. Ze koos uiteindelijk voor farmacie, een brede studie met scheikunde en biologie en toch heel praktisch.

Al in haar eerste jaar ontmoette ze de jongen die haar man zou worden, Wiebe Langbroek, die ook farmacie deed. Hij was vier jaar ouder en al gevorderd met de studie. Hij legde de apothekerseed af in 1957 en kreeg een tijdelijke positie in Rotterdam-Zuid en ook nog een woning in IJsselmonde. Dus konden ze trouwen.

Wiebe kwam uit een gereformeerd nest, terwijl er bij Ineke thuis praktisch niets aan godsdienst werd gedaan. Haar vader was vrijmetselaar. Een jaar na haar huwelijk liet ze zich dopen en deed ze belijdenis. Veel later zou ze ook actief worden in de kerk.

Eerst moest ze haar studie nog afmaken. Ze forensde tussen IJsselmonde en Utrecht. Toen Wiebe een baan vond als apotheker in een ziekenhuis in Leeuwarden en ze naar de Friese hoofdstad verhuisden, zette Ineke haar studie voort in Groningen. De aansluiting was niet goed en ze zakte voor het praktische examen medicijnen bereiden. Nijdig trok ze weer naar Utrecht, nu met haar eerste baby op de arm, om daar de studie te voltooien.

Toen dat gelukt was, werd ze met een aanbeveling van haar professor, tweede apotheker bij de Centraal Apotheek in het centrum van Leeuwarden. De eigenaar trok zich steeds meer terug en Ineke durfde in 1965 de beslissing aan om de zaak over te nemen.

Werkende getrouwde vrouwen waren uitzonderingen in die tijd, werkende moeders waren er nog minder en vrouwelijke ondernemers waren heel zeldzaam.

Met hun drie zoontjes verhuisden Ineke en Wiebe naar de ruime woning boven de apotheek, die huist in een opvallend hoekpand, dat begin 20ste eeuw gebouwd is in de zwierige stijl van de art nouveau. Op een hoog tegeltableau in de gevel staat de Griekse godin van de gezondheid Hygieia afgebeeld in een sierlijk lang gewaad, een treffend beeldmerk voor de apotheek van een vrouw.

Wiebe bemoeide zich niet met de zaak, hij bleef gewoon werken in het ziekenhuis. Thuis spraken ze zelden over het vak. Ineke regelde haar eigen zaken.

Eerst adverteerde ze om een inwonende hulp die voor de kinderen kon zorgen en kon koken. Ze vond een boerendochter, Griet, die zes jaar bij het gezin zou blijven. Ineke had ook graag boerendochters als assistentes in de apotheek, want die weten van aanpakken.

Ineke stond altijd om vier uur 's middags bij de lagere school om haar kinderen op te halen. Ze hielp hen steevast met huiswerk. Alle drie de kinderen hadden haar wiskundeknobbel, maar ze hadden ook last van aangeboren woordblindheid. Met veel geduld hielp ze de kinderen verder.

De meeste energie ging naar de apotheek. Er werkten meestal meer dan tien mensen, maar Ineke stond als het even kon zelf achter de balie. Ze wilde de patiënten persoonlijk kennen en ze had veel geduld om de medicatie uit te leggen. Ook had ze veel contact met de artsen in de omgeving, want ze wilde dat ze haar makkelijk konden bellen met vragen.

Bij andere apotheken gaf Ineke les in farmaceutisch rekenen aan assistentes. Toen er een school kwam voor assistentes, werd ze daar docente.

Met nacht- en weekenddiensten was haar agenda zo vol, dat er nooit meer dan tweeënhalve week vakantie mogelijk was. Een huisje op Ameland bracht uitkomst voor kortere uitstapjes. Ook neven en nichten mochten daar gebruik van maken, maar wel tegen betaling van vijf gulden per persoon per dag. Ineke was precies in zulke zaken.

Voor de studie van hun zoons en vrienden hadden ze een huis in Groningen gekocht. Toen Ineke eens de rekening van 186 gulden en 20 cent voor gas en licht kwam innen, hadden de jongens 185 gulden bij elkaar gelegd. Niet genoeg, zei Ineke, en het huis werd binnenste buiten gekeerd om nog 1,20 te vinden. Toen dat gelukt was en Ineke afscheid nam, drukte ze haar zoon een briefje van 25 in de hand om met z'n vrienden iets te gaan drinken.

Toen de binnenstad te druk werd, verhuisde het gezin naar een groot huis aan de rand van de stad. Daar had Wiebe eindelijk een tuin, Ineke gaf daar niet om. Zij las liever: romans, geschiedenis, vakliteratuur.

Toen haar jongste zoon, die ook farmacie had gestudeerd, in de zaak kwam en hij geschikt leek om de apotheek over te nemen, stopte Ineke op haar 61ste. Radicaal als ze was, zette ze nooit meer een voet in de apotheek. Ze wilde haar zoon niet voor de voeten lopen. Ook als ze bij de slager of de bakker in de buurt moest zijn, meed ze haar oude vertrouwde stek.

Toch bleef ze zich verbonden voelen met de apotheek. Toen haar zoon de zaak tien jaar later verkocht, had ze daar verdriet van, al probeerde ze dat voor zichzelf te houden.

Als gepensioneerd paar reisden Ineke en Wiebe veel. Zij organiseerde graag reizen. Kom, we gaan een Mozesreis maken, zei ze bijvoorbeeld, en dan trokken ze van Egypte, door de Sinaï naar Jordanië.

In de loop der jaren was ze vertrouwd geraakt met de godsdienst die ze had aangenomen bij haar huwelijk. Ze werd actief in het pastorale werk van de gereformeerde kerk. Ook daar kwam haar vermogen tot uiting om goed naar mensen te luisteren en praktische oplossingen te suggereren.

Toen ze vier jaar geleden wat vergeetachtig werd, bleek ze alzheimer te hebben. Daar had ze het moeilijk mee. Haar moeder had die ziekte ook gehad. "Ik hoop dat ik niet zo word als mijn moeder, want die kon helemaal niets meer", zei ze. Dat is Ineke bespaard gebleven. Langzaam ging ze achteruit, maar ze heeft zichzelf steeds kunnen aankleden.

Enkele dagen per week ging ze naar een dagopvang, soms ook een paar nachten zodat Wiebe even rust had. Haar cijfertalent leek onverminderd als ze sudoku's oploste. Tot een half jaar geleden. Sindsdien leefde ze in een waas. Maar ze kon gelukkig kijken als ze haar gezin met kleinkinderen verzameld zag. Wie dat allemaal waren, wist ze niet meer, maar ze zei: "Wat zitten jullie daar mooi, zo mooi".

Clasina Johanna Langbroek-Knop werd geboren op 13 mei 1932 in Soest. Ze stierf op 31 juli 2013 in Leeuwarden.

Tobben en twijfelen was niets voor Ineke Langbroek-Knop: ja is ja en nee is nee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden