Leven gaat boven kunst Recht van Dolf Brouwers hoger dan dat van Sjef van Oekel Denkkader van ondertekenaars petitie feodaal 'De verbeelding' mag niet aan de macht komen

De auteur is kunstenaar en publicist.

Aan de president van het hof, mr. H. F. van den Haak, werd bij gelegenheid van het hoger beroep een petitie overhandigd. Het verzoekschrift, een initiatief van Joost Swarte, striptekenaar en voorzitter van de Stichting beeldverhaal, was ondertekend door een aantal prominente kunstenaars, journalisten, wetenschappers en museumdirecteuren, onder wie Marte Roling, Reinbert de Leeuw, Adriaan van Dis, Peter van Straaten en Hugo Claus.

Zij hielden een gepassioneerd pleidooi voor het behoud van Theo van den Bogaards creatie Van Oekel, een - aldus de opstellers van de petitie - door Wim T. Schippers verzonnen personage, "onmiskenbaar verwant aan diens andere werk" . Zij trachtten aannemelijk te maken, dat een verbod van de "artistieke creatie Van Oekel" een ernstig verlies voor de Nederlandse volwassenen-stripcultuur zou zijn, dermate ernstig dat zij het geen onoverkomelijk bezwaar zouden vinden om de rechten van Dolf Brouwers, de levende Van Oekel, juridisch in te perken.

Het opmerkelijke is, dat men het in dergelijke processen gebruikelijke twistpunt heeft verlaten. Niemand trekt blijkbaar in twijfel dat er tussen Van Oekel en Brouwers een meer dan toevallige gelijkenis of overeenkomst bestaat. De vraag die opgeworpen wordt, is of en in hoeverre een levende persoon, en de wisselwerking tussen zijn persoonlijkheid en het karakter van de rol, de creatie van een scenarist of regisseur kunnen zijn.

Dat men om een positief antwoord op die vraag te verkrijgen, er niet voor terugdeinst om de rechten van het individu aan te tasten, de rechten van een subject omwille van een object, doet ons het ergste vrezen. De zaak toont weer eens aan dat het maar goed is dat 'de verbeelding' in Nederland niet aan de macht is. Wanneer dat wel zo was, dan kon je maar beter geen Dolf Brouwers heten.

Brouwers 'speelde' in de jaren zeventig, in een serie VPRO-shows, het deftig doende, in smoking gehulde volkstypetje Van Oekel. Alhoewel speelde . . . Wie de structuur en opzet van die shows aan een nader onderzoek onderwerpt, zal constateren dat Schippers c.s. hun acteurs niet zozeer lieten acteren, als wel lieten figureren om een zo naturel mogelijke vrijplaats voor karakters en volkstypetjes te creeren. De dramatische vlakheid viel niet op. Zij werd versluierd door humoristische configuraties van exotische personages, die vooral zichzelf parodieerden, hetgeen weliswaar niet de samenhang tussen en de kwaliteit van de scenes bevorderde, maar wel het vervreemdende (en daarom soms humoristische) effect. Hetzelfde gold voor VPROprodukties als de Fred Hache- en Barend Servet Show. Deze werden met dezelfde non-dramatische middelen opgebouwd.

In feite is het resultaat van dit creatieve laissez-faire (in concreto een georganiseerde chaos) kenmerkend voor Schippers' artistieke non-stijl. Het gaat er telkens om de mensen en situaties zo naturel mogelijk over te laten komen. Dat is het fundament van Schippers' duidelijk uit de jaren '60 daterende artistiek-absurdistische concept.

Van Oekel is later als leading actor in een volwassenenstrip opgedoken. Je kunt je afvragen: 'Vanwege het grote mediasucces?' Zo ja, dan zit je heel dicht bij Dolf Brouwers' standpunt.

Op zich is de verschijning van een bekende, succesvolle komiek in een strip niet echt bijzonder. In comics namelijk kun je de neerslag van subculturele ontwikkelingen, de reflectie van persoonsverering en undergroundtrends aantreffen. Soms kan er in een strip ook een portie cultuurkritiek verpakt zitten.

Om een voorbeeld daarvan te geven nemen we een album uit de Olivier Blunder-serie. In het boek Had je gedroomd krijgt de dialoog een cultuurkritische wending, wanneer Alambiek Blunder zijn tegenspeler de belastinginspecteur het volgende antwoord toevoegt: "Dan weet ik een voortreffelijk en fiscaal geheel aftrekbaar slaapmiddel, zoals U zal blijken uit de papieren van mijn zoon! We kunnen U ook de verzamelde werken van K. L. Poll aanbevelen! U snurkt gegarandeerd al op pagina twee!" (Greg, 1982; De Olivier Blunderreeks, nummer 27, pagina 7).

In hetzelfde verhaal staat op pag. 45 te lezen: "Ik zal de afschuwelijkste nachtmerrie voor je bedenken die er bestaat . . . je zult veroordeeld zijn om zonder onderbreking naar een herhaling van alle programma's van Babbelonie te kijken en elke keer als Jos Brink in lachen uitbarst krijg je een vertraagde herhaling te zien . . ."

Omdat er een relatie bestaat tussen sequenties van een film en het werk van de striptekenaar (dat als storyboard kan fungeren) is het niet moeilijk om het ene medium in het andere over te laten lopen. De Disney-film 'Condorman', met Michael Crawford, persifleerde dit fenomeen.

Striptekenaars bewerken nogal eens origineel materiaal, onder verwijzing naar de oorspronkelijke bronnen, zonder de bijzondere karaktertypering van de acteurs te verdonkeremanen. De gelijkenis tussen stripfiguur en acteur is in zo'n geval 'meer dan toevallig', omdat door de acteur een type persoon is geworden, een subject.

Dat is, denk ik, het onderliggende probleem van de rechtszaak Van Oekel. Sjef van Oekel, alias Dolf Brouwers, mag dan in zekere zin een creatie van Schippers c.s. zijn, het typetje is, in Nederland althans, onlosmakelijk verbonden geraakt met de figuur van Brouwers. Er is geen wezenlijk onderscheid meer tussen Brouwers en Van Oekel. En het succes van de strip is, hoe je het ook wendt of keert, mede te danken aan het feit dat Van Oekel bestaat.

Dat de rechten van de vleesgeworden Van Oekel sterker lijken te zijn dan 'de vermeende rechten van Schippers c.s.' is op zich niet iets om over te treuren. Het is misschien wel een goede zaak. Het laat maar weer eens zien dat creativiteit niet los van de mensen, en de kunst niet los van de gemeenschap staat.

De kunstenaar houdt de samenleving een spiegel voor. Deze spiegel bestaat bij de gratie van het geschouwde, en reflecteert de handelingen van denkende (en helaas ook niet-denkende) personen. De door deze reflectie ontstane geesteskinderen van de kunstenaar zijn niet verheven boven de rechten van het individu; integendeel, ze zijn daaraan ondergeschikt. Het leven mag niet alleen, maar moet in existentieel-religieuze zin sterker zijn dan mensenwerk, dan ideologieen en valse projecties.

Dolf Brouwers heeft het morele recht om een einde te maken aan het misbruik van het personage Sjef van Oekel, de idee waarvan hij de individuele belichaming bij uitstek is. Het is droevig dat juist kunstenaars en cultuurdragers dit niet begrepen hebben. De ondertekenaars van de petitie geven mijns inziens blijk van een feodaal (verburgerlijkt), esthetisch denkkader, dat op een onverholen manier egocentrisch is.

Laten ze Hesses Reis naar het Morgenland maar eens lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden